Maria zal wéten wanneer het uur daar is
[later, in Kafanaüm...] 460.10 Maria Valtorta: '"Moeder, kom mee met Mij naar boven. Wij zullen deze uren samen doorbrengen." Maria volgt Hem zwijgend. Ze gaan de bovenkamer binnen, koel en schaduwrijk door de wijnranken die er groeien en de gordijnen die schaduw bieden. "Ga je weg, mijn Jezus?!" Maria is erg bleek. "Ja. Het is tijd." "En moet ik niet naar het Loofhuttenfeest komen? Mijn zoon!..." Maria snikt. "Moeder! Waarom? Het is niet de eerste keer dat we uit elkaar gaan!" "Nee. Dat is waar. Maar... O! Ik herinner me wat Je mij vertelde in het bos bij Gamla ... Mijn zoon! Vergeef een arme vrouw. Ik zal Jou gehoorzamen... Ik zal met Gods hulp sterk zijn... Maar ik wil een belofte van Jou..." "Welke, Moeder van Mij?" "Dat Je dit vreselijke uur niet voor mij zult verbergen. Niet uit medelijden, niet uit wantrouwen jegens mij... Dat zou te pijnlijk zijn... en te veel kwelling... Pijnlijk omdat... ik...