Posts

Er worden posts getoond met het label kind

Sara van Afeka door Judas weggeduwd - Jezus herstelt

Afbeelding
454.6 Maria Valtorta: 'De weduwe van Afeka komt naar voren en werpt zich voor Hem neer: "En wilt U niet naar mij toe komen, Heer? Afeka is ook vol kinderen van God..." "De weg erheen is ruw en de tijd dringt. We hebben de vrouwen bij ons, en moeten zaterdag terug zijn in Kafarnaüm. Dring niet aan, vrouw!" zegt Iskariot scherp, haar bijna wegduwend. "Het is gewoon... ik wilde Hem ervan overtuigen, dat ik goed voor het kind zou kunnen zorgen!" "Maar hij heeft zijn eigen moeder, begrijpt u?" zegt Iskariot opnieuw, en hij zegt het onbeleefd. "Kent u een kortere route, tussen Gamala en Afeka?" vraagt ​​Jezus aan de gekrenkte vrouw. "O jazeker! Een bergweg, maar wel een goede, en koel, omdat hij door het bos loopt. En dan, ik betaal wel, voor de vrouwen, kunnen we wat ezels regelen..." "Ik kom naar uw huis om u te troosten, ook al kan Ik u het kind niet geven, omdat hij zijn moeder heeft. Maar Ik beloof u dat, als God oorde...

voor iedere genade heeft ziel toestemming gegeven

Afbeelding
454.4 Maria Valtorta: '"Alle zielen worden minstens één keer in hun leven door God onderzocht, of..." “O! Ik niet! Mij heeft Hij nooit iets gevraagd!" roept Maria van Alfeüs vol vertrouwen uit. De Maagd Maria glimlacht nederig en antwoordt: "Jij hebt het niet beseft, en je ziel heeft geantwoord zonder dat je het besefte, en dat omdat je de Heer al heel erg liefhebt." "Ik zeg je dat Hij nooit tot mij gesproken heeft!..." "Waarom ben je dan hier, als een discipel die Jezus volgt? En waarom verlang je er dan naar dat ál je kinderen Hem volgen? Jij wéét wat het betekent om Jezus te volgen, en toch wil je dat je kinderen Hem volgen!" "Zeker wel! Ik zou ze allemaal aan Hem willen geven. Dan zou ik pas echt kunnen zeggen dat ik mijn schepselen aan het Licht heb gegeven En ik bid, ik bid dat ik ze aan het Licht, aan Jezus, mag baren, met een waar, eeuwig moederschap." "Zie je wel! En waarom? Omdat God jou op een dag vroeg: 'Ma...

Christus' offer zal kans vergroten op heiligheid en hemel

Afbeelding
-Kruisiging (Ugolino di Nerio)- -Val van Adam en Eva (Spanje, ca.950)- 452.6 Maria Valtorta: [...] "Vrees uw God niet met een onterechte vrees. Hij is een Vader, en een vader reikt altijd zijn wankelende kinderen de hand, biedt hulp om hen op te beuren, troost hen met zachte middelen, zodat hun moedeloosheid niet ontaardt in wanhoop, maar uitgroeit tot nederigheid, een verlangen om het goed te maken en geliefd terug te keren naar de Vader. Ziedaar. Het berouw van de zondaar, de bereidheid om het goed te maken, beide voortkomend uit een ware liefde voor de Heer, reinigen de vlek van schuld, en maken iemand waardig voor goddelijke vergeving. En wanneer Hij die tot u spreekt Zijn missie op aarde heeft volbracht,  zullen de absolutie van liefde, berouw en goede wil op de meest krachtige wijze worden aangevuld door de absolutie die Christus voor jullie heeft verkregen ten koste van Zijn offer. Zuiverder van ziel dan pasgeboren kinderen, veel zuiverder, want voor wie in Mij gelooft, ...

rijke weduwe biedt aan om jongetje Alfeüs op te vangen

Afbeelding
450.7 Maria Valtorta: '"Meester, U hebt iedereen hier genezen. Maar er is een melaatse in een hut in het bos. Hij smeekt ons voortdurend om U naar hem toe te brengen..." "Laten we gaan! Maak plaats! Laat Me doorgaan. Doe julliezelf geen kwaad! Ik ben hier voor iedereen... Kom op, ga opzij. Doe de vrouwen en kinderen geen kwaad. Ik ga niet meteen weg. Ik blijf morgen en dan ben ik vijf dagen in de streek. Jullie kunnen me volgen, als jullie dat willen..." Jezus probeert de menigte tot de orde te roepen, om ervoor te zorgen dat de burgers elkaar geen kwaad doen, in het profiteren van Zijn komst. Maar de menigte is als een zachte massa die verschuift en zich dan weer om Hem heen verzamelt. Ze is als een lawine die, volgens de natuurwetten, alleen maar compacter wordt naarmate ze verder rolt. Het is alsof ijzerdeeltjes door een magneet worden aangetrokken... En Zijn voortgang is traag, haperend, vermoeiend... Iedereen zweet, de apostelen schreeuwen, ellebogen tegen ...

Jezus jeugdig blij met Valeria's acceptatie

Afbeelding
CDXXXIX MARIA DOET VERSLAG VAN DE MISSIE IN TIBERIAS AUREA LEERT GODS WIL TE DOEN -Romeinse matrone- 439.1 Maria Valtorta: 'De Maagd Maria is erg moe wanneer ze terugkeert naar haar huisje. Maar ze is heel blij. En ze zoekt meteen naar haar Jezus, die nog steeds aan het werk is, in het laatste licht van de stervende dag, bij de ovendeur die Hij aan het repareren is. Simon heeft de deur voor haar geopend en nadat hij haar begroet heeft, trekt hij zich voorzichtig terug in de grote werkplaats. Ik zie Thomas niet. Misschien is die niet thuis. Jezus legt zijn gereedschap neer zodra Hij Zijn Moeder ziet en loopt naar haar toe, terwijl Hij Zijn vettige handen (Hij smeert de scharnieren en sloten in met olie) afveegt aan Zijn werkschort. Hun glimlach lijkt wel de tuin, waar het licht langzaam verdwijnt, te verlichten. "Vrede zij met je, Moeder!" "Vrede met jou, Zoon!" "Wat ben je moe! Je hebt niet gerust..." "Van zonsopgang tot zonsondergang, in Jozefs h...

Bartholomeüs leert kerstenen - vertrekt bij moederliefde

Afbeelding
427.3 Maria Valtorta: 'Een stilte, waarin iedereen nadenkt over de verschrikkingen in de wereld. Dan vraagt ​​het meisje Bartholomeüs met zachte stem:  "Vertel me eens, wat voor iets is God? En waarom is Hij God?  Waarom is Hij mooi en goed?..." "God... Hoe kan ik jou dat alles leren,  jij die geen enkel religieus idee hebt?" "Religieus? Wat is dat?" "Allerhoogste Wijsheid! Ik ben als iemand die verdrinkt in de diepzee!  Hoe kan ik het hoofd bieden aan deze afgrond?" "Wat jou moeilijk lijkt, is zo eenvoudig, Bartholomeüs.  Het is een afgrond, ja, maar leeg. En jij kunt die vullen met de Waarheid.  Erger is het, als afgronden gevuld zijn met modder, met gif, en slangen...  Spreek met de eenvoud waarmee jij tegen een kind zou spreken.  En ze zal jou beter begrijpen dan een volwassene." "O, Meester! Maar zou Jij het niet kunnen doen?" "Dat zou Ik kunnen. Maar het meisje zal de woorden van een van haar medemensen makkelij...

vrouwtje had rol als offerziel aanvaard - nu beloond

Afbeelding
411.6 Maria Valtorta: '"Vrede zij met u, moeder! Hier zijn onze korenaren! Mijn metgezellen komen later met de hunne!" "God zegene U, zoon. Hoe hebt U er zoveel gevonden? Het klopt dat ik niet veel kan zien. Maar dit zijn echt twee schoven, grote... grote..." De oude vrouw raakt ze aan, haar trillende hand streelt ze,  ze wil ze optillen... maar kan het niet. "We zullen u helpen! Waar is uw huis?" "Dat huis!" Ze wijst naar een klein huisje achter de velden. "U bent alleen, hè?" "Ja. Hoe weet U dat? En U, wie bent U?" "Ik ben iemand die een moeder heeft." "Is dat Uw broer?" "Hij is Mijn vriend." De vriend maakt, vanachter Jezus' rug, grote gebaren naar de oude vrouw. Maar de oude vrouw, met troebele ogen, ziet ze niet. Ze is temidden van al het andere te zeer gefocust op Jezus. Haar oude moederhart wordt geraakt. "U zweet, zoon. Kom hier onder deze boom zitten. Ga zitten. Kijk eens hoe...

besef Hem nooit meer weer te zien, maakt kleine Michaël troosteloos

Afbeelding
405.11 Valtorta: '"Vaarwel!  De avond valt. Laten we samen bidden,  en dan gaat ieder van jullie naar huis met het woord van de Heer in je hart.  Moge het een graankorrel zijn voor jullie toekomstige honger,  wanneer jullie ernaar verlangen om je Vriend, je Meester, je Redder weer te horen.  En louter door je geest naar de hemel te richten, zul je Hem kunnen vinden die jullie meer heeft lief gehad dan Zichzelf.  Onze Vader, die in de hemel zijt..." En Jezus, met open armen,  een hoog, wit kruis tegen de donkere muur van de noordgevel,  zegt langzaam het Onze Vader op.  Dan zegent Hij met de Mozaïsche zegen.  Hij kust de kinderen. Hij zegent hen nogmaals.  Hij neemt afscheid en gaat noordwaarts, langs de muren van Emmaüs, zonder erbinnen te gaan.  De paarse tinten van de schemering absorberen langzaam de zoete aanblik van de Meester  die steeds dichter bij Zijn bestemming komt. Op de halfdonkere binnenplaats heerst een stil...

Matthias praat zachtjes met kleine bij slapende Jezus

Afbeelding
405.3 Maria Valtorta: 'Het kleine jongetje van eerder,  prachtig in het korte tuniekje waartoe zijn kleding in dit hete uur is gereduceerd,  steekt zijn bruine hoofdje door de keukendeur, gluurt naar buiten  en komt voorzichtig naar voren met zijn tere voetjes,  die lijden onder de door de zon gebakken grond. Het losse tuniekje glijdt bijna van zijn mollige schouder. Hij bereikt de discipelen en staat op het punt over hen heen te stappen, om terug te gaan en Jezus te bekijken. Maar zijn beentjes zijn te kort om over de gespierde lichamen van de volwassenen te stappen,  en hij struikelt en valt bovenop Matthias, die wakker wordt  en het beschaamde gezichtje, bijna vol tranen, van het jongetje ziet.  Hij glimlacht en zegt, het manoeuvre van het kind aanvoelend: "Kom hier, dan zet ik jou tussen mij en Jezus in. Maar wees stil en rustig. Laat Hem maar slapen, Hij is moe!" En het kleine jongetje zit, gelukkig, Jezus' prachtige gezicht te aanbidden.  Hi...

laat wereld wereld, focus op hemelse, oordeel niet, bid

Afbeelding
401.5 Maria Valtorta: '"Wanneer komen de anderen?" "Voor zonsondergang." "Goed. Johanna, Elise en Chusas zullen ook voor zonsondergang terugkomen. We brengen de zaterdag hier door en vertrekken daarna." "Ja, Heer. Maar waarom riep Johanna Jou zo dringend? Had ze niet kunnen wachten? Het was gepland dat we hierheen zouden komen! Door haar onvoorzichtigheid, heeft ze een grote ramp veroorzaakt!..." "Verwijt haar niets, Simon van Jona. Ze handelde uit voorzichtigheid en liefde. Ze riep mij omdat er zielen waren die gesterkt moesten worden in goede wil." "Ah! Dan zal ik niet meer spreken... Maar, Heer... waarom werd Judas zo boos?" "Denk er niet aan! Denk er niet aan! Geniet van dit paradijs, vol bloemen en vrede. Geniet van jouw Heer. En laat de mensheid in al haar ergste vormen achter je, en vergeet haar, en haar aanvallen op de geest van jullie arme metgezel. Vergeet alleen niet... om heel, héél veel voor hem te bidden...

geen zorgen, Johanna, alles geschiedt zoals besloten

Afbeelding
400.7 Maria Valtorta: 'Jezus staat ook op en zegt: "Gezegend ben je, Johanna, door dit woord. En wees vredig. Noch de haat, noch de liefde van Judas kan veranderen wat in de hemel geschreven staat. Mijn opdracht zal worden volbracht zoals besloten is. Heb nergens spijt van, nooit. Wees kalm zoals de kleine Matthias, die na een huis te hebben gebouwd – naar zijn mening een mooier – voor zijn krekel,  in slaap viel met zijn voorhoofd tegen wat rozenblaadjes, en glimlachte... in de overtuiging dat het op de rozen stond... Want het leven is mooi als je onschuldig bent. Ik glimlach ook, ook al heeft Mijn aardse leven geen bloemen,  maar alleen geplukte, verdorde blaadjes. Maar in de hemel zal Ik alle rozen hebben van de geredden... Kom. De nacht valt. Straks zien we het pad niet meer." Johanna reikt naar het kind om het in haar armen te nemen. "Laat maar... ik neem hem wel. Kijk eens hoe hij glimlacht! Natuurlijk droomt hij van de hemel! Van zijn moeder! En van jou... Ook...

Johanna aarzelt om moeilijke boodschap te brengen

Afbeelding
400.3 Maria Valtorta: 'Johanna leidt Jezus over het brede pad dat de tuin verdeelt,  op weg naar de rozenstruiken die de tegenoverliggende hellingen afdalen en opklimmen en die de bloeiende bezittingen van de discipel vormen. En Johanna loopt verder.  Alsof ze zich werkelijk wil afzonderen op een plek waar alleen rozenstruiken en planten zijn,  en vogeltjes tussen de takken, in hun laatste strijd om een ​​slaapplaats te vinden,  of in hun laatste zorg om hun jongen. De rozen, vanavond nog in halfopen knoppen,  die morgen, na te zijn uitgebloeid, onder de schaar zullen vallen,  verspreiden een sterke geur voordat ze onder de dauw rusten. Ze stoppen, in een kleine vallei tussen twee glooiingen,  waar aan de ene kant roze rozen in slingers staan,  aan de andere kant rode rozen als vlekken van gestold bloed. Er ligt een rotsblok, dat dienstdoet als zitplaats,  of als steun voor de manden van de plukkers. Rozen en verfrommelde bloemblaadjes ligge...

kleine Matthias mee tijdens gesprek - moet argwaan voorkomen

Afbeelding
400.2 M. Valtorta: 'Maar het geluid van voetstappen op de harde aarde van het pad doet Matthias , enigszins nieuwsgierig, zijn hoofd naar buiten steken, en met een gil rent het kind naar buiten, zijn armen al open en omhoog, uitnodigend en vol verlangen naar een omhelzing. "Jezus is hier! Jezus is hier!" roept hij, rennend. En wanneer hij al in de armen van de Heer is, die hem kust, verschijnt Johanna tussen haar dienaren. "De Heer!" roept zij op haar beurt, en valt op haar knieën om Hem onmiddellijk eer te betuigen vanaf waar ze staat.  Ze buigt zich neer en staat dan op, haar gezicht getint van emotie,  met een karmozijnrode kleur als een brandend rozenblaadje.  En dan komt ze naar Jezus toe.  En ze buigt zich opnieuw neer om Zijn voeten te kussen. "Vrede zij met jou, Johanna. Wilde jij Mij? Ik ben gekomen!" "Ik wilde Jou... Ja, Heer..." Johanna wordt bleek en ernstig. Jezus merkt dit op. "Sta op, Johanna. Gaat het goed met Chusas?...

apart afscheid van Sara, Joachim en hun kinderen

Afbeelding
- Masafer Yattah vandaag - 397.5 Maria Valtorta: 'De mensen vertrekken met tegenzin. Maar wanneer een kind voor het eerst zegt: "Heer, laat mij Uw hand kussen!" en Jezus het toestaat, wil iedereen het heilige Vlees van het Lam van God kussen, en zelfs zij die al op weg waren naar het dorp, keren terug, en kusjes van kinderen vallen neer op het gezicht, en kussen van oude mannen op de handen, en kussen van vrouwen op de blote voeten in het gras, met tranen en woorden van afscheid en zegen. Jezus verwelkomt hen geduldig en heeft een speciale groet voor elkeen. Uiteindelijk is iedereen tevreden... De gastvrije familie blijft... En klampt zich vast aan Jezus. En Sara zegt: "Komt U nooit meer terug?" "Nee, mevrouw. Nooit meer. Maar wij zullen niet gescheiden worden. Mijn liefde zal altijd bij u zijn, bij jullie, en die van jullie bij Mij. Jullie zullen Me ​​niet vergeten, dat weet Ik. Maar Ik zeg jullie: ook in de meest verschrikkelijke uren, die gaan komen, ve...

mager, levenloos kindje wordt genezen

Afbeelding
-Pietà (Käthe Kolwitz)- 396.7 Maria Valtorta: 'Een moeder komt erbij en dringt zich naar voren. Ze houdt een ziek, bleek kindje in haar armen. Het kindje is heel ziek. Het ligt levenloos op de borst van zijn moeder. Jezus, die al andere zieke kinderen heeft aangeraakt wier moeders zich tot Hem hadden gewend,  opent Zijn armen en neemt het bijna dode kindje op Zijn schoot. De moeder schreeuwt om hulp. Jezus luistert naar haar en kijkt haar aan. Dan kijkt Hij naar het arme kleine schepsel, mager en levenloos. Hij streelt het en kust het, en sust het een beetje omdat het huilt. Het jongetje, of meisje... —ik begrijp niet wat het is, want het haar reikt tot over de oren— opent de oogjes en kijkt Jezus aan met een droeve glimlach. Jezus spreekt er zachtjes tegen. Ik begrijp niet wat Hij zegt, want het wordt gefluisterd. Het zieke kindje glimlacht weer. Jezus geeft het terug aan zijn wenende moeder en kijkt haar indringend aan: "Mevrouw, heb vertrouwen. Morgenochtend zal uw kind me...

leren wachten, je plek afstaan, leren helpen...

Afbeelding
-Laat de kinderen tot Mij komen (Duitse School)- 396.6 M. Valtorta: 'Jezus is omringd door een groep kinderen. Ze staan ​​voor Hem, aan Zijn zijde, op Zijn schouders, tussen Zijn benen... Hij kan zich niet bewegen. Maar Hij lacht te midden van die onrustige en zelfs ietwat ruzieachtige groep. Ze willen allemaal de eerste plaats,  en de kleine baasjes van het huis zijn niet van plan die op te geven,  wat Jezus de gelegenheid geeft om opnieuw leraar te zijn: "Jullie mogen niet egoïstisch zijn, ook niet in goede dingen.  Ik weet dat jullie van Mij houden, en ik verheug Me erover. Ik hou ook van jullie, maar Ik zal nog meer van je houden als jullie nu ook anderen tot Mij laten komen. Ieder een beetje. Als goede broertjes. Jullie zijn allemaal broers en zusjes, en gelijk in de ogen van God en van Mij. Allemaal gelijk. En zij die gehoorzaam en liefdevol zijn jegens hun medemensen, zijn het meest geliefd bij Mij en bij God!" De groep, om te laten zien dat ze... gehoorzaam en lie...

leren als bloemen, duiven en lammetjes te zijn

Afbeelding
- Kinderen bidden voor kinderen (Moerzeke) - 396.5 Maria Valtorta: 'De Meester is ook een leraar voor deze kleintjes, en terwijl Hij de kleinste altijd in Zijn armen houdt, spreekt Hij met de oudere over bloemen: "...zo mooi gemaakt door de hemelse Vader, van de grootste tot de kleinste, de bloemen... die in Gods ogen zo mooi zijn als kinderen wanneer ze zoet/braaf zijn. En om zoet te zijn, moet men zijn als bloemen, die niemand kwaad doen, maar net geur en vreugde brengen aan iedereen, en altijd de wil van de Heer doen, groeien waar Hij wil, bloeien wanneer Hij wil, en zich laten plukken als Hij dat wil"... (fresco Abdij van Pomposa) Hij spreekt over duiven: "...zo trouw aan hun nest, en zo rein... dat ze nooit op lelijke dingen landen, die zich altijd hun thuis weten te herinneren, en die God liefheeft, omdat ze trouw en rein zijn. Gods kinderen moeten ook zo zijn: zoals tortelduiven, die het huis van de Heer liefhebben, en er hun liefdesnest in maken, en die, om ...

kinderen brengen duif, schaapje en bloemetjes bij Jezus

Afbeelding
-kinderen in Yattah nu- 396.4 Maria Valtorta: 'De jonge moeder begroet Hem: "Kom binnen, Meester, want mijn huis is het Uwe!" en ze glimlacht. Jezus antwoordt: "Moge de Heer u belonen!" en strekt dan Zijn rechterarm uit —Zijn linkerarm is over zijn borst gevouwen, en houdt een hoek van Zijn mantel vast— om de kleine te strelen. Ik zie de mooie hand van mijn Jezus het voorhoofd van het kleintje aanraken, dat speels zijn hoofdje tegen de nek van zijn moeder drukt, en lachend zijn hoofdje begraaft. Vanuit dat nestje kijkt hij naar Jezus, en lacht, lacht, Hem uitnodigend om de streling te herhalen. Bij de put, onder een appelboom vol rijpe appels, staat een stenen bankje.  Jezus gaat daar zitten, terwijl de vrouw het huis binnengaat en met een kruik naar buiten komt. Jezus zegt haar dat ze Hem de baby moet geven, en zet hem op Zijn schoot,  terwijl de vrouw water schept en terugkomt met een beker water, en een beker melk, die ze aan Jezus geeft. Ze kiest een paar ...

Johannes overstuur bij gedachte aan Jezus' dood

Afbeelding
-Israëlische soldaat vernielt kruisbeeld (april 2026)- 392.6 Maria Valtorta: 'Jezus loopt over een smal pad langs de muren, een pad zo breed als twee handpalmen, waaronder leegte, dood, ligt. De apostelen volgen Hem, en vermijden het in de angstaanjagende afgrond te kijken. Nu zijn ze weer bij de poort waardoor ze binnenkwamen. Jezus loopt de heuvel af, zonder te stoppen. De stadspoorten worden ook aan deze kant gesloten... Vele meters van de stad af stopt Hij dan toch, en legt Zijn hand op de schouder van Petrus, die, terwijl hij zijn zweet afveegt, zegt: "We zijn maar net op tijd ontsnapt! Vervloekte stad! En vervloekte vrouw! O, arme Ananias! Die is erger dan mijn schoonmoeder!... Wat een slang!" "Ja. Ze heeft het koude hart van een slang... Simon, zoon van Jona, wat zeg je nu? Ondanks alle verdedigingswerken... lijkt deze stad jou veilig?" "Neen, Heer! Ze heeft geen God in zich. Ik zeg dat ze hetzelfde lot zal ondergaan als Sodom en Gomorra!" ...

ben je wel sterk genoeg, Judas? - vraagt Jezus, in stevige omhelzing

Afbeelding
388.5 M. Valtorta: '"Laten we ondertussen verdergaan naar dat kleine dorpje daar. Wie gaat erheen om brood te zoeken in naam van God? "Ik! Ik!"... Ze willen allemaal gaan. Maar Jezus houdt Judas van Keriot tegen. Als iedereen weg is, neemt Jezus hem bij de hand en spreekt hem van aangezicht tot aangezicht toe. Hij lijkt Zijn gedachten in Judas te willen prenten, hem zo te willen beïnvloeden dat hij geen andere gedachten meer kan hebben, dan die die Jezus wil. "Judas... Doe jezelf geen pijn! Doe jezelf geen pijn, Mijn Judas!  Voel je je niet al een tijdje rustiger en gelukkiger,  bevrijd van de octopussen van je slechtste zelf, dat menselijke zelf, dat zo makkelijk te manipuleren is door Satan en de wereld? Ja, dat doe je!  Welnu, bewaar je vrede, je welzijn. Doe jezelf geen pijn, Judas.  Ik zie jou. Je bent in zo'n goed moment! O! Als Ik je maar zo kon houden,  ten koste van al Mijn bloed,  je zo kon houden, zelfs het laatste bastion vernietigen  waar ...