Posts

Er worden posts getoond met het label kluizenaar

met wilde honing, na frisse duik, de woestijn door

Afbeelding
388.3 Maria Valtorta: 'De heuvels kleuren inderdaad minder onheilspellend groen, hoewel ze weinig schaduw bieden en bedekt zijn met kort gras.  Toch zijn ze geurig en bezaaid met bloemen als een kleurrijk tapijt.  Bijen smullen ervan en vliegen dan naar de grotten die verspreid liggen langs de berghellingen.  Daar, onder hangende gordijnen van klimop en kamperfoelie,  leggen ze hun honing in natuurlijke bijenkorven. Simon Zeloot gaat naar een grot  en komt eruit met honingraten vol gouden honing.  En gaat naar een andere, en nog een, totdat hij genoeg heeft voor iedereen.  Hij biedt de zoete, draderige honing aan de Meester en zijn vrienden aan, die er graag van eten. "Was er maar brood! Wat is dit lekker!" zegt Thomas. "O! Zelfs zonder brood is het lekker!  Beter dan de korenaren van de Filistijnen.  En... laten we hopen dat er geen Farizeeër komt, die ons vertelt dat we ze niet mogen eten!" zegt Jakobus van Zebedeüs. Ze gaan zo etend ver...

Aglaë zal nu, met haar wil, het vlees volledig doden

Afbeelding
- Maria van Egypte ontvangt eucharistie van H. Zosimas - 200.4 Maria Valtorta: '"Maar nu... Wat moet ik nu doen, vertel me, mijn Redder... wat moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen? Een man wordt al verdorven door alleen nog maar naar mij te kijken... Ik kan niet leven met de constante angst om ontdekt en verleid te worden... Op deze reis beefde ik bij elke mannelijke blik... Ik wil niet langer zondigen, of anderen tot zonde aanzetten. Geef me het pad om te volgen. Wat het ook mag zijn, ik zal het volgen. U ziet dat ik sterk ben, ook in moeilijke tijden... En zelfs als ik door te veel ontbering de dood tegenkom, ben ik niet bang. Ik zal hem 'mijn vriend' noemen, omdat hij mok voor altijd zal bevrijden van de gevaren van de aarde. Spreek, mijn Redder!" "Ga naar een verlaten plaats." "Waarheen, Heer?" "Waarheen je wil. Waarheen jouw geest je brengen zal." "Zal mijn pas gevormde geest tot zoveel in staat zijn?" "...

Maria wil naar Elizabeth

Afbeelding
-spoor van oude heerweg in Noord-Israël- 18.5-6 Maria Valtorta: 'Maria legt, net zoals iemand die een beslissing neemt, het borduurwerk op haar schoot en zegt: "Jozef, ik heb je iets te vertellen! Ik heb nooit wat, want je weet hoe teruggetrokken ik leef, maar vandaag heb ik nieuws. Ik heb het nieuws ontvangen dat Elizabeth, ons familielid, de vrouw van Zacharias, op het punt staat een zoon te krijgen!" Jozef spert zijn ogen open en zegt: "Op die leeftijd?" "Op die leeftijd!" antwoordt Maria glimlachend. "De Heer kan alles. En nu wou Hij die vreugde schenken aan ons familielid." "Hoe weet jij dat? Is het zeker, dat nieuws?" "Er is een boodschapper gekomen, en hij is iemand die niet kan liegen. Ik zou graag naar Elizabeth toe willen gaan, om haar te dienen, en haar te vertellen dat ik mij, met haar, verheug! Als je me toestaat..." "Maria, jij bent mijn vrouw en ik ben je dienaar. Alles wat jij doet, is goed gedaan. Wan...

licht avondmaal, alleen

Afbeelding
XVIII MARIA KONDIGT ELIZABETHS MOEDERSCHAP AAN JOZEF AAN EN VERTOUWT GOD DE TAAK TOE OM HET HARE TE VERANTWOORDEN 18.1 Maria Valtorta: 'Het kleine huis van Nazareth verschijnt aan mij, met Maria erin. Maria nog zo jong als wanneer de Engel van God aan haar verscheen . Alleen al het zien ervan, vult mijn ziel met de maagdelijke geur van dat huis. Met het engelachtige parfum dat nog steeds in de buurt hangt van waar de Engel zijn gouden vleugels uitwaaierde. Met het goddelijke parfum dat zich geheel op Maria concentreerde om van haar een Moeder te maken en dat nu uit haar vloeit. Het is avond, want schaduwen beginnen de omgeving binnen te dringen waar voordien zoveel hemellicht viel. Maria, geknield bij haar bed, bidt met haar armen over elkaar op haar borst en met haar gezicht zeer naar de grond gebogen. Ze is nog steeds gekleed zoals ze was ten tijde van de Aankondiging. Alles is zoals het toen was. De bloeiende tak in de vaas, de inrichting met dezelfde orde. Alleen  spinrokken...

ongeschonden, tóch moeder

Afbeelding
-Annunciatie (Maurice Denis)- 17.9 Maria zegt: 'Vreugde...om moeder te zijn! Ik had mij aan God toegewijd, van jongs af aan, omdat het Licht van de Allerhoogste mij had verlicht over de oorzaak van het kwaad in de wereld, en ik, voor zover dat in mijn macht lag, het spoor van Satan uit mij had willen wegwissen. Ik wist niet dat ik onbevlekt was. Ik kon mij dat niet voorstellen, dat ik dat zou zijn. Er alleen al aan denken, zou aanmatiging en trots zijn geweest, omdat het voor mij, geboren uit menselijke ouders, niet passend ​​was te denken dat ik de Uitverkorene zou zijn om de Onbevlekte te worden. De Geest van God had mij onderricht over de pijn van de Vader over Eva's verdorvenheid, die zichzelf, een schepping van Genade, had willen verlagen tot een lagere scheppingsgraad. Het was mijn bedoeling om die pijn te verzachten, door mijn vlees terug te brengen naar engelachtige zuiverheid door mezelf onschendbaar te houden voor menselijke gedachten, verlangens en contacten. Alleen...

God kiest Maria's man 8

Afbeelding
-H. Jozef (L. Ferri, op aanwijzingen van Maria Valtorta)- -Maagd Maria (idem)- 12.8 Maria Valtorta "Dan ga ik naar Nazareth om alles voor je klaar te maken, bij jou thuis als je daar graag naartoe gaat, ergens anders als je liever daarheen wilt." "In mijn huis... Er was daar beneden een grot ... Is die er nog?" "Die is er nog, maar ze is niet langer van jou... Maar ik zal er een maken waar je tijdens de heetste uren fris en stil kunt blijven. Ik zal ze zo vergelijkbaar mogelijk maken. En vertel me, wie wil je bij je hebben?" "Niemand. Ik ben niet bang. De moeder van Alfeüs , die me altijd komt opzoeken, zal me overdag 'n beetje gezelschap houden, en 's nachts ben ik het liefst alleen. Mij ​​kan niets ergs overkomen." "En dan ben ik er nog... Wanneer moet ik je komen halen?" "Wanneer je maar wilt, Jozef." "Dan kom ik zodra het huis opgeruimd is. Ik zal niets aanraken. Ik wil dat jij het aantreft zoals je moeder h...

volgens johannes'je

Afbeelding
-Johannes op Patmos- Het Poëma van de Mens-God - in het Italiaans " Il Poema dell'Uomo-Dio " - is het Evangelie volgens Maria Valtorta zoals het haar werd geopenbaard door Jezus Christus in de jaren 1944 tot 1947. Jezus noemde haar altijd 'mijn kleine Johannes' oftewel 'Johannes'je' of 'Jannetje'... Naar Johannes de Evangelist. Omdat hij, net als zij - m.n. bij het schrijven van de Apocalyps  - 'geïnspireerd werd van boven' -idem- en afgescheiden was van de gewone wereld, verbannen op het eiland Patmos. Net zoals Maria Valtorta aan bed gekluisterd was in Viareggio , aan de kust van de Middellandse Zee, ver weg van Firenze... -idem (George Richmond)- wiki