Posts

Maria toch gastvrij voor vermoeide Judas

Afbeelding
442.8 Maria Valtorta: '"Ik ga weg... naar Kafarnaüm." "De zon is te heet om te gaan. Blijf. Je bent een pelgrim, net als alle anderen. En Hij heeft gezegd dat de discipelen voor hen moeten zorgen." "Mijn aanblik mishaagt jou..." "Jouw weigering om te genezen doet mij pijn! Dat alleen...  Doe je mantel uit... Waar heb jij geslapen?" "Ik heb niet geslapen.  Ik heb tot zonsopgang gewacht om jou alleen te zien." "Dan moet je moe zijn. In de grote kamer staan ​​de bedden die Simon en Thomas gebruikt hebben. Het is er nog stil en koel. Ga maar slapen, terwijl ik eten voor je klaarmaak." Judas vertrekt zonder te antwoorden.  En Maria, zonder te rusten na de hele nacht wakker te zijn geweest, gaat naar de keuken om het vuur aan te steken, en vervolgens naar de tuin om groenten te plukken. En tranen, tranen, tranen vallen stilletjes, terwijl ze zich over de haard buigt om het hout te schikken, of over de kluiten aarde om de groente...

Maria probeert Judas tot biecht te bewegen

Afbeelding
-Maria Middelares van alle Genaden (Lipa)- 442.7 Maria Valtorta: '"Kun je je woorden niet vinden, Judas? Kun je de kracht niet vinden om een ​​goed voornemen te maken? O Judas! Judas! Maar zeg me: ben jij gelukkig met je leven? Onderzoek jezelf, Judas! Wees nederig, wees eerst eerlijk tegen jezelf. En dan tegen God, ga naar Hem toe met de last van stenen van je hart en zeg tegen Hem: 'Zie, ik heb deze stenen uit liefde voor Jou opgetild.'" "Ik heb niet... de moed om het aan Jezus te belijden." "Je hebt niet de nederigheid om dat te doen." "Dat is waar. Help me..." "Ga naar Kafarnaüm en wacht daar nederig op Hem." "Maar jij zou..." "Ik kan alleen maar zeggen dat je moet doen wat mijn Zoon altijd doet: barmhartigheid hebben. Ik ben niet degene die Jezus onderwijst, maar het is Jezus die Zijn leerlinge onderwijst." "Jij bent Zijn Moeder." "En dat is door mijn hart. Maar Hij is, op grond van Zi...

Maria huilt om toekomstig lot van Judas

Afbeelding
442.6 Maria Valtorta: 'Ik zeg jou slechts dit: vele zwaarden zullen in mijn hart gestoken worden, gestoken en opnieuw gestoken, zonder genade, door de mensen die mijn Jezus bedroeven en Hem haten. Maar één ervan zal van jou zijn, en dat zwaard zal er nooit worden uitgetrokken. Want de herinnering aan jou, Judas, die jezelf niet wilt redden, aan jou die jezelf te gronde richt, aan jou die mij angst aanjaagt – geen angst voor mezelf, maar voor jouw ziel – zal mijn hart nooit verlaten. Eén zwaard werd er al in gestoken door de rechtvaardige Simeon, terwijl ik mijn Kind, mijn heilig Lam, in mijn hart droeg... Het andere... het andere ben jij... De punt van jouw zwaard martelt mijn hart nu al. Maar jij bent nog niet tevreden met het toebrengen van deze pijn aan een arme vrouw... en je wacht tot je je beulszwaard volledig in het hart hebt gestoken van iemand die jou niets dan liefde heeft gegeven... Maar ik ben dwaas om medelijden van jou te verwachten, die zelfs geen medelijden voor je ...

Judas draait en konkelt, Maria wijst handkus af

Afbeelding
442.5 Maria Valtorta: 'Maria kijkt hem aan.  Dan zegt ze: "Wel? Waarom wilde je me zien?  Terwijl ik voor de arme Esther zorgde, heb ik voor je moeder gebeden... en voor jou...  Omdat ik medelijden met jullie beiden heb, en wel om twee verschillende redenen." "Als je dan toch medelijden hebt, vergeef me dan." "Ik heb nooit wrok tegen jou gekoesterd." "Hoezo?... Zelfs niet voor... die ochtend in Tiberias?... Weet je? Ik was zo, omdat de Romeinse vrouwen mij de avond ervoor hadden mishandeld alsof ik gek was en... een verrader van de Meester. Ja, ik beken het. Ik had niet met Claudia moeten praten. Ik had het mis over haar. Maar ik doe het omwille van het goede. Ik heb de Meester bedroefd. Hij heeft het me niet verteld, maar ik weet dat Hij weet dat ik haar heb gesproken. Het was Johanna die Hem inlichtte. En Johanna heeft me nooit kunnen zien, en de Romeinse vrouwen hebben me pijn gedaan... Om het te vergeten, heb ik gedronken..." Maria's ...

Maria, net terug van moeder die stierf om foute zoon, berispt Judas stevig

Afbeelding
442.4 Maria Valtorta: 'Hij is nog niet klaar met praten,  of de deur van de eetkamer naar de tuin gaat open, en een zeer bleke en bedroefde Maria verschijnt in de deuropening. "Judas!" "Maria!"  roepen ze tegelijkertijd. "Nu doe ik de deur voor je open.  Alfeüs heeft niets tegen me gezegd, behalve: 'Ga naar huis. Er is iemand die je nodig heeft,' en ik ben gerend, te meer omdat die arme oude vrouw me niet meer nodig had.  Ze was klaar met lijden onder haar slechte zoon..." Terwijl Maria spreekt,  rent Judas over het pad terug naar de voorkant van het huis...  Maria doet open. "Vrede zij met je, Judas van Keriot. Kom binnen." "Vrede zij met jou, Maria." Judas aarzelt even.  Maria is zachtaardig, maar ernstig. "Ik heb zo vaak geklopt, in de vroege ochtend!" "Gisteravond heeft een zoon het hart van zijn moeder gebroken...  En ze kwamen Jezus zoeken. Maar Jezus is hier niet.  Ik zeg het jou ook: Jezus is hier niet...

Judas in koortsige monoloog betrapt door Alfeüs

Afbeelding
442.3 Maria Valtorta: '"O Judas! Ben jij gek geworden? Ik heb jou al een tijdje vanuit de top van deze olijfboom in de gaten gehouden. Je staat te gebaren, in jezelf te praten... Heeft de zon van Tammoez [juni-juli] je pijn gedaan?" roept Alfeüs van Sara , terwijl hij vanuit een takvork van een gigantische olijfboom, zo'n dertig meter van Judas vandaan, naar buiten leunt. Judas schrikt, kijkt om zich heen, ziet hem en moppert: "Moge de dood je treffen! Vervloekt land van spionnen!" Maar met een vriendelijke glimlach roept hij: "Nee. Ik maak me zorgen omdat Maria niet open doet... Voelt ze zich misschien niet goed? Ik heb geklopt en geklopt!..." "Maria? Je kunt blijven kloppen! Het is een arme oude vrouw die op sterven ligt. Ze is geroepen tijdens de derde nachtwake..." "Maar ik moet met haar praten!" "Wacht even. Ik ga naar beneden en vertel het haar. Moet je werkelijk?" "Hè! Jazeker! Ik ben hier al sinds zonsop...

Maria niet thuis, Judas' koortsige gedachtengang

Afbeelding
442.2 Maria Valtorta: 'Judas klopt opnieuw op het deurtje waartegen hij vastgeplakt zit,  zijn gezicht tegen het hout gedrukt, alsof hij wil voorkomen dat hij gezien en herkend wordt. Maar het deurtje blijft gesloten. Judas maakt een teleurgesteld gebaar en loopt weg,  over het pad langs de tuin,  en draait zich om naar de achterkant van het huis. Hij gluurt over de heg de stille tuin in. Alleen de duiven vrolijken hem op. Judas overdenkt wat hij moet doen. Monoloog: "Zou zij ook weggegaan kunnen zijn? En toch... ik zou haar gezien hebben... En dan! Nee. Gisteravond hoorde ik haar stem... Misschien is ze bij haar schoonzus gaan slapen... Poeh! Dit is zo irritant als een mug in je gezicht, want ze zal samen met haar terugkomen, en ik wil alleen met haar praten, zonder die oude vrouw als getuige. Ze is een flapuit en zou opmerkingen maken. Ik wil geen opmerkingen. En ze is zo gewiekst als alle ordinaire oude vrouwen. Ze zou mijn excuses niet zomaar aannemen, en zou dit tege...