Posts

Er worden posts getoond met het label boete

Maria's botsen op dronken Judas

Afbeelding
438.10 Maria Valtorta: 'Ze lopen over de niet langer schemerige straat die zich voor hen opent, in plaats van langs de kust. Een straat achter een rij bescheiden huizen. Halverwege de straat komt Judas uit een hoek tevoorschijn, duidelijk dronken. Een Judas die net van een feestje komt, verward, zijn kleren verkreukeld, zijn gezicht gehavend. "Judas! Jij? In deze toestand?" Judas heeft geen tijd om te doen alsof hij haar niet herkent en kan niet wegkomen... De verrassing maakt hem sprakeloos en verlamt hem. Maria loopt naar hem toe, overwint de afkeer die de verschijning van de apostel bij haar opwekt, en zegt: "Judas, miserabele zoon, wat doe jij? Denk je niet aan God? Aan je ziel? Aan je moeder? Wat doe je toch, Judas? Waarom wil je een zondaar zijn? Kijk me aan, Judas! Je hebt geen recht om je ziel te doden..." En ze raakt hem aan en probeert zijn hand te pakken. "Laat me met rust. Ik ben tenslotte een man. En... en ik ben vrij om te doen wat iedereen do...

paradijselijk Engedi bleef gespaard

Afbeelding
-David spaart Saul- 389.2 Maria Valtorta: '"Dat is Engedi! Bezongen door de dichters van ons vaderland. Zie hoe mooi de streek is, gevoed door genadevolle wateren, te midden van zoveel verlatenheid! Laten we afdalen en de tuinen in duiken, want alles hier is een tuin, weide, bos en wijngaard. Dit is het oude Hazezon Tamar ! Waarvan de naam verwijst naar de prachtige palmbomen, waaronder het nog mooier was om hutten te bouwen en het land te bewerken,  elkaar lief te hebben, kinderen en kuddes groot te brengen, onder het zingende geritsel van de palmbladeren. Dit is de glimlachende oase! Overlevend te midden van de landen van Eden, gestraft door God, Omgeven, als een parel in een zetting, door paden alleen begaanbaar voor geiten en reeën, zoals er in Koningen staat. Waarin paden zich openen voor de vervolgden,  voor de vermoeiden en de verlaten, gastvrije grotten! Denk aan David, onze koning,  en aan zijn goedheid jegens zijn vijand Saul. Dit is  Hazezon Tamar , oftewe...

berouw brengt zegen terug, mits eerlijke biecht

Afbeelding
-Schuldoffer in joodse Tempel- 387.5 Maria Valtorta: 'Jezus kijkt hem aan en fluistert: "En laat ons ook deze zonden op Mij nemen!... Zoon! Luister. Ik ben Barmhartigheid, geen angst. Ik ben ook voor jou gekomen. Schaam je niet voor Mij... Ik ben de Verlosser. Wil je vergeving? Waarvoor?" "Voor mijn misdaad. Vraagt U dat aan Mij? Ik heb mijn broer gedood!" "U zei: 'Ik wilde hem alleen maar slaan'... omdat u op dat moment beledigd en boos was. Maar toen u haatte en vervloekte, niet één maar alle zes de broers, was u niet net beledigd en boos, u deed het als ademhalen. Uit eigen beweging. De haat en de vloek, de vreugde toen u ze getroffen zag worden, was uw geestelijk brood, toch?" "Ja, Heer. Tien jaar lang was het mijn brood." "Wel, in werkelijkheid... bent u de grootste misdaad begonnen vanaf het moment dat u haatte en vervloekte. U hebt uw broers zesmaal vermoord." "Maar Heer, zij hadden mij geruïneerd en gehaat... En...

het is Gods Wil dat Lazarus lijdt

Afbeelding
-bed van slachtofferziel Marthe Robin- 376.2 Maria Valtorta: '"Jij bent precies op tijd gekomen om die kleine te redden!" merkt Lazarus op, na het verhaal over het kasteel van Caesarea Philippi, wijzend naar de baby, die zalig in de armen van zijn moeder slaapt. En Lazarus voegt eraan toe: "Wat een prachtig kind! Mevrouw, kunt u hem mij van dichtbij laten zien?" Dorcas staat op en toont zwijgend, maar triomfantelijk, haar pasgeborene om hem door de zieke te laten bewonderen. "Een prachtig kind! Werkelijk prachtig! Moge de Heer hem beschermen, en hem gezond en heilig laten opgroeien." "En trouw aan zijn Redder. Als dat niet zo was, zou ik hem nu meteen dood wensen. Alles, behalve dat de geredde de Heer niet dankbaar zou zijn!" zegt Dorcas vastberaden, terwijl ze terugkeert naar haar plaats. "De Heer komt altijd op tijd om te redden," zegt Mirta , de moeder van Abel van Bethlehem . "Mijn zoon was niet dichter bij de dood - en wa...

Lazarus ontgoocheld: weer geen Paasfeest in Bethanië!

Afbeelding
- huidige Bethanië ( kerk van Barluzzi )- 365.12 Valtorta: 'Lazarus is, ongetwijfeld voor het gemak van zijn verzorging naar een kamer vlakbij de bibliotheek gebracht, tegenover de grote feestzaal. Maximinus wijst naar de deur, maar laat Jezus alleen binnengaan. "Vrede zij met jou, Lazarus, Mijn vriend!" "O, Heilige Meester! Vrede zij met Joú! Want in mijn ledematen is geen vrede meer. En mijn geest is gebroken. Ik lijd zo erg, Heer! Geef mij het dierbare bevel: 'Lazarus, kom eruit!' en ik zal genezen opstaan ​​om Jou te dienen..." "Ik zal je dat geven, Lazarus, maar niet nu!" antwoordt Jezus, terwijl Hij hem omarmt. Lazarus is erg mager, bleek, met ingevallen ogen.  Duidelijk erg ziek en erg zwak. Hij huilt als een kind, terwijl hij zijn gezwollen, blauwachtige benen laat zien, met wonden die ik zou omschrijven als spataderen, op verschillende plaatsen open.  Misschien hoopt hij dat Jezus, door Hem die ellende te laten zien, ontroerd zal rake...

Lazarus zwaar ziek, Martha en Maria bezorgd

Afbeelding
365.11 Maria Valtorta: 'Bethanië verschijnt op het plateau.  Ze lopen langs het huis waar ooit pauwen, flamingo's en spreeuwen stonden.  Nu is het verlaten en gesloten.  Simon merkt het op. Maar zijn observatie wordt onderbroken door de vreugdevolle begroeting van Maximinus, die uit de poort tevoorschijn komt.  "O, Heilige Meester! Wat een geluk bij zoveel pijn!" "Vrede zij met u. Waarom pijn?" "Omdat Lazarus gekweld wordt door zweren aan zijn benen.  En we weten niet wat we moeten doen om die pijn te verlichten. Maar U zien zal hem beter maken, tenminste in zijn geest!" Ze gaan de tuin in, en terwijl Maximinus vooruit rent, lopen ze langzaam naar het huis toe. Maria Magdalena rent naar buiten, met haar aanbiddende kreet: "Rabboeni!" En Martha volgt haar, rustiger. Ze zijn allebei bleek, alsof ze hebben geleden en gewaakt. "Sta op, laten we meteen naar Lazarus gaan!" "O, Meester! Meester, Jij die alles kunt, genees mijn bro...

teveel een Koning verwachten, een aardse machtige

Afbeelding
360.9 Valtorta: 'Hun gefluister maakt Johannes wakker, die het dichtste bij is. Hij opent zijn blauwe ogen, kijkt verbaasd om zich heen, en herinnert zich dan wat er gebeurd is, en staat meteen op, en gaat achter de twee staan ​​die praten. Hij hoort Jezus' woorden: "Om al die haat en misverstanden tot een draaglijk niets te reduceren, zou jullie liefde, jullie begrip genoeg voor Mij zijn... Maar jullie begrijpen Mij niet... En dat is mijn eerste kwelling. Het is zwaar! Zwaar! Maar j ullie valt niets te verwijten. Jullie zijn mensen... Het zal jullie pijn zijn, Mij niet te hebben begrepen, wanneer je het niet meer goed kunt maken... Daarom, omdat jullie dan boete zullen doen, voor de oppervlakkigheid van het moment, voor de kleinzieligheid van het moment, voor de onnozelheid van het moment, vergeef Ik je en zeg bij voorbaat: 'Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen, noch de pijn die ze Mij geven.'" Johannes schuift naar voren, en knielt neer, e...

verzoening vergt lijden van Ménsenzoon (en Zijn Moeder) !

Afbeelding
346.5 Maria Valtorta: 'Iedereen staat op en schaart zich nog dichter om Hem heen – een kring van bedroefde, maar meer nog nog ongelovige gezichten – en er klinkt gemompel door de groep: "Natuurlijk... als dat zo was... dan zou Thaddeüs gelijk hebben." "Wat er met Johannes de Doper is gebeurd, is erg. Maar het heeft de man verheven, een heldhaftige tot op het einde. Als dit met Christus zou gebeuren, zou het Hem juist kleineren." "Christus kan vervolgd worden, maar niet vernederd." "Gods zalving rust op Hem." "Wie zou er nog kunnen geloven, als ze Jou aan de genade van mensen overgeleverd zouden zien?" "Dat zullen we niet toestaan!" De enige die zwijgt, is Jakobus van Alfeüs . Zijn broer valt hem aan: "Spreek jij niet? Beweeg jij niet? Hoor jij dit niet? Verdedig Christus tegen Zichzelf!" Jakobus slaat daarop zijn handen voor zijn gezicht en doet een stap achteruit, terwijl hij huilt. "Hij is een gek!" r...

Judas offert eigen geld, als boetedoening

Afbeelding
CCCXL BEROUW VAN JUDAS ISKARIOT CONFRONTATIE MET DE RANNIJNEN BIJ HET GRAF VAN HILLEL 340.1 Maria Valtorta: 'Vanuit het dorp Meron nemen Jezus en Zijn apostelen een weg in noordwestelijke richting, steeds bergachtig, door bossen en weilanden, en ze blijven maar klimmen. Misschien hebben ze al enkele graven vereerd , want ik hoor ze er onderling over praten. Nu is het net Iskariot die vooraan bij Jezus staat. Het is duidelijk dat ze in Meron aalmoezen hebben ontvangen en gegeven, en Judas doet er verslag van, waarbij hij de ontvangen offerandes en de gegeven aalmoezen opsomt. Hij besluit met de woorden: "En nu is hier mijn offer. Ik heb gisteravond gezworen het Jou te geven voor de armen, als boetedoening. Het is niet veel. Maar ik heb niet veel geld. Maar... ik heb mijn moeder overgehaald om me via veel vrienden regelmatig geld te sturen. De andere keren dat ik van huis wegging, had ik altijd veel geld bij me. Maar deze keer, omdat ik alleen, of alleen met Thomas, door de berg...

Jezus heeft Antiochië-missie met boete ondersteund

Afbeelding
325.5 Maria Valtorta: '"Hebben jullie eten bij je?" "Ja. Ik voélde dat Jij uitgeput was, en ik heb onderweg wat meegenomen. Ik heb brood en gebraden vlees, ik heb melk en kaas en appels, plus een fles goede wijn en eieren voor Je! Als ze maar niet gebroken zijn..." "Nou, laten we dan hier gaan zitten, in deze heerlijke zon, en eten. Terwijl we eten, vertel Me..." Ze zitten in de zon op een richel, en Petrus opent zijn tas, kijkend naar zijn schatten: "Alles veilig!" roept hij uit. "Zelfs de honing van Antigonea. Wat! Ik zei het toch! Zelfs als we op de terugweg in een ton waren gestopt en door een gek waren rondgerold, of in een boot zonder roeispanen, misschien wel vol gaten, midden in een storm, dan zouden we toch veilig en wel zijn aangekomen... Maar onderweg! Ik ben er steeds meer van overtuigd dat het de duivel was die ons tegenhield. Nog meer dan voorheen!... Om ons ervan te weerhouden met die arme zielen mee te gaan..." ...

liefde van apostelen doet Jezus heropleven

Afbeelding
325.4 M. Valtorta: '"Meester, mijn Meester, wat scheelt er met Je? Vertel het Jouw Simon!" "Niets, vriend." "Niets? Met zulk gezicht? Hebben ze Jou dan pijn gedaan?" "Maar nee, Simon." "Dat kan niet! Of Je was ziek, of Je werd vervolgd! Ik heb ogen!..." "Ik ook. En Ik zie jou, mager en oud zelfs. Waarom zie jij er dan zo uit?..." Vraagt ​​de Heer glimlachend aan Zijn Petrus, die Hem aandachtig bestudeert, alsof hij de waarheid probeert te af te lezen uit Jezus' haar, en huid en baard. "Maar ik heb geleden, dat heb ik! En dat ontken ik niet. Dacht Je dat het prettig was, zoveel pijn te zien?" "Je zegt het! Ik heb ook geleden, om dezelfde reden..." "Alleen daarom, Jezus?" vraagt ​​Judas van Alfeüs, vol medeleven en genegenheid. "Omwille van de pijn, ja, neef van Me. Omwille van de pijn veroorzaakt door de noodzaak om hen weg te sturen..." "En de pijn van te zijn gedwongen door...

onstuimige omhelzing van Jezus - Petrus ontzet door sporen van boetedoening

Afbeelding
325.3 Maria Valtorta: 'Natuurlijk zijn de eersten die aankomen de jongsten en meest behendigen, namelijk de twee zonen van Alfeüs, met de vaste tred van bergvolk, en Johannes en Andreas, die rennen als twee herten, blij lachend. En ze vallen aan Zijn voeten, liefdevol en eerbiedig, blij, blij, blij... Dan komt Jakobus, de zoon van Zebedeüs. Als laatste, bijna tegelijk, komen de drie minst ervaren wandelaars en klimmers, Matteüs en de Zeloot. En als allerlaatste, absoluut als laatste, Petrus. Maar hij baant zich een weg – o, wat baant hij zich een weg! – om de Meester te bereiken, Zijn benen omarmd door de eersten die aankwamen, en die nooit moe worden van het kussen van Zijn kleren, of van de handen die Hij hun heeft gegeven. Hij grijpt Johannes en Andreas met kracht vast, en klampt zich, als oesters aan een rots, vast aan Jezus' gewaad, en duwt, buiten adem van de inspanning, de anderen zo ver opzij dat hij aan Jezus' voeten kan vallen en zeggen: "O, mijn Meester! Nu ...

bleke Jezus uitkijkend over dal - in prille lente

Afbeelding
CCCXXV DE ACHT APOSTELEN WEER VERENIGD MET JEZUS IN ACHZIB -Bleke Jezus tijdens agonie in Getsemane (Tissot)- 325.1 Maria Valtorta: 'Jezus —een zeer magere en bleke Jezus, zeer bedroefd, ik zou zeggen lijdend— bevindt zich op de top, de allerhoogste piek van een kleine heuvel waarop ook een dorp ligt. Maar Jezus bevindt zich niet in het dorp op de top, dat uitkijkt uit over de zuidoostelijke helling. Hij bevindt zich op een uitloper, de hoogste, uitkijkend naar het noordwesten. Eerder west dan noord, eigenlijk. Jezus, kijkend vanuit verschillende hoeken, ziet derhalve een ​​golvende bergketen die in het uiterste noord- en zuidwesten zijn laatste uitloper in de zee stort. In het zuidwesten de berg Karmel, vervagend in de verte  op deze heldere dag; In het noordwesten, met een scherpe kaap als de punt van een schip, die sterk lijkt op onze Apuaanse Alpen met rotsachtige aderen die wit glinsteren in de zon. Vanuit dit golvende berggebied stromen talloze beekjes, die in dit seizoen all...

getuigenis van Jakobus (broer van kuise Johannes)

Afbeelding
324.6 Maria Valtorta: '"Jakobus, zoon van Zebedeüs, spreek!" "Eerlijk gezegd weet ik niet wat ik moet zeggen. Jullie hebben gesproken en gezegd wat ik ook gezegd zou hebben. Want de waarheid is deze en die kan niet veranderen. Ook ik was met Andreas bij de Jordaan, maar ik zag Hem pas toen de roep van de Doper Hem mij aanwees. Toch geloofde ik onmiddellijk, en toen Hij vertrokken was, na Zijn stralende verschijning, bleef ik achter als iemand die gevangen zat in een donkere gevangenis, ver van een zonovergoten bergtop. Ik verlangde ernaar de zon weer te vinden. De wereld was volledig zonder licht, nadat het Licht van God aan mij verschenen was en vervolgens weer verdwenen. Onder de mensen was ik alleen. Hoewel ik verzadigd was, had ik honger. In mijn slaap was ik het grootste deel van de tijd wakker, en geld, beroep, genegenheid, alles, was verdwenen achter mijn verlangen naar Hem, ver weg, het was niet langer aantrekkelijk. Als een kind dat zijn moeder kwijt is, ja...

Jezus vraagt minstens hemel voor Johannes van Endor

Afbeelding
317.6 Maria Valtorta: 'De hemel is gesloten en stil!... Zal dit dan de verschrikking zijn die Ik bij Mij zal hebben tot de dood? De hemel is gesloten en stil!... Zal dit dan de stilte en de kerker zijn waarin Mijn geest zal uitdoven? De hemel is gesloten en stil!... Zal dit dan de ultieme kwelling zijn van de martelaar?... Vader, Jouw wil geschiede, niet de Mijne... Maar omwille van Mijn lijden—o! dit tenminste!— omwille van Mijn lijden, geef vrede en hoop aan de andere martelaar van Judas, aan Johannes van Endor, Mijn Vader... Hij is werkelijk beter dan velen. Hij heeft een pad bewandeld dat weinigen kennen en ooit zullen kennen. Voor hem is de hele verlossing al volbracht. Geef hem dan Jouw volledige en volkomen vrede, zodat Ik hem in Mijn Heerlijkheid mag hebben, wanneer ook door Mij alles zal zijn volbracht tot Jouw eer en gehoorzaamheid, Mijn Vader!..." Jezus is langzaam op Zijn knieën gezakt, en nu huilt Hij met Zijn gezicht naar de grond, en bidt, terwijl het licht van ...

Judas model voor mens die demon wordt

Afbeelding
317.4 M. Valtorta: '"Vader, Ik voel het. Jij wordt strenger voor Je Zoon naarmate Ik het einde nader van deze uitboeting van Mij voor het menselijk ras. Jouw zoetheid verwijdert Zich steeds verder van Mij, en Jouw gelaat verschijnt streng voor Mijn geest, die steeds dieper de diepte in wordt gedreven, waar de mensheid, getroffen door Jouw straf, sinds eeuwen kreunt. Zoet was het lijden voor Mij, zoet was de weg aan het begin van Mijn bestaan, zoet ook toen Ik van timmermanszoon de Meester van de wereld werd, Mezelf losrukkend van een Moeder om Jou, Vader, te geven aan de gevallen mens. Nog steeds zoet voor Mij, vergeleken met nu, was de strijd met de Vijand, in de Verleiding van de woestijn. Ik ging hem aan met de moed van een held, met onverminderde kracht... O! Mijn Vader!... nu wordt Mijn kracht bezwaard door het gebrek aan liefde en door de kennis van veel, al te veel dingen... -' Rancho de San Raphael (Zorro Ranch) ' Satan, Ik wist het... zodra de verleiding voo...

gerechtigheid: getroffenen niet per se de ergsten

Afbeelding
-Treinramp Adamuz 18 jan.2026- 281.15 M. Valtorta: 'Hebt U gehoord van de Galileeërs die door Pilatus werden gedood terwijl ze een offer brachten? Hun bloed vermengde zich met dat van het offerdier. Helemaal tot bij het altaar! Tot bij het altaar!" "Ik heb het gehoord." Alle Galileeërs geven uiting aan hun verontwaardiging over deze wreedheid. Ze roepen: "Het is waar dat hij een valse Messias was. Maar waarom diens volgelingen doden, nadat ze hem al hadden verslagen? En waarom juist op dat uur? Waren zij dan grotere zondaars?" -Instorting toren van Siloam (David Martin)- (James Tissot) Jezus legt vrede op en zegt dan: "Vragen jullie je af of zij grotere zondaars waren dan veel andere Galileeërs, en of dat de reden is waarom zij gedood werden?... Nee, dat waren ze niet. Voorwaar, Ik zeg jullie: zij hebben de prijs betaald, en vele anderen zullen de prijs betalen, als jullie je niet bekeren tot de Heer. Als jullie je niet allen bekeren, zullen jullie al...