Maria demonstratie van wat God voor mens verlangde: na aards, het hemels Paradijs
- Boom van Dood & Leven (Salzburger Missaal) - 651.13-14 Maria zegt: 'Mijn nederigheid stond mij niet toe te denken dat er zoveel glorie voor mij in de hemel was weggelegd. In mijn denken was de quasi zekerheid dat mijn menselijk lichaam, geheiligd door het dragen van God, geen verrotting zou kennen, aangezien God Leven is, en wanneer Hij een schepsel met Zichzelf verzadigt en vult, is deze handeling van Hem als een conserverende geur tegen de verrotting van de dood. Niet alleen was ik onbevlekt gebleven, niet alleen was ik met God verenigd in een kuise en vruchtbare omhelzing, maar had mezelf, ook in mijn diepste binnenste, verzadigd met de uitvloeisels van de Godheid, verborgen in mijn baarmoeder, en erop gericht zich in sterfelijk vlees te hullen. Maar dat de goedheid van de Eeuwige voor zijn dienstmaagd de vreugde had gereserveerd om de aanraking te voelen van de hand van haar Zoon op haar ledematen, Zijn omhelzing, Zijn kus, en om Zijn stem weer met mijn eigen oren te ho...