Posts

Er worden posts getoond met het label vrije wil

maria hemelvaart 9

Afbeelding
649.14 Maria Valtorta: '"Ook vanavond, hoewel ik ze niet kan zien, voel ik de engelen om me heen.  En ik voel het licht in me groeien, een ondraaglijk licht, zoals het licht dat me omhulde toen ik Christus ontving, toen ik Hem aan de wereld heb gegeven. Een licht dat voortkomt uit een uitbarsting van liefde, krachtiger dan ik gewoonlijk ervaar. Door een soortgelijke kracht van liefde heb ik het Woord uit de hemel gerukt vóór Zijn tijd, zodat Hij mens en Verlosser kon worden. Door een soortgelijke kracht van liefde, zoals die me vanavond overweldigt, hoop ik dat de hemel mij zal ontvoeren, en me zal meevoeren naar de plaats waar ik zo naar verlang, om daar voor eeuwig, met het volk der heiligen en de koren der engelen, mijn onvergankelijke 'Magnificat' te zingen voor God, voor de grote dingen die Hij voor mij, Zijn dienstmaagd, heeft gedaan." "Niet met de geest alleen, waarschijnlijk. En de aarde zal op jou reageren, die met haar volken en naties jou zal verhe...

maria hemelvaart 5

Afbeelding
649.10 Maria Valtorta: '"Als je alleen zal zijn achtergebleven, bewaar dan deze kist..." Johannes, bleek en bezorgd, nog bleker dan hij al was sinds Maria zei dat ze het gevoel had dat haar missie volbracht was, onderbreekt haar en roept uit: "Moeder! Waarom praat jij zo? Ben je ziek?" "Nee." "Wil je me dan verlaten?" "Nee. Ik zal bij je blijven zolang ik op aarde zal zijn. Maar bereid je voor, mijn Johannes, om alleen te zijn!" "Maar dan ben je ziek en wil je 't voor me verbergen!..." "Nee, geloof me. Ik heb me nog nooit zo sterk, zo vredig, zo blij gevoeld als nu.  Maar ik heb zo'n jubel in me, zo'n volheid van bovennatuurlijk leven dat...  Ja, ik denk dat ik het niet kan verdragen om verder te leven.  Ik ben tenslotte niet eeuwig. Dat moet je begrijpen.  Mijn geest is eeuwig. Mijn lichaam niet.  En het is, net als elk menselijk lichaam, onderhevig aan de dood." "Nee! Nee! Zeg dat niet! Jij kun...

maria hemelvaart 2

Afbeelding
649.3-4 Maria Valtorta: '"Ik ben gewend de pijn van de scheiding van Hem te verdragen. Altijd pijn, want Zijn aanwezigheid en nabijheid waren mijn hemel op aarde. Maar ook altijd gewillig en sereen verdragen, omdat elke daad van Hem door Zijn Vader gewenst was, gehoorzaamheid aan de Goddelijke Wil was, en daarom aanvaardde ik het, omdat ook ik altijd Gods wensen en plannen voor mij heb gehoorzaamd. Wanneer Jezus mij verliet, leed ik.  Zeker wel. Ik voelde mij alleen. Mijn pijn toen Hij, als kind, me in het geheim verliet vanwege het dispuut met de tempelgeleerden,  heeft alleen God in zijn ware intensiteit kunnen meten. Maar toch, afgezien van de terechte vraag die ik, als moeder, Hem stelde - waarom Hij mij zo verliet - zei ik niets anders. En evenzo hield ik Hem niet tegen, toen Hij mij verliet om de Meester te worden... en ik was al weduwe van mijn man, en dus alleen,  in een stad die, op een paar mensen na, niet van mij hield. En toonde ik geen verbazing over Zijn ant...

voor iedere genade heeft ziel toestemming gegeven

Afbeelding
454.4 Maria Valtorta: '"Alle zielen worden minstens één keer in hun leven door God onderzocht, of..." “O! Ik niet! Mij heeft Hij nooit iets gevraagd!" roept Maria van Alfeüs vol vertrouwen uit. De Maagd Maria glimlacht nederig en antwoordt: "Jij hebt het niet beseft, en je ziel heeft geantwoord zonder dat je het besefte, en dat omdat je de Heer al heel erg liefhebt." "Ik zeg je dat Hij nooit tot mij gesproken heeft!..." "Waarom ben je dan hier, als een discipel die Jezus volgt? En waarom verlang je er dan naar dat ál je kinderen Hem volgen? Jij wéét wat het betekent om Jezus te volgen, en toch wil je dat je kinderen Hem volgen!" "Zeker wel! Ik zou ze allemaal aan Hem willen geven. Dan zou ik pas echt kunnen zeggen dat ik mijn schepselen aan het Licht heb gegeven En ik bid, ik bid dat ik ze aan het Licht, aan Jezus, mag baren, met een waar, eeuwig moederschap." "Zie je wel! En waarom? Omdat God jou op een dag vroeg: 'Ma...

afstaan van Zoon, voor Maria mogelijk dankzij genade (maar daarom niet makkelijker)

Afbeelding
454.3 Maria Valtorta: '"Maar waarom... Heeft Hij ons die vreselijke dingen verteld? Ik heb geen rust meer sinds ik het heb gehoord..." "En wist jij dan niet al eerder, dat de Verlosser zou moeten lijden en sterven?” "Tochwel! Maar ik wist niet dat het Jezus was. Ik was dol op Hem, weet je? Meer dan op mijn eigen kinderen. Zo mooi, zo goed... O! Ik benijdde jou, mijn Maria, toen Hij nog een kind was, en daarna altijd... altijd... had ik medelijden met Hem, zelfs voor een ademtochtje, en... ik kan me niet voorstellen dat Hij gemarteld zal worden..." Maria Klopas huilt onder haar sluier. En Moeder Maria troost haar. "Mijn Maria...  bekijk het niet vanuit een menselijk perspectief! Denk aan de vruchten ervan... Ik, je kunt je voorstellen... hoe ik het licht elke dag zie vervagen... als het sterft, zeg ik: weer een dag minder om Jezus te hebben... O! Maria! Voor een ding bovenal dank ik de Allerhoogste, omdat Hij mij de gave heeft geschonken om volmaakte li...

wanneer schuld?... wanneer er wíl is om te zondigen

Afbeelding
448.8 Maria Valtorta: "Zo oordeelt de mens. Maar zo oordeelt God niet, mijn kinderen!  Jullie zeggen: "Hij zal niet vergeven zijn." Ik zeg: "De Heer zag in hem zelfs geen enkele reden tot vergeving." Want vergeving veronderstelt schuld. Maar hier was geen schuld. Nee, mopper niet en schud je hoofd niet. Ik herhaal: hier was geen schuld. Wanneer ontstaat schuld? Wanneer er de wil is om te zondigen, kennis is van de zonde, en volharding om te zondigen, ook nadat men weet dat de handeling een zonde is. Alles hangt af van de wil waarmee iemand een handeling verricht. Of die handeling nu deugdzaam of zondig is. Zelfs als iemand een ogenschijnlijk goede daad verricht, maar niet weet dat hij een goede daad verricht, en eigenlijk gelooft dat hij een slechte daad verricht, begaat hij een zonde alsof hij een slechte daad verricht, en omgekeerd. Neem dit voorbeeld: Iemand heeft een vijand en weet dat hij... ziek is. Hij weet dat de zieke van de dokter geen koud water mag ...

Samuel, weer redelijk, moet zelf ook vergeving zoeken

Afbeelding
445.16 Maria Valtorta: 'Petrus neuriet iets tussen zijn tanden... Jezus vraagt ​​hem: "Wat zeg je, Simon van Jona?" "Ik zong een oud liedje over het meer..." "En welk dan?" "Het is: 'Zo gaat het altijd. Vissen bevalt wie boer is, maar de visser bevalt het vissen niet!' En kijk, hier blijkt weer dat de discipel liever wilde vissen dan de apostel..." Velen lachen. Jezus lacht niet, Hij zucht. "Heb ik Jou bedroefd, Meester?" vraagt ​​Petrus. "Nee. Maar kritiseer niet altijd." "Het is om Judas dat mijn neef droevig is," zegt Judas van Alfeüs. "Wees ook jij stil, vooral in de diepte van je hart." "Maar heeft Samuel wérkelijk al een wonder ontvangen?" vraagt ​​Thomas, nieuwsgierig en enigszins ongelovig. "Ja." "Dan heeft het geen zin dat hij naar Kafarnaüm komt." "Het is noodzakelijk. Ik heb zijn hart nog niet volledig genezen.  Hij moet zelf genezing zoeken, d.w.z. ...

Maria huilt om toekomstig lot van Judas

Afbeelding
442.6 Maria Valtorta: 'Ik zeg jou slechts dit: vele zwaarden zullen in mijn hart gestoken worden, gestoken en opnieuw gestoken, zonder genade, door de mensen die mijn Jezus bedroeven en Hem haten. Maar één ervan zal van jou zijn, en dat zwaard zal er nooit worden uitgetrokken. Want de herinnering aan jou, Judas, die jezelf niet wilt redden, aan jou die jezelf te gronde richt, aan jou die mij angst aanjaagt – geen angst voor mezelf, maar voor jouw ziel – zal mijn hart nooit verlaten. Eén zwaard werd er al in gestoken door de rechtvaardige Simeon, terwijl ik mijn Kind, mijn heilig Lam, in mijn hart droeg... Het andere... het andere ben jij... De punt van jouw zwaard martelt mijn hart nu al. Maar jij bent nog niet tevreden met het toebrengen van deze pijn aan een arme vrouw... en je wacht tot je je beulszwaard volledig in het hart hebt gestoken van iemand die jou niets dan liefde heeft gegeven... Maar ik ben dwaas om medelijden van jou te verwachten, die zelfs geen medelijden voor je ...

waar geloof is, is de Voorzienigheid - waar vuur is van Liefde voor God, krijgt haat geen kans

Afbeelding
441.10 Maria Valtorta: ' "Waar geloof in Mij is, is de Voorzienigheid aanwezig. Maar zowel in geestelijke als in materiële zaken, moeten we voortdurend voorzichtig handelen. Wat heeft het bos in brand gestoken? Waarschijnlijk een vonk die uit jullie vuur ontsnapte, of een takje dat een van de kinderen in het vuur wilde gooien om zichzelf te vermaken door ermee te zwaaien en het, met de zorgeloosheid van de jeugd, het dal in te gooien. Het is inderdaad prachtig om een ​​vuurpijl door de donker wordende lucht te zien schieten. Maar zie wat onvoorzichtigheid kan aanrichten! Het kan ernstige schade veroorzaken! Een vonk, of een takje dat op de droge heide valt, is genoeg om een ​​vallei in brand te steken, en als de Eeuwige Mij niet had gezonden, zou het hele bos één vuurkorf zijn geworden, die jullie bezittingen en jullie leven in een vurige greep zou hebben verteerd. Zo is het ook met geestelijke zaken. Je moet voortdurend waakzaam zijn, opdat een vurige pijl, een vonk, geen va...

Maria zal bij Valeria bemiddelen voor Aurea - maar zou veel méér willen kunnen doen

Afbeelding
433.5 Maria Valtorta: '"Hoe gaat het met het meisje ?" "Iets beter... Maar ze stond op het punt te sterven...  En toch komen haar woorden, nu ze niet meer in een delirium verkeert, zij het wat terughoudender, overeen met de woorden die ze in haar delirium uitsprak. Het Zou een leugen zijn om te zeggen dat we haar verhaal niet hebben kunnen reconstrueren... Ongelukkige!..." "Ja. Maar de Voorzienigheid heeft over haar gewaakt!" "En nu?" "En nu... Ik weet het niet. Aurea behoort Mij niet toe als schepsel. Haar ziel is van Mij, haar lichaam is van Valeria. Voor nu blijft ze hier, om het te vergeten..." " Mirta zou haar willen houden." "Ik weet het...Maar Ik heb niet het recht om te handelen  zonder de toestemming van de Romeinse. Ik weet niet eens of ze haar met geld hebben gekocht, of dat ze alleen maar beloftes als wapen hebben gebruikt... Wanneer de Romeinse naar haar vraagt..." "Ik zal voor Jou gaan, mijn Z...

laat (moedig) je vríje wil geen slaaf worden van het kwade

Afbeelding
428.4b Maria Valtorta: '"Maar denk eens na! God laat hem vrij, en de vrije wil wordt een slaaf van hartstochten, zonde, lust, kortom, van het Kwaad! Trots, woede, hebzucht en lust, eerst vermengd met, en dan triomferend over de goede planten!...  Een ramp!  Hoeveel hitte wel niet, die de planten uitdroogt, omdat er geen gebed meer is, dat is vereniging met God,  en dus dauw van heilzame levenssappen op de ziel!  Hoeveel koude, die de wortels bevriest, door gebrek aan liefde voor God en de naaste!  Hoeveel vermagerde grond,  omdat de bemesting wordt verworpen van zelfverloochening en nederigheid! Wat een onontwarbare kluwen van goede en slechte takken,  omdat men de moed mist om te lijden om het schadelijke af te snijden! Dat is de toestand van een ziel  waarvan de hoeder en cultivator een wil is, die wanordelijk is en gericht op het kwade. Terwijl een ziel die een vrije wil heeft, die in orde leeft, en daarom gehoorzaam is aan de Wet,  die ge...

mens moet, sinds erfzonde, uit vrije wil volmaakt (heilig) worden - hard werk, doorgaans vanaf 7e

Afbeelding
428.3 Maria Valtorta: 'Maar ik spreek, ik spreek, en ik laat U niet spreken... U hebt ons een gelijkenis beloofd!..." "Echt, u hebt ze al gemaakt. Het zou voldoende zijn om uw conclusie toe te passen, en te zeggen dat zielen als wijnranken zijn..." "Nee, Meester! Spreekt U! Ik... ik heb onzin gesproken,  en wij kunnen het werk om ze toe te passen niet zelf doen..." "Goed. Luister dan. Toen/Van zodra wij een dierlijk vlees hadden in de baarmoeder van onze moeder, schiep God in de hemel een ziel om de toekomstige mens naar Zijn evenbeeld te maken en plaatste die in het vlees dat zich in de baarmoeder vormde. En de mens, toen zijn tijd om geboren te worden aanbrak, werd geboren met zijn ziel, die tot het gebruik van de rede als onbewerkt land was. Maar toen de mens de leeftijd van de rede bereikte, begon hij te redeneren en onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Zie dan, dat hij opmerkt/zich realiseert dat hij een wijngaard heeft, die hij naar eige...

Bartholomeüs leert meisje God kennen als Vader - vijand niet te haten e.a.

Afbeelding
427.4 Maria Valtorta: '"Maar ik weet nog steeds niet wat voor iets God is.  Ik zie Hem als een mens, zoals jij... Hij is dus een mens, God.  En hoe kunnen we Hem dan begrijpen? Hoe kan Hij sterker zijn dan wie dan ook?  Hij heeft geen zwaarden en geen dienaren..." "Meester, help mij..." "Maar nee, Nathanaël! Je geeft zo goed les..." "Dat zeg Jij uit vriendelijkheid...  Laten we in elk geval proberen verder te gaan.  Luister, meisje...  God is geen mens.  Hij is als een licht, een blik, een geluid,  zo groot dat Hij hemel en aarde vult  en alles verlicht, alles ziet, alles onderricht,  en alles ordent..." "Ook de Romein? Dan is Hij geen goede God. Ik ben bang!" "God is goed en geeft goede orders, en Hij gaf de mensen de opdracht  om geen oorlog te voeren, om geen slaven te maken,  om kleine meisjes bij hun moeders te laten en jonge meisjes niet bang te maken.  Maar mensen luisteren niet altijd naar Gods geboden." "Jij ...

drie wegen van Satan: lust (altijd), rijkdom en trots

Afbeelding
420.9 Maria Valtorta: 'De apostelen verdringen zich om Hem heen. Petrus vraagt: "Waarom heeft die onreine geest zich zo heftig verzet, Meester?" "Omdat het een volkomen geest was." "Wat betekent dit woord?" "Luisteren jullie naar Mij! Er zijn mensen die zich aan Satan overgeven door een deur te openen voor een dodelijke zonde.  Sommigen doen dat tweemaal, sommigen driemaal, sommigen zevenmaal.  Wanneer iemand zijn geest openstelt voor de zeven ondeugden,  dan komt er een volkomen geest in hem.  Satan, de duistere vorst, komt in hem." "Hoe kon die jongeman zich door Satan laten grijpen?" "O vrienden! Weten jullie via welke weg Satan komt?  Er zijn drie wegen die hij gewoonlijk bewandelt, en één ontbreekt nooit. De drie: sensualiteit/lusten, geld/rijkdom en trots van de geest.  Sensualiteit is de weg die nooit ontbreekt.  Als boodschapster van de andere lusten zaait ze haar gif,  en alles bloeit op met satanische pracht.  Daarom ...

wederom gemor onder apostelen, vooral Judas

Afbeelding
-Gemor in de woestijn (Ex.16-17)- 418.2 M. Valtorta: '"Meester... ik heb vreselijke angst..." zegt Matteüs. "En ik vrees dat ik koorts heb. Zo'n rivier is niet gezond in de zomer...  Dat weet Je toch," voegt Filippus eraan toe. "Het zou nog erger zijn geweest  als we van de rivier naar de bergen van Judea waren gegaan.  Dat weten we ook," zegt de Zeloot, die medelijden heeft met Jezus,  bij Wie iedereen zijn kleine angsten en klachten uitspreekt,  en voor Wiens gemoedstoestand niemand begrip heeft. "Laat maar, Simon. Ze hebben gelijk. Maar we zullen zo rusten...  Alsjeblief, nog even door op de weg... En hier een korte pauze.  Kijk hoe de maan naar het westen draait... Waarom die oude man al wakker maken,  en misschien ook Jozef, die nog steeds ziek is, als het straks licht is?..." "Alles is hier nat van de dauw! We weten niet waar te staan..."  moppert de Iskariot. "Ben je bang dat je je gewaad verpest?  Ga weg, na deze m...

waarom niet Satan zelf vernietigen? - zonder Satan, geen overwinning, geen verdienste

Afbeelding
411.4 M. Valtorta: '"Zou het niet beter zijn om de spin te doden?" zegt Petrus, zeer pragmatisch in zijn conclusies. "Dat zou beter zijn. Maar de spin doet zijn plicht.  Het is waar dat hij de arme, mooie vlinders doodt,  maar hij roeit ook een groot aantal smerige vliegen uit, die ziektes en besmettingen van zieken op gezonden,  van doden op levenden overbrengen." "Maar wat doet de spin in ons geval?" "Wat doet hij, Simon?... Hij doet dat wat de goede wil in jullie doet. Hij vernietigt lauwheid, passiviteit, ijdele aannames. Hij dwingt je tot waakzaamheid. Wat maakt jullie waardig om beloond te worden? Strijd en overwinning. Kun je de overwinning behalen, als je niet strijdt? De aanwezigheid van Satan dwingt tot voortdurende waakzaamheid. Liefde, vervolgens, die jullie liefheeft, maakt zijn aanwezigheid niet onontkoombaar schadelijk. Als je dicht bij de Liefde blijft, verleidt Satan je wel,  maar hij is niet in staat je werkelijk kwaad te doen....

Jezus legt verschil uit tussen insect en mens

Afbeelding
411.2 Maria Valtorta: 'De zon wordt steeds heter. De oogsters stoppen met werken, en degenen die dicht bij huis wonen, keren terug naar huis. Degenen die verder weg wonen, verzamelen zich in de schaduw van de bomen en rusten daar uit, eten en dommelen. Ook Jezus zoekt Zijn toevlucht in een dicht bos op het platteland, en zittend in het gras,  nadat Hij gebeden heeft en het schamele voedsel van brood, kaas en olijven geofferd, deelt Hij de porties uit, en eet, terwijl Hij met Zijn volgelingen praat. Er is schaduw en koelte, en een grote stilte. De stilte van zonnige zomeruren. Stilte die uitnodigt tot slapen. En de meeste mensen dommelen inderdaad in na het eten. Jezus niet. Hij rust uit, leunend tegen een boom,  en ondertussen kijkt Hij naar de bedrijvigheid van de insecten op de bloemen. Op een bepaald moment wenkt Hij Johannes, Judas Iskariot, en een van de oudsten, die Hij Bartholomeüs noemt, en nadat Hij hen bijeen heeft geroepen, zegt Hij: "Maar kijk eens wat dit insectje...

Petrus en Johannes zullen namens Jezus kerstenen in Rome en Griekse koloniën

Afbeelding
-St.-Johannesbasiliek (Efeze, Turkije)- 406.12 Maria Valtorta: '"Heer, kom naar Rome, baken van de wereld! Hier omringt haat U, daar zal verering U omringen." "Voor de mens, ja.  Niet voor de Meester van het bovennatuurlijke. Ik ben gekomen voor het bovennatuurlijke. Dat moet Ik brengen naar de kinderen van het volk van God, hoe hardvochtig ze ook zijn met het Woord." "Zullen Rome en Athene U dan niet hebben?" "Zij zullen Mij hebben. Wees niet bang. Ze zullen Mij hebben. Zij die Mij willen, zullen Mij hebben." "Maar als ze U doden..." "De geest is onsterfelijk. Die van iedere mens. Zal de Mijne, de Geest van de Zoon van God, dat dan niet ook zijn? Ik zal komen, met Mijn Geest aan het werk… Ik zal komen… Ik zie de oneindige menigten... en de huizen die voor Mijn Naam zijn opgericht… Ze zijn overal... Ik zal spreken in de kathedralen en in de harten... Mijn evangelisatie zal onophoudelijk zijn... Het Evangelie zal over de aarde t...

niet vlees en verstand, maar géést dient gecultiveerd (basisgelijkenis met God moet heiligheid worden!)

Afbeelding
406.10 Maria Valtorta: 'De mens heeft een ziel. Eén. Ware. Eeuwige. Dame/Meesteres. Verdienstelijk voor beloning en straf. Die allemaal de hare zijn. Geschapen door God. Bestemd, in het scheppende Denken, om terug te keren tot God. Jullie, heidenen, wijden je te veel aan de cultus van het vlees. Een wonderbaarlijk werk, jazeker, waarop het teken van de eeuwige Duim staat. Jullie bewonderen het verstand/de rede te veel, juweel opgesloten in de kist van jullie hoofd,  vanwaaruit diens verheven stralen uitgaan. Een groot, hemels geschenk van God de Schepper,  die jullie volgens Zijn Denken gemaakt heeft als vormen,  d.w.z. volmaakt werken van organen en ledematen,  en jullie Zijn gelijkenis schonk met het Denken en met de Geest. Maar de perfectie van de gelijkenis ligt in de Geest. Want God heeft geen ledematen, en geen ondoorzichtigheid van vlees, net zomin als Hij zintuiglijkheid/zinnelijkheid of begeerte kent. Maar is de meest zuivere Geest, eeuwig, volmaakt, onveran...

ogen kunnen niet, maar ziel kan wél veranderen - leert Jezus aan kleine Michaël

Afbeelding
405.4 Maria Valtorta: 'Jezus kan zich niet langer inhouden. Hij draait zich om, met wijd open ogen en een stralende glimlach, en zegt: "Je hebt het Me al verteld! Want Ik heb alles gehoord. Kom hier, kleine jongen!" O! Het kind hoeft het geen twee keer te horen! En hij werpt zich op Jezus, streelt Hem, kust Hem, raakt met zijn pink Zijn voorhoofd aan, Zijn wenkbrauwen, Zijn gouden wimpers... kijkt in Zijn blauwe ogen, wrijft over Zijn zachte baard en zijdezachte haar, en zegt bij elke ontdekking: "Wat bent U mooi! Mooi! Mooi!" Jezus glimlacht, en Matthias glimlacht. En dan, als de anderen wakker worden, omdat de kleine nu niet meer zo oplettend is, glimlachen de discipelen en apostelen als ze die zorgvuldige inspectie zien, herhaald door het kleine mannetje, halfnaakt, mollig, dat zalig Jezus' lichaam langs loopt om Hem van top tot teen te bekijken, en eindigt met te zeggen: "Draai U om!" En dan legt hij uit: "Om de vleugels te zien!" En ...