les 1: menselijk leven begint vóór conceptie
118.6
Maria Valtorta:
'"Vrede met jullie, die het Woord zoeken!" begint Jezus.
En Hij loopt naar het eind van het afdak,
met de muur van het huis achter zich.
Hij spreekt langzaam tot de ongeveer twintig mensen
die op de grond zitten of tegen de pilaren leunen,
in de warmte van de novemberzon.
"Bij het overwegen van leven en dood
en het toepassen van deze twee termen
vervalt mens doorgaans in deze fout:
hij noemt 'leven' de tijd waarin hij, na de geboorte uit de moeder,
begint met ademhalen, zich voeden, bewegen, denken en handelen;
en hij noemt 'dood' het moment waarop hij ophoudt
met ademen, eten, bewegen, denken, en handelen,
en een koud en ongevoelig lichaam wordt,
klaar om terug te keren naar een schoot,
die van een graf.
Maar dat is niet zoals het is.
Ik wil jullie het 'leven' doen begrijpen,
om jullie de werken te tonen die geschikt zijn voor het leven.
'Leven' is niet 'bestaan'.
'Bestaan' is niet 'leven'.
Ook deze druivelaar hier 'bestaat'
en hij verbindt zich met deze zuilen.
Maar hij heeft niet het 'leven' waar Ik het over heb.
En ook dat schaap 'bestaat',
dat blatend vastgebonden zit aan die verre boom.
Maar het heeft niet het 'leven' waar Ik het over heb.
Het 'leven' waarover Ik spreek, begint niet met het bestaan,
en eindigt niet met het vergaan van het vlees.
Het leven waar Ik over spreek, begint niet in de baarmoeder van de moeder.
Het begint wanneer een ziel door de Gedachte van God wordt geschapen
om in een vlees te wonen, en eindigt... wanneer de Zonde haar doodt!
In eerste instantie is de mens niets meer dan een zaadje dat groeit,
een zaadje van vlees, en niet van gluten of merg, zoals dat van graan of fruit.
In eerste instantie is hij slechts een dier dat gevormd wordt, een dierlijk embryo,
vergelijkbaar met het embryo dat nu in de baarmoeder van dat schaap opzwelt.
Maar... vanaf het moment dat in deze conceptie van de mens
dit onstoffelijke deel is ingeprent - welke ook het krachtigere is
in zijn onlichamelijkheid die sublimeert -
vanaf dat moment...
bestaat het dierlijke embryo niet alleen als een kloppend hart,
maar 'leeft' het volgens de scheppende Gedachte, en wordt mens,
geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God,
zoon van God, toekomstige burger van de hemel.
Maar dit gebeurt [enkel] als het leven voortduurt.
De mens kan bestaan met het evenbeeld van een mens,
maar toch niet langer mens zijn.
D.w.z., hij kan een graf zijn,
waarin het leven rot.
Daarom zeg Ik:
het leven begint niet met het bestaan
en het eindigt niet met het vergaan van het vlees.
Het leven begint al vóór de geboorte.
Het leven kent, ten tweede, geen einde.
Want de ziel sterft niet,
d.w.z. ze wordt niet vernietigd.
Hij sterft aan zijn bestemming, die die hemelse is.
Maar overleeft in zijn straf, als hij die verdiende.
Aan die gezegende bestemming sterft hij
met het sterven aan Genade.
Dat ene leven, getroffen door een gangreen, dat de dood aan zijn bestemming is,
duurt, in de verdoemenis en kwelling, eeuwenlang.
Het andere leven, als zodanig [zoals het gedacht werd] bewaard,
bereikt de volmaaktheid van leven terwijl het zich eeuwig, volmaakt en zalig maakt,
net als zijn Schepper."'
Reacties
Een reactie posten