Johannes verlangt de zee te zien
- Middellandse Zee (vanaf Berg Karmel?) - 187.4 Maria Valtorta: '"Oh! Het zal prachtig zijn! Ze zeggen dat je vanaf de top [op Berg Tabor] , vanaf één punt, de grote zee kunt zien, de Zee van Rome! Wat kijk ik ernaar uit! Breng Je ons daarheen om dat te zien?" bidt Johannes, zijn brave kindergezichtje naar Jezus gericht. "Waarom wil je haar zo graag zien?" vraagt Jezus, terwijl Hij hem liefkozend aankijkt. "Ik weet het niet... Omdat ze zo groot is en je het einde niet kunt zien... Ze doet me aan God denken... Toen we in Libanon waren, zag ik voor het eerst de zee, omdat ik nooit ergens anders ben geweest dan langs de Jordaan, of op ons kleine meer... en ik huilde van ontroering. Zoveel blauw! Zoveel water! En het stroomt nooit over!... Wat een wonderbaarlijk iets! En de sterren die lichtbanen over de zee trekken... O, lach me niet uit! Ik keek naar de gouden baan van de zon tot ik verblind werd, de zilveren baan van de maan tot ik niets meer over had da...