Posts

Er worden posts getoond met het label woord

offer voor Maria's volle genade al door God voorbereid

Afbeelding
[Eerder, vóór Afeka , nabij  Gamla ...] 455.4 Maria Valtorta 'Beiden - de apostelen en de vrouwen - worstelen om wakker te worden, zo moe zijn ze. Maar Maria is wakker, alleen vastgehouden door het kind dat slaapt, tegen haar borst aan, zijn hoofdje onder Maria's kin. En de Moeder, die haar Jezus in de deuropening van de grot ziet verschijnen, glimlacht Hem toe met haar lieve blauwe ogen, die rood kleuren van vreugde bij het zien van Hem. En ze maakt zich los van het kind, dat een beetje jammert omdat het wordt verplaatst, en staat op en gaat naar Jezus toe met haar stille, zacht wiegende pas als een bescheiden duif. "God zegene Jou, mijn Zoon, vandaag." "God zij met je, Moeder. Was de nacht zwaar voor jou?" "Helemaal niet. Sterker nog, ik was heel gelukkig. Het voelde alsof ik Jou, mijn Kleine, in mijn armen hield... En ik droomde dat er een rivier van goud uit Je mond stroomde, die een onbeschrijflijk zoet geluid voortbracht, en een stem zei...oh! wa...

Jezus vergelijkt Battir met Eden

Afbeelding
-Romeinse boog met watertoevoer (Battir, Westbank)- 402.3 Maria Valtorta: 'Jezus wendt zich tot Johanna en zegt: "Wel, laten we nu dan Mijn goede discipel blij maken. Ik zal, zoals jij gewenst hebt, tot jouw dienaren spreken, voor Ik vertrek." Hij komt naar voren, naar de rand van de schaduw, die steeds langer wordt naarmate de zon langzaam ondergaat,  die al lijkt op een sinaasappel waarvan de onderkant beschadigd is.  Beschadiging die steeds groter wordt, naarmate de ster verdwijnt achter de bergen van Beth Ginnah,  en een vurige gloed achterlaat aan de heldere hemel. "Geliefde vrienden, Chusas en Johanna, en jullie, hun goede dienaren, die de Heer al kennen, door de lippen van Mijn discipel Jonathan, sinds vele jaren, en door de lippen van Johanna, sinds zij Mijn trouwe discipel werd, luister! Ik heb afscheid genomen in alle streken van Judea, waar Ik de meeste leerlingen heb, dankzij het werk van de eerste discipelen, de herders, en dankzij hun gehoorzaamheid aa...

type Martha gezuiverd door woord - type Magdalena door berouw en liefde

Afbeelding
-Martha en Maria (Paul-Alexandre-Alfred Leroy)- 377.6 Valtorta: 'Martha laat haar hoofd vol verdriet zakken en loopt weg. "Mijn zus houdt heel veel van Jou en wil Je graag eren..." zegt Maria, verontschuldigend. "Ik weet het, en ze zal beloond worden. Maar ze moet, zoals dit water weer zuiver is, gezuiverd worden van haar menselijke denken. Kijk, hoe helder het weer geworden is, terwijl we spraken. Martha zal gezuiverd worden door de woorden die Ik tot haar sprak. Jij... jij, door de oprechtheid van je berouw..." "Nee, door Jouw vergeving, Meester. Mijn berouw was niet genoeg om mijn grote zonde weg te wassen..." "Het was genoeg en zal genoeg zijn voor je zusters die jou zullen navolgen. Voor alle arme zieken in de geest. Oprecht berouw is een filter dat zuivert;  de liefde, daarna, is de substantie die beschermt tegen elke nieuwe verontreiniging. Daarom zullen zij die door het leven tot volwassenen en zondaars werden gemaakt,  zo onschuldig als k...

Margziams notities gaan mee naar Antiochië

Afbeelding
366.11 Maria Valtorta: 'Andreas buigt zich voorover om Maria wat te vragen en is verbaasd tranen op haar gezicht te zien. "Huil je?" vraagt ​​hij. "Waarom huilt ze? Maar hoe dan? Moeder!" zeggen velen. "Ik weet waarom zij huilt!" zegt Margziam. "Waarom dan?" "Omdat Johannes zich de dood van de Heer herinnerde." "Ja. Dat is waar! En hoe weet hij dat, als hij er niet meer was toen Jij die voorspelde?" "Omdat hij dat van Mijzelf heeft vernomen, als troost." "Hm! Troost!..." "Ja, troost! De belofte dat hij niet lang hoeft te wachten op het Koninkrijk. Hij verdient het, omdat hij jullie in wil en gehoorzaamheid heeft overtroffen. Laten we naar huis gaan. We zullen de antwoorden voorbereiden, om ze aan Tolmai mee te geven, en jij, Margziam, zult je boeken verzamelen!" "Ah! Ik begrijp het! Ik begrijp het! Hij heeft het voor hen opgeschreven!..." "Ja. Laten we gaan. Morgen gaan we naar ...

Margziam blijkt woorden van Jezus bij te houden

Afbeelding
-Slechts vier evangelisten?...- 362.9 M. Valtorta: '"En jij, Margziam, zeg jij niet wat?" "Ik luister, Meester." "De jongen luistert en schrijft. Van de ene, na de andere, worden Uw woorden herhaald, en hij schrijft en schrijft! Maar hebben wij ze wel goed gezegd?" zegt Isaak. "Ik zal ernaar kijken, en aanvullen wat er nog ontbreekt in het werk van mijn leerling," zegt Jezus, terwijl hij Margziams bruine wang streelt. En Hij vraagt: "En je oude opa? Heb je hem gezien?" "O ja! Hij herkende me niet! Hij huilde van vreugde! Maar we zullen hem in de tempel zien, want Ismaël stuurt hen. Hij heeft hen dit jaar zelfs meer dagen gegeven! Hij is bang voor U!" "Dat zal wel! Na de grap die Chanania  is overkomen  in Sjevat !" Petrus zegt het lachend. "Angst voor God bouwt niet op, maar breekt juist af. Het is geen vriendschap, maar afkoop, wat vaak omslaat in wrok. Maar ieder geeft wat hij kan..." Ze vervolgen hu...

'stemmen' van God wacht zelfde lot als Woord

Afbeelding
362.4 Maria Valtorta: 'In de hemel is er een gesloten boek. Alleen God kan het lezen. Daarin staan ​​alle waarheden. Maar God verwijdert soms de zegels, en wekt de waarheden die al aan mensen verteld zijn weer tot leven, door een mens, die voor zo'n lot is uitverkoren, op te leggen het verleden, heden en de toekomst te kennen zoals het mysterieuze boek ze bevat. Heb je ooit een zoon, de beste van het gezin, door zijn vader, of een leerling, de beste van de school , door zijn leraar, geroepen zien worden om voor te lezen uit een boek voor volwassenen en het ook uit te leggen? Hij staat naast zijn vader of leraar, omarmd door een van hun armen, terwijl de andere hand van de vader of leraar met zijn wijsvinger de regels markeert, die hij wil dat zijn geliefde leest en begrijpt. Zó handelt God met hen die tot dit lot zijn bestemd. Hij trekt hen aan en houdt hen vast met Zijn arm, en dwingt hen te lezen wat Hij wil, en de betekenis ervan te kennen, en die vervolgens uit te spreke...

transfiguratie op berg Tabor 4

Afbeelding
(Ivanka Demchuk) 349.7 Maria Valtorta: 'Het licht neemt nog toe door twee vlammen die uit de hemel neerdalen en zich aan weerszijden van Jezus vestigen. Wanneer ze op het plateau neergedaald zijn, opent hun sluier zich, en verschijnen twee majestueuze en lichtgevende figuren. De ene is ouder, met een scherpe, strenge blik en een lange, gespleten baard. Uit zijn voorhoofd stralen hoorns van licht, die erop wijzen dat hij Mozes is. De andere is jonger, mager, met een baard en behaard, min of meer zoals Johannes de Doper, op wie hij volgens mij lijkt qua lengte, magerte, bouw en gestrengheid. Terwijl het licht van Mozes helder is, zoals dat van Jezus, vooral in de stralen van zijn voorhoofd, is het licht dat van Elia uitgaat zonneachtig, dat van een levende vlam. De twee profeten nemen een eerbiedige houding aan voor hun vleesgeworden God, en  hoewel Hij hen op een vertrouwde manier toespreekt, verlaten zij hun eerbiedige houding niet. Ik begrijp geen woord van wat er gezegd wordt. ...

in synagoge van Matthias: Mijn triomf is zeker!

Afbeelding
342.5 Maria Valtorta: 'De Farizeeën zijn woedend. Maar een imposante oude man, is al een tijdje bij Jezus komen staan, en nu, tijdens een pauze in het gesprek, zegt hij: "Ik smeek U. Ga de synagoge binnen en onderwijs daar. Niemand heeft meer recht dan U. Ik ben Matthias , de synagoge-overste. Kom, en laat het Woord van God in mijn huis zijn, zoals het in Uw mond is." "Dank u wel, rechtvaardige van Israël. Vrede zij met u, altijd." En Jezus steekt doorheen de menigte - die zich als een golf splitst om hem door te laten, en zich vervolgens in zijn kielzog sluit en Hem volgt - het plein weer over en gaat de synagoge binnen, waarbij Hij opnieuw langs de grommende Farizeeën loopt. Maar ook zij, gaan de synagoge binnen, en proberen zich naar binnen te dringen. Maar de mensen kijken hen afkeurend aan en zeggen: "Waar komen jullie vandaan? Ga naar jullie eigen synagogen en wacht daar op de rabbi! Dit is ons huis! en wij zijn hier!" En de rabbijnen, Sadduceeën...

in Antiochië: getuigenis van neef Jakobus (huis David)

Afbeelding
324.3 Maria Valtorta: '"Spreek jij nu, Jakobus van Alfeüs!" "Ik ben de neef van de Nazarener. Mijn vader en Zijn vader waren broers, geboren uit één schoot. Maar ik kan mezelf geen neef noemen, maar een dienaar. Want het vaderschap van Jozef, de broer van mijn vader, was een geestelijk vaderschap, en voorwaar, ik zeg je: de wáre Vader van Jezus, onze Meester, is de Allerhoogste, die wij aanbidden. Die heeft toegestaan, dat Zijn Goddelijkheid, de Ene en Drie-enige, incarnatie onderging in de Tweede Persoon en naar de aarde kwam, terwijl Hij altijd verenigd bleef met hen die in de hemel wonen. Want dit is wat God, de oneindig Almachtige, kan doen. En Hij doet het vanwege de Liefde, die Zijn wezen is. Jezus van Nazareth is onze broer, o mensen, omdat Hij geboren is uit een vrouw, gelijk aan ons in Zijn menselijkheid. Hij is onze Meester, omdat Hij de Wijze is. Hij is het Woord van God Zelf, gekomen om tot ons te spreken en ons tot God te maken. En Hij is onze God, éé...

sacramenten: genade schenken, teruggeven of versterken - belang van vormgeving

Afbeelding
259.3 Maria Valtorta: '"En wat zullen we dan moeten doen? Altijd en alleen Jou verkondigen?" "Dat is de hoofdzaak. Verder moeten jullie, in Mijn naam, vergeving schenken en zegenen, opnieuw tot Genade toelaten, de Sacramenten toedienen die Ik zal instellen..." "Wat zijn dat voor dingen?" "Dat zijn bovennatuurlijke en geestelijke middelen, die altijd vergezeld gaan met materiële middelen, om mensen ervan te overtuigen dat de priester werkelijk iets doet. Je ziet dat, als de mens iets niet ziet, hij het niet gelooft. Hij heeft altijd iets nodig dat hem zegt dat er iets is. Daarom, wanneer Ik wonderen verricht, leg Ik handen op, of was Ik met speeksel, of geef Ik een stukje gedoopt brood... Ik zou ook met Mijn gedachten alleen al een wonder kunnen verrichten. Maar geloof jij dat mensen dan zouden zeggen: 'God heeft het wonder verricht'? Ze zouden zeggen: 'Hij is genezen omdat het uur van genezing daar was.' En ze zouden de verdienste...

Jezus onthult aan neef Jakobus Zijn kruisdood

Afbeelding
258.8 M. Valtorta: '"Maar Jij, maar Jij, het Woord van God, het Eeuwige Woord, waarom blijf Jij niet?" "Omdat Ik Woord én Vlees ben . En met het Woord moet Ik onderwijzen, en met het Vlees verlossen." "O mijn Jezus, maar hoe zul Jij verlossen? Wat staat Jou te wachten?" "Jakobus, denk aan de profeten..." "Maar is hun uitspraak niet allegorisch? Kun Jij, Woord van God, door mensen mishandeld worden? Bedoelen ze niet dat Je góddelijkheid gemarteld zal worden, Je volmaaktheid, maar niet meer, niet meer dan dat? Mijn moeder maakt zich zorgen om mij en Judas, maar ik, ik maak me zorgen om Jou en om Maria, en daarna ook om ons, die zo zwak zijn. Jezus, Jezus, als de mens Jou zou overweldigen, denkt Je dan niet dat velen van ons Jou schuldig zullen achten en zich teleurgesteld van Jou zullen afwenden?" "Ik weet het wel zeker! Er zal grote beroering komen in alle gelederen van Mijn discipelen. Maar daarna zal de vrede terugkeren, en me...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 7

Afbeelding
258.7 M. Valtorta: '"Jakobus, Ik weet dat je het zult doen, maar geef jouw Neef de belofte dat Je me niet zult teleurstellen." "Maar Heer, Heer! Ik heb maar één angst: dat ik het niet kan. Mijn Heer, ik smeek Je, geef deze taak aan een ander!" "Nee. Ik kan het niet..." "Simon, de zoon van Jona, heeft Jou lief, en Jij heeft hem lief..." "Simon, zoon van Jona, is niet Jakobus, zoon van David." "Johannes dan! Johannes, de geleerde engel, maak hem hier tot Jouw dienaar!" "Nee. Ik kan het niet. Noch Simon, noch Johannes bezitten die futiliteit die zo belangrijk is onder mensen: verwantschap. Jij bent Mijn bloedverwant. Na Mij te hebben... na Mij te hebben miskend, zal het beste deel van Israël vergeving zoeken bij God en bij zichzelf, door te proberen de Heer te leren kennen die ze in Satans uur hebben vervloekt, en het zal hun toeschijnen vergeving te hebben ontvangen, en daarmee de kracht om mijn pad te volgen, als een ...

Johannes van E. ontvangt ook zegen voor neerschrijven van Jezus' lessen

Afbeelding
250.11 Maria Valtorta: '"Wat was jij daar aan het schrijven, Johannes?" "O, Meester! Soms komt de oude Felix nog tevoorschijn, met zijn onderwijsgewoonten. Ik denk aan Margziam. Hij heeft nog een heel leven om Jou te verkondigen, en vanwege zijn leeftijd is hij niet aanwezig bij Je preken. Ik dacht een aantal lessen te noteren, die Je ons hebt gegeven, en die het kind niet heeft gehoord, omdat hij nog druk is met spelen, of te ver weg, met een van ons. Zoveel wijsheid is er vervat, in zelfs de kleinste woorden van Je! Je vertrouwelijke gesprekken zijn al een les, en net die over de dingen van alledag, van ieder mens, over die kleine dingen die uiteindelijk het allerbelangrijkste in het leven zijn, omdat ze, als ze zich opstapelen, een zware last vormen, die geduld, volharding en berusting vereisen, om ze met heiligheid te dragen. Het is makkelijker om één grote heldendaad te verrichten dan duizend of tienduizenden kleine dingen die een constante aanwezigheid van deu...

Jezus velt vonnis conform Wet, maar zonder doodstraf

Afbeelding
- ' Proef met het Bittere Water ' - 248.9 Maria Valtorta: '"Geloof je niet wat Ik zeg? Welnu, kijk dan. Hier is geen stof van de Tempel, noch het water ervan [ Num. 5:17 ] , en hier zijn geen woorden in inkt geschreven om het water bitter te maken, dat het oordeel is over jaloezie en overspel  [ Num. 5:23-24 ] . Maar hier ben Ik. En Ik oordeel." Jezus' Stem is zo indringend als een trompetstoot. De mensen verdringen zich om alles goed te zien. Alleen de Heilige Maagd en Maria van Alfeüs blijven achter om de flauwgevallen moeder te helpen. "En Ik oordeel als volgt! Geef Mij een snufje stof van de straat, en een druppel water in een kruik! En terwijl ze Mij gegeven worden, jullie die beschuldigen, en jij die beschuldigd wordt, antwoord Mij: "Ben jij onschuldig, zoon? Vertel het oprecht aan Hem die jouw Redder is." "Dat ben ik, Heer." "Asher, kun jij zweren dat jij niets dan de waarheid hebt gesproken?" "Ik zweer het. Ik zo...

Zoon, een met Vader, mag oordelen: wie herrijst in de hemel, en wie in de hel

Afbeelding
-Cristo Giudice (Fra Angelico)- 225.9 Maria Valtorta: "Wat zeg je, schriftgeleerde?" "Ik zeg dat doden niks meer horen. En dat U gek bent!" De hemel zal je ervan overtuigen dat dit niet het geval is, en dat jullie kennis niets is vergeleken met die van God. Jullie hebben bovennatuurlijke dingen zo vermenselijkt, dat je aan woorden geen andere betekenis meer geven kunt dan een onmiddellijke en een aardse. Jullie hebben de Haggadda onderwezen in vaste formules, die van jullie zelf zijn, zonder de moeite te nemen de allegorieën in hun waarheid te begrijpen, en nu, in jullie ziel, moe van de druk door een mensheid die triomfeert over de geest, nu geloven jullie niet eens zelf meer wat jullie onderwijzen. En dat is de reden waarom jullie niet langer kunnen vechten tegen de occulte krachten. De dood waarover Ik spreek is niet die van het vlees, maar van de geest. Zij zullen komen, zij die mijn woord met hun oren horen en het in hun hart verwelkomen en in praktijk brengen...

Woord, zoon van de Gedachte, is áltijd aan het werk - sabbat of niet

Afbeelding
225.6 M. Valtorta: 'Ik weet niet of de genezen man uit eigen beweging naar de Judeeërs gaat, of dat zij, terwijl ze op die plek zijn, hem tegenhouden, om te vragen of de man die net met hem gesproken heeft, degene is die het wonder heeft verricht. Ik weet in elk geval dat de man met de Judeeërs spreekt en dan weggaat, terwijl zij naar de trap gaan waarvan Jezus moet afdalen om door de andere voorhoven te lopen en de Tempel te verlaten. Zonder hem te groeten, zeggen ze bij Jezus' aankomst tegen Hem: "Dus U blijft de sabbat breken, ondanks alle smaad die U overkomt? En U wilt gerespecteerd worden, als iemand die door God gezonden is?" "Gezonden? Sterker nog, als Zijn Zoon! Want God is Mijn Vader. Als jullie Mij niet willen respecteren, houd je vooral niet in. Maar Ik zal Mijn Missie hierdoor niet staken. Er is geen moment waarop God ophoudt met werken. Ook nu werkt Mijn Vader, en Ik werk ook, want een goede zoon doet hetgeen zijn vader doet, en Ik ben gekomen om o...

wonderen verrichten via blik of woord? bezit LIEFDE! - - (alleen de duivel weerstaat die)

Afbeelding
224.3 Maria Valtorta: 'Jezus spreekt: "In waarheid zeg Ik jullie: niet alleen Ik, maar eenieder die met heiligheid, reinheid en een smetteloos geloof in God verenigd is, dit en meer zal kunnen doen. De blik van een kind, als zijn geest verenigd is met die van God, kan ijdele afgodentempels doen instorten zonder het schudden van Samson, kan zachtmoedigheid bevelen aan wilde dieren en aan beestachtige mensen, kan de dood afweren, kan geestelijke ziekten overwinnen... net zoals de woorden van een kind, dat verenigd is met de Heer en een instrument is van de Heer, ziekten kunnen genezen, gif uit slangen kunnen verwijderen, en elk wonder kunnen verrichten. Want Gód werkt in dat kind." "Aha! Nu begrijp ik het!" zegt Petrus. En hij kijkt, kijkt, kijkt naar Johannes. En concludeert dan zijn hele gedachtengang door hardop te zeggen: "Ziedaar! Jij, Meester, kon dit doen omdat Je God bent en omdat Je een Mens bent, die met God verenigd is. En zo lukt het ook hen die...

waarmee sensibiliseerde Jezus de rovers: met Zijn wil, Zijn blik, Zijn woorden... als Messias? als God?

Afbeelding
224.2 Maria Valtorta: '"Neef, vertel me de waarheid. Wist Jij dat dit zou gebeuren?" vraagt ​​Thaddeüs aan Jezus. "Ik heb jullie al vaak verteld dat Ik harten lees en dat Ik, tenzij de Vader anders besluit, wel weet wat er moet gebeuren." "Maar waarom maak Je dan soms fouten, zoals naar vijandige Farizeeën gaan, of naar vijandig gezinde steden?" vraagt ​​Judas Iskariot. Jezus kijkt hem aandachtig aan, en zegt dan kalm en langzaam: "Dat zijn geen fouten. Het zijn noodzakelijkheden van Mijn Missie. Aan een dokter hebben zieken een behoefte, aan een leraar onwetenden. Zowel de laatsten als de eersten wijzen soms de dokter of de leraar af. Maar zij, als ze een goede dokter en een goede leraar zijn, blijven naar degenen gaan die hen afwijzen, omdat het hun plicht is om te gaan. Ik ga. Jullie zouden willen dat alle weerstand verdwijnt waar Ik ook verschijn. Dat zou Ik kunnen doen. Maar Ik dwing niemand. Ik overtuig. Dwang mag alleen in zeer uitzonderlij...