Posts

Er worden posts getoond met het label glimlach

Jezus dooft glimlachend de heidebrand

Afbeelding
441.8 Maria Valtorta: 'Jezus staat met Zijn armen gekruist op de rand van de heuvel, kijkt en glimlacht, denkend... Het contrast tussen het witte maanlicht in het oosten en het rode licht van de vlammen in het westen is groot, en degenen die toekijken zijn allemaal wit van het maanlicht op hun rug en rood van de weerspiegeling van de vlammen op hun gezicht. En de vlammen woeden, woeden, als water dat overstroomt, dat stijgt en zich verspreidt... Het vuur is slechts een paar meter van het bos verwijderd en verlicht al de stapels hout aan de rand ervan. Het steeds feller wordende licht onthult de huizen van een klein dorpje, bovenop de heuvel waar het vuur steeds hoger klimt. "O Miserabele mensen! Ze zullen alles verliezen!" zeggen velen. En ze kijken naar Jezus, die zwijgzaam is en glimlacht... Maar dan... zie, Hij ontspant Zijn armen en roept: "Stop! Doof uit! Ik wil het." En, alsof er een grote kist met as wordt neergelaten om de vlammen te doven, het vuur houd...

geen zorgen, Johanna, alles geschiedt zoals besloten

Afbeelding
400.7 Maria Valtorta: 'Jezus staat ook op en zegt: "Gezegend ben je, Johanna, door dit woord. En wees vredig. Noch de haat, noch de liefde van Judas kan veranderen wat in de hemel geschreven staat. Mijn opdracht zal worden volbracht zoals besloten is. Heb nergens spijt van, nooit. Wees kalm zoals de kleine Matthias, die na een huis te hebben gebouwd – naar zijn mening een mooier – voor zijn krekel,  in slaap viel met zijn voorhoofd tegen wat rozenblaadjes, en glimlachte... in de overtuiging dat het op de rozen stond... Want het leven is mooi als je onschuldig bent. Ik glimlach ook, ook al heeft Mijn aardse leven geen bloemen,  maar alleen geplukte, verdorde blaadjes. Maar in de hemel zal Ik alle rozen hebben van de geredden... Kom. De nacht valt. Straks zien we het pad niet meer." Johanna reikt naar het kind om het in haar armen te nemen. "Laat maar... ik neem hem wel. Kijk eens hoe hij glimlacht! Natuurlijk droomt hij van de hemel! Van zijn moeder! En van jou... Ook...

geruchten van samenzwering tegen Herodes - Chusas nerveus - Johanna bezorgd om pas bekeerden

Afbeelding
-Johanna en Chusas (zoals gezien door MV)- 400.4 M. Valtorta: 'Johanna glijdt het gras op, en, half op haar hielen zittend, lager dan Jezus, die hoger op Zijn zetel zit, sober en stijf in Zijn houding, afstandelijk als man,  afstandelijker dan wanneer ze gescheiden zouden zijn door meters en meters en obstakels en obstakels,  maar dichtbij als God en Vriend door de vriendelijkheid van Zijn blik en Zijn glimlach. En ze kijkt naar Hem, Johanna kijkt naar Hem, in de zachte schemering van de meiavond. Eindelijk spreekt ze: "Mijn Heer... voordat ik spreek... moet ik Jou vragen stellen... Je gedachten leren kennen... begrijpen of ik mij altijd heb vergist in het begrijpen van Jouw woorden... ik ben een vrouw, een domme vrouw... misschien heb ik gedroomd... en weet ik pas nu de dingen echt... de dingen zoals Jij ze hebt gezegd, zoals Jij ze hebt voorbereid, zoals Jij ze voor Jouw Koninkrijk wenst...  Misschien heeft Chusas gelijk ... en heb ik ongelijk..." "Heeft Chusas jou...

Eliseo behoort, na reiniging, voortaan de Heer toe

Afbeelding
391.6 Maria Valtorta: 'Jezus spreekt: "Zoon van Abraham en van de Vader in de hemel, luister! Wat jouw rechtvaardige vader je heeft geprofeteerd, wordt vervuld. De Heiland is hier, en met Hem jouw vrienden uit Engedi, en de apostelen van de Messias, allen gekomen om zich te verheugen over jouw opstanding. Kom zonder vrees! Kom tot bij de kloof, en Ik zal ook komen, en Ik zal jou aanraken,  en je zult gereinigd worden. Kom zonder vrees naar de Heer die jou liefheeft!" De takken wijken weer uiteen, en de melaatse kijkt angstig naar buiten. Hij kijkt naar Jezus, een witte gestalte die over het gras van het plateau loopt, en stilstaat aan de rand van de afgrond... Hij kijkt naar de anderen... en vooral naar zijn oude vader die, alsof hij betoverd is, Jezus volgt met uitgestrekte armen, zijn ogen gericht op het gezicht van zijn melaatse zoon. Die komt naar voren, gerustgesteld. Zwaar hinkend door de wonden aan zijn voeten... strekt hij zijn armen uit, met zijn verrotte handen....

weer ziende Ananias wordt oppas voor het huisje

Afbeelding
384.5 Valtorta: "Zou u hier vrijwillig bij Mij willen blijven?" "O! Dan zou ik mijn kleinkinderen niet meer missen!" "Zelfs als je arm en blind zou blijven, zou het dienen van Mij dan genoeg zijn om jou gelukkig te maken?" "Zeker!"  Een trillend 'jazeker', maar zo beslist... "Goed, vader. Luister. U kunt het pad dat Ik bewandel niet bewandelen. En Ik kan hier niet blijven. Maar we kunnen elkaar liefhebben en goed voor elkaar zijn." "Dat kunt U wel, voor mij. Maar ik... Wat kan de oude Ananias doen?" "Zorgen voor Mijn huis en tuin, zodat ik het elke keer dat ik terugkom netjes aantref. Vindt u dat fijn?" "O zeker! Maar ik ben blind... Het huis... Ik zal wel wennen aan de muren. Maar de tuin...  Wat kan ik doen om die te verzorgen, als ik de kruiden niet kan onderscheiden?  O, wat zou het mooi zijn om U te dienen, Heer! Om zo mijn leven te eindigen..."  De oude man houdt zijn handen op zijn hart en dr...

type Martha gezuiverd door woord - type Magdalena door berouw en liefde

Afbeelding
-Martha en Maria (Paul-Alexandre-Alfred Leroy)- 377.6 Valtorta: 'Martha laat haar hoofd vol verdriet zakken en loopt weg. "Mijn zus houdt heel veel van Jou en wil Je graag eren..." zegt Maria, verontschuldigend. "Ik weet het, en ze zal beloond worden. Maar ze moet, zoals dit water weer zuiver is, gezuiverd worden van haar menselijke denken. Kijk, hoe helder het weer geworden is, terwijl we spraken. Martha zal gezuiverd worden door de woorden die Ik tot haar sprak. Jij... jij, door de oprechtheid van je berouw..." "Nee, door Jouw vergeving, Meester. Mijn berouw was niet genoeg om mijn grote zonde weg te wassen..." "Het was genoeg en zal genoeg zijn voor je zusters die jou zullen navolgen. Voor alle arme zieken in de geest. Oprecht berouw is een filter dat zuivert;  de liefde, daarna, is de substantie die beschermt tegen elke nieuwe verontreiniging. Daarom zullen zij die door het leven tot volwassenen en zondaars werden gemaakt,  zo onschuldig als k...

transfiguratie op berg Tabor 5

Afbeelding
349.8 M. Valtorta: 'Niemand durft zijn hoofd op te heffen, zelfs niet wanneer de stilte volkomen is teruggekeerd. Daarom zien ze het licht niet eens terugkeren naar zijn natuurlijke, zonlichtachtige helderheid, en Jezus onthullen die alleen achter is gebleven en opnieuw de gebruikelijke Jezus is, in zijn rode gewaad. Hij loopt glimlachend naar hen toe en schudt hen en raakt hen aan en roept hen bij naam. "Sta op. Ik ben het. Wees niet bang!" zegt Hij, want de drie durven hun gezicht niet op te heffen genade afsmekend voor hun zonden, uit vrees dat het de Engel Gods is, die hen wil tonen aan de Allerhoogste. "Sta op, dan. Ik gebied jullie!" herhaalt Jezus gebiedend. Ze heffen hun gezicht op en zien Jezus glimlachen. "O, Meester, mijn God!" roept Petrus uit. "Hoe zullen wij naast Jou leven, nu wij Jouw heerlijkheid hebben gezien? Hoe zullen wij onder de mensen leven, onder ons, zondige mensen, nu wij de stem van God hebben gehoord?" "Julli...

transfiguratie op berg Tabor 4

Afbeelding
(Ivanka Demchuk) 349.7 Maria Valtorta: 'Het licht neemt nog toe door twee vlammen die uit de hemel neerdalen en zich aan weerszijden van Jezus vestigen. Wanneer ze op het plateau neergedaald zijn, opent hun sluier zich, en verschijnen twee majestueuze en lichtgevende figuren. De ene is ouder, met een scherpe, strenge blik en een lange, gespleten baard. Uit zijn voorhoofd stralen hoorns van licht, die erop wijzen dat hij Mozes is. De andere is jonger, mager, met een baard en behaard, min of meer zoals Johannes de Doper, op wie hij volgens mij lijkt qua lengte, magerte, bouw en gestrengheid. Terwijl het licht van Mozes helder is, zoals dat van Jezus, vooral in de stralen van zijn voorhoofd, is het licht dat van Elia uitgaat zonneachtig, dat van een levende vlam. De twee profeten nemen een eerbiedige houding aan voor hun vleesgeworden God, en  hoewel Hij hen op een vertrouwde manier toespreekt, verlaten zij hun eerbiedige houding niet. Ik begrijp geen woord van wat er gezegd wordt. ...

transfiguratie op berg Tabor 3

Afbeelding
349.6 M. Valtorta: 'Ze worden gewekt door een helderheid zo fel dat ze die van de zon overschaduwt en zich verspreidt en zelfs doordringt tot onder het groen van de struiken en bomen waaronder ze zich hebben verscholen. Ze openen hun ogen vol verbazing en zien de verheerlijkte Jezus. Hij is nu precies zoals ik Hem zie in de visioenen van het Paradijs. Uiteraard zonder de Wonden, en zonder de banier van het Kruis. Maar de majesteit van Zijn Gelaat en Lichaam is dezelfde, de helderheid is dezelfde, en het gewaad is hetzelfde, dat van dieprood veranderd is in de diamantachtige en parelachtige, immateriële stof die Hem in de Hemel omhult. Zijn Gelaat is een zon met een hemels, maar intens licht, waarin Zijn saffieren ogen schitteren. Hij lijkt zelfs langer, alsof Zijn glorificatie Zijn gestalte heeft vergroot. Ik kan niet zeggen of de helderheid, die zelfs de vlakte fosforescerend maakt, volledig van Hem afkomstig is, dan wel of Zijn eigen licht vermengd werd met dat wat op zijn Heer...

God van in den beginne zwanger van Maria (Vergeving)

Afbeelding
348.10 Maria Valtorta: '"Ik sprak jullie net over 'de eeuwige schoonheid van de ziel van Mijn Moeder'... Ik ben het Woord, en daarom weet Ik  woorden zonder fouten te gebruiken. Ik zei 'eeuwig'..., niet 'onsterfelijk'... En Ik zei dat niet zonder reden. Onsterfelijk is hij die, eenmaal geboren, nooit meer sterft. Zo is de ziel van een rechtvaardige onsterfelijk in de hemel, de ziel van een zondaar onsterfelijk in de hel, omdat de ziel, eenmaal geschapen, niet meer sterft, tenzij door Genade. Maar de ziel heeft leven. Ze bestaat, vanaf het moment dat God haar bedenkt. Het is de Gedachte van God die haar schept. - De ziel van Mijn Moeder... is altijd  al door God gedacht. Daarom is zij eeuwig in haar schoonheid, waarin God alle volmaaktheid heeft uitgestort, tot Zijn genoegen en troost. - Er staat geschreven in het Boek van onze voorvader Salomo [ Spreuken 8:22-31 ] , die jou voorzag... en daarom jouw profeet kan genoemd worden: 'God bezat mij aan h...

aankomst in Nazareth, hoffelijke begroeting

Afbeelding
-Santissima Annunziata di Firenze- 348.7 Maria Valtorta: 'En daar is Nazareth! Daar is het huis van Maria van Alfeüs! Die al in de armen van haar zonen is, en met haar handen, druipend en rood van de was die ze doet, hen aait, en daarna rent, ze drogend aan haar ruwe schort, om Jezus te omarmen... En daar is het huis van Alfeüs van Sara, vlak voor dat van Maria! En Alfeüs beveelt zijn oudste kleinzoon te rennen, en Maria te waarschuwen, terwijl hij naar Jezus toe loopt, met een armvol kleinkinderen in zijn armen, en Hem begroet samen met dat kleintje dat hij in zijn armen houdt, als een boeket bloemen dat aan Jezus wordt aangeboden. En zie, daar is Maria! Verschenen in de deuropening, in de zon, in haar lichte, ietwat verbleekte blauwe huisjurk, het goud van haar haren schitterend, etherisch op haar maagdelijke voorhoofd en compact in de zware knot van de vlechten in haar nek, en ze valt neer op de borst van haar Zoon, die haar met al Zijn liefde kust. De anderen blijven voorzichti...

vlakbij Ptolemaïs, samen uitkijkend over zee

Afbeelding
-Tamariskboom- 333.3 Valtorta: '"Johannes! Geef dat lam aan een metgezel, en kom kijken naar de zee vanaf de top van die zandruggen! Ik ga ook mee!" Inderdaad lopen ze nu op een weg vlak langs de zee, er slechts van gescheiden door een brede strook van glooiende duinen, waarop slanke palmbomen wuiven of wilde tamariskbomen , mastiekbomen en andere zandplanten. Jezus gaat met Johannes mee. Maar wie blijft zonder Hem achter? Niemand! En al snel zijn ze allen daar boven, in de prachtige, wolkenloze zon, uitkijkend over de serene, glimlachende zee... De stad Ptolemaïs is vlakbij, met haar witte huizen. "Zullen we er naarbinnen gaan?" vraagt ​​Judas aan Alfeüs. "Hoeft niet. We stoppen om te eten bij de eerste huizen. Ik wil 's avonds in Sicaminon zijn, misschien vinden we er Isaak wel." "Wat een goed werk doet hij toch, hè? Heb je van Abel, Johannes en Jozef gehoord?" "Ja. Maar álle discipelen zijn zeer ijverig. Ik prijs Mijn Vader hie...

zonen van de donder 2

Afbeelding
330.2 Maria Valtorta: '"Twijfel je aan Mij, Jakobus?" Wat een pijn klinkt er door in de stem van de Meester! "Nee!..." Dat nee is niet erg zeker, in werkelijkheid "Maar twijfel, je twijfelt. Waaraan dan? Heb je Mij niet meer lief zoals vroeger? Heeft het feit dat Ik verstoten, of bespot, of zelfs gewoon genegeerd ben, binnen deze Fenicische grenzen, jouw liefde verminderd?" Er klinkt een trillende traan door in Jezus' woorden, hoewel er geen snikken of tranen zijn. Het is Zijn ziel die huilt. "Niet dit, mijn Heer! Integendeel, mijn liefde voor Jou groeit hoe meer ik zie dat Je verkeerd begrepen, ongewenst, afgewezen en gepijnigd wordt. En om Jou niet zo te zien, om de harten van mensen te kunnen veranderen, zou ik bereid zijn mijn leven te geven. Je moet mij geloven! Verpletter mijn hart, dat al zo gekweld is, niet, met de twijfel dat Je denkt dat ik Jou niet liefheb. Anders... Anders zal ik tot het uiterste gaan. Zal ik terugkeren en wraak ne...

wat doet U bij zoveel pijn? vraagt Aquila - vergeven...

Afbeelding
329.15 Maria Valtorta: 'De triarius  gaat, alsof hij een wandelingetje maakt, naar Jezus toe en cirkelt om Hem heen, terwijl hij Hem blijft aankijken. Hij weet niet wat hij moet zeggen... Jezus glimlacht hem toe, om hem moed in te spreken. De man weet niet wat hij moet doen. Maar hij komt dichterbij. Jezus wijst naar de littekens: "Allemaal wonden? Dan bent u dapper en trouw..." De oude soldaat wordt paars door de lofprijzing. "U hebt veel geleden uit liefde voor uw vaderland en voor uw keizer... Zou u niet iets willen lijden voor een veel groter land: de hemel? Voor een eeuwige keizer: God?..." De soldaat schudt zijn hoofd en zegt: "Ik ben een arme heiden. Maar het is niet gezegd dat ook ik niet op het laatste moment zal aankomen. Maar wie zal mij onderrichten? U ziet het!... Ze gooien U eruit! En dat zijn wonden die pijn doen, niet die van mij!... Die heb ik tenminste teruggegeven aan mijn vijanden. Maar U, wat geef jij aan die die U pijn doen?" ...

sommige Romeinse soldaten toch geraakt door Jezus

Afbeelding
329.14 Maria Valtorta: 'De drie broers zeggen tegen de Meester: "Het spijt ons..." "Jullie dragen geen schuld. En wees niet bang. Er zal je geen kwaad overkomen. Ik zeg het jullie..." De drie veranderen van kleur... Filippus zegt: "Hoe weet U van deze angst van ons?" Jezus glimlacht lieflijk, een zonnestraal op Zijn bedroefde gezicht: "Ik weet wat er in harten is, en in de toekomst." De soldaten hebben zich in de zon geplaatst, wachtend, en ze gluren naar binnen, en zeggen: "Kunnen ze ooit ons liefhebben, als ze zelfs degene haten die hen niet onderdrukt?" "En die wonderen doet, moet je zeggen..." "Bij Hercules! Wie van ons kwam ons waarschuwen dat de verdachte in de gaten gehouden moest worden?" "Caius was het!" "Die ijverige! Ondertussen zijn we onze rantsoenen kwijt, en ik vrees dat ik ook nog een kus van een meisje misloop! ...Ah!" "Epicurus! Waar is die schoonheid?" "Dat z...

gebed om zegen over mensen in Bozra

Afbeelding
293.6 Maria Valtorta: '"Verheug je, dorstigen! Verheug je, hongerigen! Verheug je, verdrukten! Waren jullie de verstotenen? Waren jullie verbodenen? Waren jullie de verachten? Waren jullie de vreemden? Kom! Verheug jullie! Nu niet meer. Ik geef jullie een thuis, bezittingen, een vaderschap, een vaderland. Ik geef jullie de Hemel. Volg mij, want Ik ben de Redder! Volg mij, want Ik ben de Verlosser! Volg mij, want Ik ben het Leven! Volg mij, want ik ben Degene aan Wie de Vader de Genade nooit ontzegt! Verheug jullie in Mijn Liefde! Verheug je! En opdat jullie mogen zien dat Ik jullie liefheb, o jullie die Mij met al je moeite hebben gezocht, o jullie die in Mij geloofden vóór jullie Mij kenden; opdat deze dag een dag van ware Vreugde mag zijn, bid Ik aldus: -Christenen in Jordanië vandaag- Vader, heilige Vader! Over alle wonden, ziekten, lichamelijke pijnen, angst, en kwelling en wroeging in het hart, over alle ontluikende geloofsovertuigingen, over die die wankelen,  over die d...

herbergier hoorde van Jezus via brute jongen die discipel werd

Afbeelding
292.4 Maria Valtorta: '"Maar u, hoe weet u van Mij?" "Door een jongen. Een stoute jongen die in Bozra en Arbela voor ophef zorgde. Hier, omdat hij er zijn zonden kwam begaan, daar, omdat hij zijn familie te schande maakte. Maar toen bekeerde hij zich, en hij werd eerlijker dan een rechtvaardige. En nu is hij met uw discipelen meegegaan, zelf een discipel geworden, en hij wacht op U in Arbela, om U samen te eren, met zijn vader en moeder. En hij vertelt iedereen dat U zijn hart hebt veranderd, door de gebeden van zijn moeder. Filippus van Jakob ... als dit gebied ooit heilig wordt, dan zal het zijn verdienste zijn. En als er mensen in Bozra zijn die in u geloven, dan is dat ook dankzij hem." "Waar zijn die schriftgeleerden die hierheen kwamen nu?" "Ik weet het niet. Ze zijn vertrokken, omdat ik zei dat ik geen plaats voor hen had. Had ik wel. Maar ik wilde die slangen niet in de buurt van de duif laten komen. Ze zijn beslist nog in de buurt. Wees ...

nu al vrucht zien van zaad dat gezaaid is ?

Afbeelding
CCXC OPNIEUW OVER DE HERINNERING v/d ZIEL 290.1-7 M. Valtorta: 'Jezus spreekt met de vrouwen en Zijn twee neven. Johannes van Endor en de Zeloot luisteren ook. Timon en Ermasteüs daarentegen lezen, samen met Matteüs, een van de schriftrollen van Johannes, en de twee Israëlieten leggen Ermasteüs de meest onduidelijke Bijbelpassages uit. Margziam luistert gebiologeerd, maar met een slaperig gezicht. Maria van Alfeüs ziet hem en zegt: "Dat kind is moe. Kom, lieverd, we gaan slapen. Kom, Elise . Kom, Salome . Oude mensen en kinderen kunnen beter naar bed gaan. En jullie zouden er allemaal goed aan doen om daarheen te gaan. Jullie zijn moe!" Maar behalve de oude vrouwen, met uitzondering van Marcella en Johanna van Chusas, beweegt niemand. Nadat ze, na gezegend te zijn, vertrokken zijn, mompelt Mattheüs: "Wie had deze vrouwen nou kunnen vertellen dat ze zo ver van huis op stro zouden moeten, en dat nog maar kort geleden!" "Ik heb nog nooit zo goed geslapen!...

sabbat in Gerasa 3

Afbeelding
289.3 Maria Valtorta: 'Jezus keert terug naar het huis, en gaat een grote kamer binnen waar de vrouwen zijn. Hij glimlacht zo breed, dat Maria hem vraagt: "Wat is er toch met Je aan de hand, mijn Zoon, dat Je zo blij bent?" "Ik ben net zo blij als Margziam, die op een kameel galoppeert. Kom naar buiten, zodat we hem kunnen zien terugkeren!" Ze gaan allemaal naar de binnenplaats, en gaan zitten op een laag muurtje bij de waterbekkens. De apostelen die niet slapen, komen dichterbij gelopen. Degenen die bij de vensters van de bovenkamers stonden, kijken naar beneden, zien het en komen ook, en hun luide, jeugdige stemmen - want het zijn die van Johannes en de twee Jakobussen - wekken Petrus en Andreas, en schudden ook Matteüs wakker. Nu zijn ze compleet, want ook Johannes van Endor komt, met de twee discipelen. "Maar waar is Margziam, dat ik hem niet zie?' vraagt ​​Petrus. "Hij is weg,  op een kameel. Niemand van jullie luisterde naar hem... Ik zag dat...

koopman biedt onderdak aan in zijn karavanserai

Afbeelding
-Karavanserai (Eugène Flandin)- 287.6 Maria Valtorta: 'De karavaan vertrekt weer en rijdt snel de drukke stad binnen, door de poort die bewaakt wordt door torens. De koopman keert terug naar Jezus: "Wilt U nog steeds bij me blijven?" "Als u Mij niet wegjaagt, waarom zou ik dat niet doen?" "Om wat ik U verteld heb. Voor U, die Heilig bent, moet ik wel walgelijk zijn." "O nee! Ik ben gekómen voor mensen zoals u. Ik hou van jullie, want jullie zijn het meest behoeftig. U kent Mij nog niet, maar ik ben de Liefde die voorbijgaat, smekend om liefde"... "Dus U haat mij niet?" "Ik hou van u." De man heeft een glinstering in zijn diepe ogen. Maar hij zegt met een glimlach: "Dan blijven we samen! Ik blijf drie dagen in Gerasa voor zaken. Daar laat ik de muilezels achter voor kamelen. Ik heb een herberg op de belangrijkste halteplaatsen en een bediende die voor de dieren zorgt die ik daar achterlaat. En wat gaat U doen?" ...