Posts

Er worden posts getoond met het label genade

offer voor Maria's volle genade al door God voorbereid

Afbeelding
[Eerder, vóór Afeka , nabij  Gamla ...] 455.4 Maria Valtorta 'Beiden - de apostelen en de vrouwen - worstelen om wakker te worden, zo moe zijn ze. Maar Maria is wakker, alleen vastgehouden door het kind dat slaapt, tegen haar borst aan, zijn hoofdje onder Maria's kin. En de Moeder, die haar Jezus in de deuropening van de grot ziet verschijnen, glimlacht Hem toe met haar lieve blauwe ogen, die rood kleuren van vreugde bij het zien van Hem. En ze maakt zich los van het kind, dat een beetje jammert omdat het wordt verplaatst, en staat op en gaat naar Jezus toe met haar stille, zacht wiegende pas als een bescheiden duif. "God zegene Jou, mijn Zoon, vandaag." "God zij met je, Moeder. Was de nacht zwaar voor jou?" "Helemaal niet. Sterker nog, ik was heel gelukkig. Het voelde alsof ik Jou, mijn Kleine, in mijn armen hield... En ik droomde dat er een rivier van goud uit Je mond stroomde, die een onbeschrijflijk zoet geluid voortbracht, en een stem zei...oh! wa...

net Aäron - de hogepriester! - deed twijfel ontstaan

Afbeelding
-Dood van Aäron (James Tissot) 457.2 Maria Valtorta: 'Toen begon Hij te prediken om een ​​eind te maken aan de twisten. "Toen het volk van God, na de dood van Mirjam te Kadesh, in de woestijn in opstand kwam vanwege gebrek aan water, en tegen Mozes, hun redder en leider uit het land van zonde naar het beloofde land, riep alsof hij hun waanzinnig geworden vernietiger was, en Aäron uitschold als een nutteloze priester, toen ging Mozes met zijn broer het tabernakel binnen en sprak tot de Heer, en vroeg om een ​​wonder om een ​​eind te maken aan het gemurmel. En de Heer, hoewel Hij niet verplicht was aan elk verzoek te voldoen, vooral niet als het gewelddadig was en afkomstig van geesten die hun heilige vertrouwen in de Voorzienigheid van de Vader hadden verloren, sprak tot Mozes en Aäron. Hij had ook alleen tot Mozes kunnen spreken, want Aäron, hoewel Hogepriester, had ooit Gods goedheid verspeeld door een afgod te aanbidden. Maar God wilde hem opnieuw beproeven, en hem een ​​man...

alleen Johannes was bij ontslapen

Afbeelding
651.3 Maria zegt: "Johannes, de énige getuige van dit zoete mysterie,  heeft mij alleen afgelegd en in de witte mantel gewikkeld, zonder mijn gewaad of sluier te veranderen, zonder mij te wassen of te balsemen. De geest van Johannes, zoals duidelijk blijkt uit zijn woorden [ 642.8-10 ] in de tweede episode van deze cyclus die liep van Pinksteren tot mijn Hemelvaart, wist al dat ik niet zou worden verdorven, en gaf de apostel instructies wat hij moest doen. En hij, kuis, liefdevol, attent met de mysteries van God en zijn verre metgezellen, besloot het geheim te bewaren en te wachten op de andere dienaren van God,  zodat zij mij weer zouden zien en, uit die aanblik, troost en hulp zouden putten voor de pijnen en inspanningen van hun missie.  Hij wachtte, als was hij zeker van hun komst. Maar Gods besluit was anders. Goed zoals altijd voor de Geliefde. Rechtvaardig zoals altijd voor al de gelovigen. Hij verzwaarde de oogleden van de eerste, zodat de slaap hem de kwelling zou...

maria hemelvaart 20

Afbeelding
-Opstanding van de doden (Victor Mottez)- 650.6 Maria Valtorta: 'En dank U wel dat U mij de gelegenheid hebt gegeven,  weliswaar door een schepsel, allerheiligst, maar toch menselijk,  om te zien wat het lot van de heiligen is, wat er zal gebeuren na het Laatste Oordeel, en de opstanding van het vlees, en hun hereniging, hun versmelting met de geest, en hun hemelvaart in het uur van de dood. Ik hoefde het niet te zien om het te geloven.  Want ik heb altijd vast geloofd in elk woord van de Meester. Maar velen zullen eraan twijfelen dat het vlees, na eeuwen en millennia tot stof te zijn vergaan, kan terugkeren tot een levend lichaam. Tegen hen zal ik kunnen zeggen, zwerend op de hoogste dingen, dat niet alleen Christus levend is teruggekeerd, door zijn eigen goddelijke kracht, maar dat ook zijn Moeder, drie dagen na haar dood – als zo'n dood al dood genoemd kan worden – tot leven is gekomen en, haar vlees herenigd met haar ziel, haar eeuwige woonplaats in de hemel heeft ing...

Sara van Afeka door Judas weggeduwd - Jezus herstelt

Afbeelding
454.6 Maria Valtorta: 'De weduwe van Afeka komt naar voren en werpt zich voor Hem neer: "En wilt U niet naar mij toe komen, Heer? Afeka is ook vol kinderen van God..." "De weg erheen is ruw en de tijd dringt. We hebben de vrouwen bij ons, en moeten zaterdag terug zijn in Kafarnaüm. Dring niet aan, vrouw!" zegt Iskariot scherp, haar bijna wegduwend. "Het is gewoon... ik wilde Hem ervan overtuigen, dat ik goed voor het kind zou kunnen zorgen!" "Maar hij heeft zijn eigen moeder, begrijpt u?" zegt Iskariot opnieuw, en hij zegt het onbeleefd. "Kent u een kortere route, tussen Gamala en Afeka?" vraagt ​​Jezus aan de gekrenkte vrouw. "O jazeker! Een bergweg, maar wel een goede, en koel, omdat hij door het bos loopt. En dan, ik betaal wel, voor de vrouwen, kunnen we wat ezels regelen..." "Ik kom naar uw huis om u te troosten, ook al kan Ik u het kind niet geven, omdat hij zijn moeder heeft. Maar Ik beloof u dat, als God oorde...

voor iedere genade heeft ziel toestemming gegeven

Afbeelding
454.4 Maria Valtorta: '"Alle zielen worden minstens één keer in hun leven door God onderzocht, of..." “O! Ik niet! Mij heeft Hij nooit iets gevraagd!" roept Maria van Alfeüs vol vertrouwen uit. De Maagd Maria glimlacht nederig en antwoordt: "Jij hebt het niet beseft, en je ziel heeft geantwoord zonder dat je het besefte, en dat omdat je de Heer al heel erg liefhebt." "Ik zeg je dat Hij nooit tot mij gesproken heeft!..." "Waarom ben je dan hier, als een discipel die Jezus volgt? En waarom verlang je er dan naar dat ál je kinderen Hem volgen? Jij wéét wat het betekent om Jezus te volgen, en toch wil je dat je kinderen Hem volgen!" "Zeker wel! Ik zou ze allemaal aan Hem willen geven. Dan zou ik pas echt kunnen zeggen dat ik mijn schepselen aan het Licht heb gegeven En ik bid, ik bid dat ik ze aan het Licht, aan Jezus, mag baren, met een waar, eeuwig moederschap." "Zie je wel! En waarom? Omdat God jou op een dag vroeg: 'Ma...

afstaan van Zoon, voor Maria mogelijk dankzij genade (maar daarom niet makkelijker)

Afbeelding
454.3 Maria Valtorta: '"Maar waarom... Heeft Hij ons die vreselijke dingen verteld? Ik heb geen rust meer sinds ik het heb gehoord..." "En wist jij dan niet al eerder, dat de Verlosser zou moeten lijden en sterven?” "Tochwel! Maar ik wist niet dat het Jezus was. Ik was dol op Hem, weet je? Meer dan op mijn eigen kinderen. Zo mooi, zo goed... O! Ik benijdde jou, mijn Maria, toen Hij nog een kind was, en daarna altijd... altijd... had ik medelijden met Hem, zelfs voor een ademtochtje, en... ik kan me niet voorstellen dat Hij gemarteld zal worden..." Maria Klopas huilt onder haar sluier. En Moeder Maria troost haar. "Mijn Maria...  bekijk het niet vanuit een menselijk perspectief! Denk aan de vruchten ervan... Ik, je kunt je voorstellen... hoe ik het licht elke dag zie vervagen... als het sterft, zeg ik: weer een dag minder om Jezus te hebben... O! Maria! Voor een ding bovenal dank ik de Allerhoogste, omdat Hij mij de gave heeft geschonken om volmaakte li...

Voorzienigheid bestaat, rijken zijn er díenaren van

Afbeelding
453.4 Maria Valtorta: 'Jullie vertelden Mij dat je in de Allerhoogste Heer gelooft en de Wet naleeft, dat je de Profeten en de boeken der Wijsheid kent. Jullie vertelde Mij dat jullie in Mij geloven en verlangen naar Mijn leer... Maar dan moeten jullie je hart goed maken, want God is Liefde en schrijft liefde voor, want de Wet is Liefde, want de Profeten en de boeken der Wijsheid bevelen Liefde aan, en Mijn leer is een leer van Liefde. Offers en gebeden zijn tevergeefs als hun fundament en altaar niet de Liefde voor de naaste zijn, vooral voor de armen en behoeftigen, aan wie je alle vormen van liefde kunt geven met brood, een bed, kleding, met troost en onderwijs, met hen tot God te leiden. Armoede, door de vernedering, zorgt ervoor dat de geest dat geloof in de Voorzienigheid verliest dat heilzaam is om de beproevingen van het leven te doorstaan. Hoe kun je van de armen verwachten dat ze altijd goed, geduldig en vroom zijn, wanneer ze zien dat zij die de begunstigden van het leve...

aalmoezen geven - met liefde - trekt genade aan

Afbeelding
453.2 Maria Valtorta: 'De menigte groeit naarmate Jezus verder het stadscentrum in trekt, totdat ze zichzelf stopt op een groot, met bomen omzoomd plein, waar markt wordt gehouden in de schaduw van de bomen, t.t.z. de belangrijkste transacties worden hier afgehandeld, want de kleinschalige handel in voedsel en huishoudelijke artikelen vindt buiten dit plein plaats, op een onverharde weg, waar de zon al fel schijnt, waar kopers en verkopers zich beschermen met zeilen die over palen zijn gespannen, en die een beetje schaduw werpen op de goederen, die op de grond liggen uitgestald. De plek, bedekt als hij is met lakens in allerlei kleuren, laag bij de grond, en vol met mensen in kleurrijke gewaden, lijkt op een weide versierd met gigantische bloemen, sommige vast, andere bewegend langs de paden tussen de zeilen. En dit geeft de plek nog een aspect van schoonheid, die het zeker niet langer heeft heeft, wanneer -de prehistorische winkeltjes verdwenen- de zandweg tevoorschijn komt in zij...

ook Johannes en Andreas louter minachtend t.a.v. Eli - - maar Jezus helpt

Afbeelding
447.7 Valtorta: 'Jezus kijkt hem aan: klein, trillend, bleek van angst, ellendig... Hij observeert hem. En met medelijden.  Er zijn slechts vier ogen die hem met medelijden aankijken:  die van de Zoon en Zijn Moeder.  Alle andere ogen zijn spottend, of streng of onrustig... Zelfs Johannes, zelfs Andreas, hebben een harde blik vol minachtende strengheid. "Medelijden heb Ik. Maar Ik ga niet naar de centurion..." "Hij is Jouw vriend..." "Nee." "Hij is Jou dankbaar, wilde ik zeggen, omwille van... vanwege zijn knecht, die Jij hebt genezen ." "Ik heb ook jouw kleinzoon genezen. En jij bent Mij niet dankbaar,  ook al ben je een Israëliet zoals Ik. Een weldaad schept geen verplichting." “O jawel. Wee degenen die niet dankbaar zijn..." Eli beseft dat hij zichzelf veroordeelt en zwijgt, stotterend. De menigte spot. "Snel, Rabbi. Grote Rabbi! Heilige Rabbi!  Hij geeft bevelen, zie Je?! Ze staan ​​op het punt te vertrekken!  Jij wil ...

Samuel, weer redelijk, moet zelf ook vergeving zoeken

Afbeelding
445.16 Maria Valtorta: 'Petrus neuriet iets tussen zijn tanden... Jezus vraagt ​​hem: "Wat zeg je, Simon van Jona?" "Ik zong een oud liedje over het meer..." "En welk dan?" "Het is: 'Zo gaat het altijd. Vissen bevalt wie boer is, maar de visser bevalt het vissen niet!' En kijk, hier blijkt weer dat de discipel liever wilde vissen dan de apostel..." Velen lachen. Jezus lacht niet, Hij zucht. "Heb ik Jou bedroefd, Meester?" vraagt ​​Petrus. "Nee. Maar kritiseer niet altijd." "Het is om Judas dat mijn neef droevig is," zegt Judas van Alfeüs. "Wees ook jij stil, vooral in de diepte van je hart." "Maar heeft Samuel wérkelijk al een wonder ontvangen?" vraagt ​​Thomas, nieuwsgierig en enigszins ongelovig. "Ja." "Dan heeft het geen zin dat hij naar Kafarnaüm komt." "Het is noodzakelijk. Ik heb zijn hart nog niet volledig genezen.  Hij moet zelf genezing zoeken, d.w.z. ...

Aurea wordt nu toevertrouwd aan Noëmi en Mirta

Afbeelding
439.4 M. Valtorta: 'Simon en Thomas komen terug met Aurea, die naar Maria toe rent.  Jezus laat haar bij Zijn Moeder achter en gaat met de apostelen het huis binnen. "Je hebt veel gebeden, dochter, en de goede Heer heeft je verhoord..." begint Maria. Maar het meisje onderbreekt haar met een vreugdekreet: "Ik blijf bij jou!" en slaat haar armen om haar nek en kust haar. Maria beantwoordt de kus en zegt, terwijl ze haar nog steeds in haar armen houdt:  "Als iemand jou een grote gunst bewijst, moet je die ook terugbetalen, nietwaar?" "O jazeker! En ik zal jou met zoveel liefde terugbetalen!" "Zeker, dochter. Maar boven mij staat God.  Hij is het die je deze grote gunst heeft verleend,  deze onmetelijke genade om je te verwelkomen onder de leden van Zijn volk,  om je tot discipel van de Meester en Verlosser te maken.  Ik ben slechts het instrument van genade geweest,  maar Hij, de Allerhoogste, heeft jou die Genade geschonken.  Wat zul jij d...

Jezus legt, omwille van het werk van de boeren, de storm aan banden

Afbeelding
428.6 M. Valtorta: 'Bij de brug ontmoeten ze Judas, die uitroept: "O mijn Meester! Wat heb ik geleden zonder Jou! Lof zij God, die mijn volharding heeft beloond van hier op Jou te wachten! Hoe is het in Caesarea gegaan?" "Vrede zij met jou, Judas!" antwoordt Jezus kort en voegt eraan toe: "We zullen in de huizen verderpraten. Kom, want er komt storm aan!" Inderdaad, er steken windvlagen op, die stofwolken opwerpen van de verschroeide straten, en de hemel is bedekt met wolken in alle vormen en kleuren,  en de lucht kleurt geel en paarsachtig… En de eerste warme, schaarse druppels beginnen te vallen, en de eerste bliksemflitsen schieten door de haast nachtelijke hemel… Ze beginnen te rennen, en alleen hun sterke benen, gedreven door de wens om niet overspoeld te worden door een stortbui, brengen hen naar het eerste huis wanneer, temidden van het gedreun van de bliksem in de buurt, een stortvloed van water vermengd met hagel het gebied treft,  te midden v...

herder Jozef blij genezen - maar ook dankbaar dat hij waardig was z'n bloed te vergieten voor Jezus

Afbeelding
-Steniging (James Tissot)- 418.5 Maria Valtorta: '"Kom binnen..." "Ja. Laten we meteen naar de gewonde gaan. Waar ligt hij?" "Op het beste bed." Ze gaan de keurig aangelegde tuin in,  en vandaar naar de keuken, en van de keuken naar de kleine slaapkamer.  Jezus buigt zich over de zieke man, die kreunt en slaapt.  Hij buigt zich voorover, buigt zich voorover... en ademt in zijn oor,  dat al vol pus zit en in doeken is gewikkeld.  Hij staat op.  Hij trekt zich geruisloos terug. "Heb je hem niet wakker gemaakt?" vraagt ​​de oude man zachtjes. "Nee. Laat hem maar slapen. Hij heeft geen pijn meer.  Hij zal herstellen. Laten we naar de anderen gaan." Jezus sluit zachtjes de deur en gaat de grote kamer in  waar de bedden staan ​​die de vorige keer gekocht zijn.  De twee vermoeide discipelen slapen nog. "Zij waken tot de ochtend.  Ik van 's ochtends tot 's avonds.  Daarom zijn ze zo moe. Ze zijn zo goed." De twee moeten m...

Jezus' opa Joachim gaf helft van oogst aan armen

Afbeelding
410.6 M. Valtorta: 'Bartholomeus voelt dat er weer een ruzie aankomt, en leidt die af door naar Jezus te roepen. "Meester! Is er nog niets voor ons?  Jij bent altijd een stap voor!" "Je hebt gelijk, Bartholomeüs. Maar we stoppen zo. Zie je dat huisje? Daar gaan we heen, want de zon is te fel. We gaan vanavond verder. We moeten ons haasten naar Jeruzalem, want Pinksteren staat voor de deur." "Waar hadden júllie het over?" vraagt ​​Judas Thaddeüs aan zijn broer. "O niks bijzonders! We waren begonnen over Jozef van Arimathea te praten, en uiteindelijk kwamen we uit op de oude boerderij van Joachim in Nazareth, en zijn gewoonte om, zolang dat kon, de helft van de oogst voor zichzelf te houden en de rest aan de armen te geven,  iets wat de oude mannen van Nazareth zich nog zo goed herinneren. Wat een onthechting, die twee rechtvaardigen, Anna en Joachim! Natuurlijk dat zij het wonder van een dochter, van de Dochter, mochten ervaren!... En met Jezus he...

Judas heeft moeite met armoedebeginsel

Afbeelding
406.3 Maria Valtorta: 'Een harde klop op de deur. De vrouw rent naar de deur om open te doen. Het zijn de discipelen. "Komen jullie!" zegt Jezus. "Hebben jullie het geld aan de armen uitgedeeld?" "Ja, Meester." "Tot de laatste druppel?... Bedenk dat wat ons gegeven wordt niet voor onszelf is, maar voor de liefdadigheid. Wij zijn arm en leven van de genade van anderen. Ellendig de apostel die zijn missie misbruikt voor menselijke doeleinden!" "En wat als je op een dag geen brood meer hebt, en beschuldigd wordt van het overtreden van de Wet, omdat je de mussen nadoet door aan korenaren te knabbelen?" "Heb jij ooit iets tekort gehad, Judas? Niets essentieels gehad sinds je bij Mij bent? Heb je ooit op de weg geleden?" "Nee, Meester." "Toen Ik tegen jou zei: 'Kom!', heb Ik jou toen gemak en rijkdom beloofd? En heb Ik ooit in Mijn woorden tot hen die naar Mij luisteren gezegd dat ik 'de Mijnen' vo...

met Judas verbroken relatie, was genade - - Judas' moeder staat veel zwaarder lot te wachten

Afbeelding
-ouders van Joran van der Sloot- 395.6 Maria Valtorta: 'Anna, luister naar Me... U huilt om een ​​afgezegde bruiloft, u maakt er de oorzaak van al uw verdriet van, u beschuldigt een man van moord en zijn ongelukkige moeder van medeplichtigheid. Luister, Anna! Over een paar maanden zult u zien dat het een genade van de hemel was, dat Johanna niet Judas' vrouw was..." "Noem hem niet!" roept de vrouw. "Ik noem hem wel! En wel om u te zeggen dat u de Heer moet dánken! En u zult Hem over een paar maanden danken..." "Ik zal binnenkort dood zijn..." "Neen. U zult leven. En u zult zich Mij ​​herinneren. En u zult begrijpen dat er pijnen zijn die groter zijn dan de uwe..." "Groter? Dat is onmogelijk!" "Waar plaatst u dat van Mijn Moeder... die Mij aan het kruis zal zien sterven?" Jezus is opgestaan. Hij is indrukwekkend -ouders van Natalee Holloway- "En waar het verdriet van de moeder van de verrader van Jezus Christu...

zorg voor Elia toevertrouwd aan Nike (Veronica) 5

Afbeelding
-Semana Santa in Elche (Spanje)- 382.7 Maria Valtorta: '"Maar waarom bent u nu verdrietig? En waarom huilt u?" "Omdat ik in Uw woorden een voorgevoel van de dood voel... Zal ik U zo snel verliezen, Heer?" Nike huilt in haar sluier. "Niet huilen! Er zal zoveel vrede voor Mij zijn, daarna... Geen haat meer. Geen hinderlagen meer. Niet al deze... verschrikkingen van de zonde die Mij overkomen, Mij omringen... Geen afschuwelijke nabijheid meer...  O! Niet huilen, Nike! Uw Redder zal vrede hebben.  Hij zal overwinnen..." "Maar daarvoor... maar daarvoor...  Mijn man en ik lazen altijd de profeten...  En we beefden van afschuw bij de woorden van David en Jesaja...  Maar zal het voor U werkelijk zo zijn?" "Zo en erger..." "O!... Wie zal U dan verlichting geven? Wie zal U laten sterven met... nog hoop?" "De liefde van de discipelen. En vooral van de trouwe, vrouwelijke discipelen." "Dan ook de mijne! Want ik zal voor...

Lazarus' lijden redde Magdalena - over zijn beloning zullen mensen (en engelen) spreken!

Afbeelding
-Verrijzenis van Lazarus (Duccio di Buoninsegna)- 376.4 Maria Valtorta: 'Maria, zittend op een kussen aan Jezus' voeten, in haar gebruikelijke houding van nederige en vurige aanbidding, zegt: "Breng ik mijn broeder misschien dit lijden toe? Zeg het mij, Heer, zodat mijn smart volkomen kan zijn!..." Lazarus roept uit: "Nee, Maria, nee. Ik... moest hieraan sterven. Schiet geen pijlen in je hart!" Maar Jezus, volkomen oprecht, zegt: "Natuurlijk wel! Ik heb je goede broer in zijn gebeden gevoeld, in zijn hartslag. Maar dit mag jou geen zware smart bezorgen. Maar juist de wil om volmaakt te worden, welke de prijs ook is. ( Henry Ossawa Tanner) En verheug je! Verheug je omdat Lazarus, omdat hij jij van de duivel heeft gered..." "Niet ik! Jij, Meester." "...omdat hij jou aan de duivel heeft ontrukt, een toekomstige beloning van God heeft verdiend, waar de mensen en de engelen over zullen spreken. En zoals Lazarus zijn er anderen, en vooral ...

het is Gods Wil dat Lazarus lijdt

Afbeelding
-bed van slachtofferziel Marthe Robin- 376.2 Maria Valtorta: '"Jij bent precies op tijd gekomen om die kleine te redden!" merkt Lazarus op, na het verhaal over het kasteel van Caesarea Philippi, wijzend naar de baby, die zalig in de armen van zijn moeder slaapt. En Lazarus voegt eraan toe: "Wat een prachtig kind! Mevrouw, kunt u hem mij van dichtbij laten zien?" Dorcas staat op en toont zwijgend, maar triomfantelijk, haar pasgeborene om hem door de zieke te laten bewonderen. "Een prachtig kind! Werkelijk prachtig! Moge de Heer hem beschermen, en hem gezond en heilig laten opgroeien." "En trouw aan zijn Redder. Als dat niet zo was, zou ik hem nu meteen dood wensen. Alles, behalve dat de geredde de Heer niet dankbaar zou zijn!" zegt Dorcas vastberaden, terwijl ze terugkeert naar haar plaats. "De Heer komt altijd op tijd om te redden," zegt Mirta , de moeder van Abel van Bethlehem . "Mijn zoon was niet dichter bij de dood - en wa...