Posts

Er worden posts getoond met het label perfectie

Maria zal wéten wanneer het uur daar is

Afbeelding
[later, in Kafanaüm...] 460.10 Maria Valtorta: '"Moeder, kom mee met Mij naar boven. Wij zullen deze uren samen doorbrengen." Maria volgt Hem zwijgend.  Ze gaan de bovenkamer binnen,  koel en schaduwrijk door de wijnranken die er groeien  en de gordijnen die schaduw bieden. "Ga je weg, mijn Jezus?!"  Maria is erg bleek. "Ja. Het is tijd." "En moet ik niet naar het Loofhuttenfeest komen? Mijn zoon!..."  Maria snikt. "Moeder! Waarom? Het is niet de eerste keer dat we uit elkaar gaan!" "Nee. Dat is waar. Maar... O! Ik herinner me wat Je mij vertelde in het bos bij Gamla ... Mijn zoon! Vergeef een arme vrouw. Ik zal Jou gehoorzamen... Ik zal met Gods hulp sterk zijn... Maar ik wil een belofte van Jou..." "Welke, Moeder van Mij?" "Dat Je dit vreselijke uur niet voor mij zult verbergen.  Niet uit medelijden, niet uit wantrouwen jegens mij...  Dat zou te pijnlijk zijn... en te veel kwelling... Pijnlijk omdat...  ik...

offer voor Maria's volle genade al door God voorbereid

Afbeelding
[Eerder, vóór Afeka , nabij  Gamla ...] 455.4 Maria Valtorta 'Beiden - de apostelen en de vrouwen - worstelen om wakker te worden, zo moe zijn ze. Maar Maria is wakker, alleen vastgehouden door het kind dat slaapt, tegen haar borst aan, zijn hoofdje onder Maria's kin. En de Moeder, die haar Jezus in de deuropening van de grot ziet verschijnen, glimlacht Hem toe met haar lieve blauwe ogen, die rood kleuren van vreugde bij het zien van Hem. En ze maakt zich los van het kind, dat een beetje jammert omdat het wordt verplaatst, en staat op en gaat naar Jezus toe met haar stille, zacht wiegende pas als een bescheiden duif. "God zegene Jou, mijn Zoon, vandaag." "God zij met je, Moeder. Was de nacht zwaar voor jou?" "Helemaal niet. Sterker nog, ik was heel gelukkig. Het voelde alsof ik Jou, mijn Kleine, in mijn armen hield... En ik droomde dat er een rivier van goud uit Je mond stroomde, die een onbeschrijflijk zoet geluid voortbracht, en een stem zei...oh! wa...

niet bang zijn, wel je bekeren (voor je sterft)

Afbeelding
-Berouw (Nikolaos Gyzis)- 402.7 Maria Valtorta: '"Ik heb jullie dit verteld, opdat jullie het zouden weten. Opdat iedereen het zou weten. En opdat de goddelozen zich mogen bekeren, zolang ze nog kunnen, naar het voorbeeld van Achab, en opdat de goeden niet verontrust zouden worden in de duisternis. O kinderen van Battir, vaarwel. Moge de God van Israël altijd met jullie zijn, en moge de Verlossing haar dauw neerzenden op een rein veld, zodat daarin alle zaden mogen ontkiemen die in jullie harten gezaaid zijn door de Meester die jullie tot de dood toe liefhad." Jezus zegent hen, en kijkt hen langzaam na terwijl ze weggaan. De zon gaat onder. Alleen een rode gloed, die langzaam vervaagt tot paars, blijft over als herinnering aan de zon.  De sabbatsrust is voorbij. -Verloren Zoon (Rembrandt)- Jezus kan vertrekken. Hij kust de kleinen, groet de discipelen en groet Chusas. En bij de drempel van de poort keert Hij zich om en zegt luid, zodat allen het kunnen horen: "Ik zal...

als God in ons woont, zullen wij in God wonen

Afbeelding
CCCXCVII AFSCHEIDSREDE TOT DE GELOVIGEN VAN JUTTAH 397.1 Maria Valtorta: 'Jezus spreekt op een stille ochtend tot de mensen van Juttah. O! Je zou werkelijk kunnen zeggen dat heel Juttah aan zijn voeten ligt. Ook de herderskinderen, die gewoonlijk verspreid over de berghellingen te vinden zijn, zijn er, aan de rand van de menigte, met hun schapen. Ook die die gewoonlijk elders heen gaan, naar de velden, de bossen, de markten, zijn er. En kijk, daar zijn de zwakke oude mannen! En daar, vlak om Jezus heen, de lachende kleintjes! En daar, de jonge meisjes! En daar, de pasgetrouwden! En daar, zij die op het punt staan ​​te bevallen! En daar, zij die hun baby's aan de borst houden! Heel Juttah! De berguitloper die naar het zuiden uitsteekt, is het amfitheater, dat deze serene bijeenkomst van mensen verwelkomt. Zittend in het gras of schrijlings op de droge stenen muur, met de wijde horizon om hen heen, de oneindige hemel boven hen, de beek beneden die lacht en glinstert in de ochten...

Engedi-overste ontmoette destijds de Driekoningen

Afbeelding
390.6 M. Valtorta: '"Ik herinner me een avond van vele jaren geleden. Ik was toen gelukkig, maar ook toen, in vreugde, een gelovige. Want zo is het nu eenmaal! Zolang de mens gelukkig is, kan hij God snel vergeten. Ik geloofde in God, ook in die tijd van vreugde, toen mijn vrouw jong en gezond was, en ik Elisa opvoedde, als jong meisje zo mooi als een palmboom al verloofd, en Eliseo , die haar evenaarde in schoonheid en overtrof in kracht, zoals het een man betaamt... Ik was met de jongen naar de bronnen bij de wijngaarden gegaan, die de bruidsschat van Colomba vormen, en had vrouw en dochter achtergelaten bij de weefgetouwen, waar de bruidsjurk werd geweven... Maar misschien verveel ik je? Een arme man droomt van vroegere vreugden, hij herinnert ze zich... maar anderen geven er niet om..." "Spreek, spreek!" "Ik ging met de jongen mee... De bronnen... Als je van de westelijke weg kwam, weet je waar ze zijn... De bronnen lagen aan de rand van de gezegende ...

alleen rijk aan geld, enkel jong qua lijf?... dán zul je bang zijn voor de dood

Afbeelding
383.5 Maria Valtorta: '"Vrede zij met jullie allen! Zeer zeker mishaagt de dood de rijken en de jongeren, die enkel rijk en jong zijn in geld en in jaren. Maar zij die rijk zijn in deugd, en die jong zijn door zuiverheid van moraal,  die hebben geen afkeer van de dood. De waarlijk wijze mens, vanaf het moment dat hij het vermogen tot rede verwerft, gedraagt ​​zich zodanig dat hij vredig zal sterven. Het leven is de voorbereiding op de dood, net zoals de dood de voorbereiding is op het grotere Leven. De waarlijk wijze mens, vanaf het moment dat hij de waarheid van leven en sterven begrijpt, van het sterven om te worden opgewekt, streeft er op alle mogelijke manieren naar zich te ontdoen van al het nutteloze en zich te verrijken met al het nuttige, d.w.z. met deugden en goede daden, zodat hij een overvloed aan goede dingen heeft voor Hem die hem tot Zich zal roepen om hem te oordelen, te belonen of te straffen naar volkomen rechtvaardigheid. De waarlijk wijze mens leidt een leve...

slachtofferziel doet meer dan zorgen voor eigen hemel

Afbeelding
376.3 Maria Valtorta: "Doe méér, Mijn vriend! Het is al veel om je erbij neer te leggen en de pijn te lijden. Maar geef het een nog grotere waarde." "Welke waarde, mijn Heer?" "Bied het aan voor de verlossing van de mensheid." "Ook ik ben maar een arme mens, Meester. Ik kan er niet naar streven een verlosser te zijn." "Dat zegt jij wel, maar je vergist je. God is mens geworden om de mensheid te helpen. Maar mensen kunnen God helpen! De werken van de rechtvaardigen zullen verenigd worden met de Mijne in het uur van de Verlossing. Van de rechtvaardigen, eeuwen geleden al gestorven, nu levend of in de toekomst. Voeg jij nu het jouwe toe, vanaf vandaag.   Het is zo mooi om jezelf te verenigen met de oneindige Goedheid, eraan toe te voegen wat wij van onze beperkte goedheid kunnen geven en te zeggen: "Ook ik werk mee, O Vader, voor het welzijn van mijn broers en zussen." Er kan geen grotere liefde zijn, voor de Heer en voor onze naaste...

rode zaal van paleis is voor armen, atrium voor Jezus

Afbeelding
-Bovenzaal (Jeruzalem)- 375.2 Maria Valtorta: 'Zo verstrijken de uren, tot Maria Magdalena een lampje komt brengen, want de avond valt en de ramen zijn gesloten. "Slaapt hij nog?" fluistert ze. "Ja. Hij is heel stil. Dat zal hem goed doen." "Hij heeft al maanden niet zo lang geslapen... Ik denk dat de angst voor de dood hem erg onrustig maakte. Met Jou in de buurt is er geen angst... voor wat dan ook... Hij heeft geluk!" "Waarom, Maria?" "Omdat hij Jou bij zich zal hebben als hij sterft. Ik daarentegen..." "Waarom jij niet?" "Omdat Jij wil sterven... en snel. En wie weet, wanneer ik zal sterven.... Laat mij sterven vóór Jou, Meester!" "Nee, jij moet Mij nog lang dienen!" "Dus heb ik gelijk, als ik zeg dat Lazarus geluk heeft!" "De teerbeminden zullen allen evenveel geluk hebben als hij. Zelfs meer dan hij!" "Wie zijn dat? De zuiveren, toch?" "Zij die weten hoe ze volko...

Johanna liet tafels dekken op bovenste terras - voor allen samen!

Afbeelding
-Getty Villa- 370.4 Maria Valtorta: 'Ondertussen heeft Johanna het druk, maar knielt ze neer, in afwachting van de Meester. Hij draait zich om en ziet haar. "Vrede zij met jou, Johanna! Je hebt mij perfect gehoorzaamd!" "Jou gehoorzamen is mijn vreugde! Maar ik was niet de enige die Jou 'het hof' verschafte zoals Jij dat wilde. Chusas heeft mij op alle mogelijke manieren geholpen, en Martha en Maria ook. En Elise samen met hen. Sommigen stuurden hun dienaren eropuit, om te halen wat nodig was, en om mijn dienaren te helpen om de gasten te verzamelen, anderen hielpen de dienstmeisjes en de badmeesteressen om de 'geliefden', zoals Jij hen noemt, te reinigen. Nu zal ik, met Jouw toestemming, allen wat te eten geven, zodat ze niet uitgeput raken van het wachten op de tafels." "Ga je gang, ga je gang! Waar zijn de vrouwelijke discipelen?" "Op het bovenste terras, waar ik de tafels heb klaargezet. Heb ik dat goed bedacht?" "Ja,...

God van in den beginne zwanger van Maria (Vergeving)

Afbeelding
348.10 Maria Valtorta: '"Ik sprak jullie net over 'de eeuwige schoonheid van de ziel van Mijn Moeder'... Ik ben het Woord, en daarom weet Ik  woorden zonder fouten te gebruiken. Ik zei 'eeuwig'..., niet 'onsterfelijk'... En Ik zei dat niet zonder reden. Onsterfelijk is hij die, eenmaal geboren, nooit meer sterft. Zo is de ziel van een rechtvaardige onsterfelijk in de hemel, de ziel van een zondaar onsterfelijk in de hel, omdat de ziel, eenmaal geschapen, niet meer sterft, tenzij door Genade. Maar de ziel heeft leven. Ze bestaat, vanaf het moment dat God haar bedenkt. Het is de Gedachte van God die haar schept. - De ziel van Mijn Moeder... is altijd  al door God gedacht. Daarom is zij eeuwig in haar schoonheid, waarin God alle volmaaktheid heeft uitgestort, tot Zijn genoegen en troost. - Er staat geschreven in het Boek van onze voorvader Salomo [ Spreuken 8:22-31 ] , die jou voorzag... en daarom jouw profeet kan genoemd worden: 'God bezat mij aan h...

Jezus wil tijdlang in Kafarnaüm prediken - wie Hem horen wil, moet zelf komen

Afbeelding
- synagoge van Kafarnaüm - 262.2 M. Valtorta: 'De kamer op de begane grond is koel en schaduwrijk, ruim als ze is, en open naar de voor- en achterkant van het huis, met twee deuren die in de schaduw liggen, de ene van een machtige vijgenboom, de andere van een hoge haag met stervormige bloemen, een soort zonnebloem qua vorm, maar met een minder gigantische bloemkroon. Een smaragdgroen licht valt zo de grote kamer binnen, wat de ogen vermoeid van de intense zon aanzienlijk verlicht. In de grote kamer staan ​​banken en tafels, waaraan de vrouwen wellicht spinnen en weven, en de mannen landbouwwerktuigen repareren, of voorraden meel en fruit opslaan, zoals blijkt uit de balken vol haken en consoletafels, evenals de lange kisten langs de muren. Glanzende vlas- of hennepvlechten hangen losjes langs de witgekalkte muur, en een felrood doek, gespannen op een onbedekt weefgetouw, lijkt de hele kamer op te fleuren, met zijn vrolijke, pompeuze kleur. De vrouw des huizes keert terug, nadat ze...

jullie ziel is net sterker dan de onze, troost Petrus de boeren

Afbeelding
260.6 Maria Valtorta: 'Een stilte. Jezus staat met het hoofd gebogen, Zijn gelaatsuitdrukking onzichtbaar. Maar de gezichten van de anderen zijn zichtbaar. En het zijn niet echt gezegende gezichten. Die van de boeren zijn nog neerslachtiger dan voorheen; die van de apostelen en de vrouwen zijn verbijsterd, en, ik zou bijna zeggen, bang. "We zullen proberen geen andere gedachte in ons toe te laten dan geduld en vergeving," antwoordt de oude man nederig. Een andere boer zucht: "Het zal zeker moeilijk zijn voor ons, om tot de volmaaktheid van de liefde te komen, voor ons die al zoveel doen, als we niet de moordenaars van onze beulen zijn geworden! De ziel lijdt, lijdt, lijdt, en zelfs als ze niet haat, dan worstelt ze om lief te hebben, zoals die uitgemergelde kinderen, die worstelen om te groeien..." "Maar nee, man! Ik geloof net dat, omdat jullie zoveel hebben geleden, zonder moordenaars en wraakzuchtigen te worden, je ziel sterker is dan de onze in de liefd...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 5

Afbeelding
258.5 Valtorta: '"Je zult moeten weten volmaakt lief te hebben om een ​​heilige leider te zijn. Niet wapens en vervloekingen, maar je hart moet zich stellen tegenover de wapens en vervloekingen van de Joden. Laat je nooit verleiden de Farizeeën na te volgen door de heidenen als vuilnis te beschouwen. Ik ben ook voor hen gekomen! Want voorwaar, de annihilatie van God in een aan de dood onderhevig vlees, enkel en alleen voor Israël, dat zou buiten proportie zijn geweest! Want als het waar is dat Mijn Liefde Mij met vreugde mens zou hebben gemaakt zelfs voor de redding van één enkele ziel, dan dicteert de Rechtvaardigheid, die ook deel uitmaakt van God, dat de Oneindige Zichzelf vernietigt voor een oneindigheid: het menselijk geslacht. Om hen niet af te stoten, moet je ook met hen zachtmoedig zijn, jezelf er enkel toe beperkend onwrikbaar te zijn in het dogma, maar toegeeflijk jegens andere levensvormen die niet gelijk zijn aan de onze, en al het materiële, zolang er geen sch...

Jezus corrigeert gekibbel met zachte hand - wijst op verantwoordelijkheid t.a.v. pas bekeerden

Afbeelding
- papierkunst (Angelika Wolpert) - 255.5 Maria Valtorta: 'Petrus schreeuwt zo hard, dat Jezus stopt en zich omdraait, en aanstalten maakt om terug te lopen en de vrouwen achter te laten. "Hij heeft het gehoord! Nu zal hij bedroefd zijn!" zegt de apostel Johannes. "Nee, Meester. Kom niet. We waren aan het ruzieën... om de tijd te doden tijdens de verveling van de reis," zegt Thomas meteen. Maar Jezus blijft staan tot ze Hem inhalen. "Waar hadden jullie ruzie over? Moet ik nogmaals zeggen dat de vrouwen je overtreffen?" De zachte terechtwijzing raakt ieders hart. Ze zwijgen en buigen hun hoofd. "Vrienden, vrienden! Wees geen voorwerp van schande voor hen die nu pas in het Licht geboren worden! Weet je dan niet dat één onvolkomenheid in jullie schadelijker is voor de verlossing van een heiden of een zondaar, dan alle dwalingen van het heidendom?" Niemand antwoordt, omdat ze niet weten wat te zeggen om zichzelf te rechtvaardigen of beschuldiging...

Johannes herhaalt wat Jezus op Tabor zei - 2

Afbeelding
244.5 M. Valtorta: 'Johannes bloost hevig als hij Jezus' woorden begint te herhalen. "Hij zei: 'Ziehier de on-eindige bladzij waarop stromingen het woord 'Credo' schrijven. Denk aan de Chaos van het Universum voordat de Schepper de elementen wilde ordenen en ze wilde vormen tot een wonderbaarlijke sociëteit, die aan de mens de aarde gaf, en alles wat daarop is, en aan het firmament de sterren en planeten. Dat alles was er niet. Noch als vormloze chaos, noch als geordend iets. God schiep het. En Hij schiep dus als eerste de elementen. Omdat ze noodzakelijk zijn, ook al lijken ze soms schadelijk. Maar denk er altijd aan: er is geen druppel dauw, die geen goede reden van bestaan ​​heeft; er is geen insect, hoe klein en irritant ook, dat geen goede reden van bestaan ​​heeft. En evenzo is er geen monsterlijke berg, die vuur en gloeiende lapilli uit zijn ingewanden spuwt, die geen goede reden van bestaan ​​heeft. En is er geen cycloon zonder reden. En er is geen —o...

oude Crispus, ooit losbandig, blijft Jezus volgen

Afbeelding
242.5 Maria Valtorta: "Meester!"... roept de corpulente, bejaarde Romein die Maria Magdalena verdedigde. Jezus draait zich om. "Zij noemen u Meester, en ik noem U ook zo. Ik wilde u horen spreken. Ik ben half filosoof en half levensgenieter. Maar misschien kunt U van mij een eerlijk man maken." Jezus kijkt hem indringend aan en zegt: "Ik verlaat de stad waar de laagheid van de menselijke dierlijkheid heerst en spot de boventoon voert." En Hij loopt verder. De man volgt, zwetend en worstelend, want Jezus' tempo ligt hoog, en hij is dik en oud, ook gaat gebukt onder ondeugden. Petrus, die zich omdraait, waarschuwt Jezus. "Laat lopen. Hij is Jouw zorg niet." Na een tijdje zegt Iskariot: "Maar die man vólgt ons. Dat is niet goed!" "Waarom? Uit medelijden? Of om een ​​andere reden?" "Medelijden met hem? Nee. Omdat de schriftgeleerde van eerder ons van iets verder volgt, met andere Joden." "Laat ze doen. Maar het ...

wonderen verrichten via blik of woord? bezit LIEFDE! - - (alleen de duivel weerstaat die)

Afbeelding
224.3 Maria Valtorta: 'Jezus spreekt: "In waarheid zeg Ik jullie: niet alleen Ik, maar eenieder die met heiligheid, reinheid en een smetteloos geloof in God verenigd is, dit en meer zal kunnen doen. De blik van een kind, als zijn geest verenigd is met die van God, kan ijdele afgodentempels doen instorten zonder het schudden van Samson, kan zachtmoedigheid bevelen aan wilde dieren en aan beestachtige mensen, kan de dood afweren, kan geestelijke ziekten overwinnen... net zoals de woorden van een kind, dat verenigd is met de Heer en een instrument is van de Heer, ziekten kunnen genezen, gif uit slangen kunnen verwijderen, en elk wonder kunnen verrichten. Want Gód werkt in dat kind." "Aha! Nu begrijp ik het!" zegt Petrus. En hij kijkt, kijkt, kijkt naar Johannes. En concludeert dan zijn hele gedachtengang door hardop te zeggen: "Ziedaar! Jij, Meester, kon dit doen omdat Je God bent en omdat Je een Mens bent, die met God verenigd is. En zo lukt het ook hen die...

laat Jézus uitmaken wie waar wanneer

Afbeelding
-Christus tussen de geleerden (Bernardino Luini)- 222.5 Maria Valtorta: 'Jezus keerde zich om, toen hij de verontruste schreeuw van Jakobus hoorde, en Johannes' laatste woorden verhelderen voor Hem de situatie. "Laat Johannes met rust. Het heeft geen zin hem onder druk te zetten. Hij heeft een grote gelijkenis met Mijn Moeder. En hij wil niet spreken." "Vertel Jij het dan, Meester!" smeken ze allemaal. "Wel, kijk. Ik heb Johannes meegenomen omdat hij de meest geschikt was voor wat Ik wilde doen. Ik werd geholpen, en hij werd vervolmaakt. Daarmee is alles gezegd." Petrus, Jacobus (broer van Johannes), Thomas en Judas Iskariot kijken elkaar aan, hun mond een beetje vertrokken, teleurgesteld. En Judas Iskariot beperkt zich niet tot teleurgesteld zijn, hij zegt: "Waarom iemand vervolmaken die al de beste is?" Jezus antwoordt hem: "Jij hebt zelf gezegd: 'Iedereen heeft zijn eigen weg en volgt die'... Ik heb de Mijne. Johannes heef...