troost voor Aurea die streling van Maria gaat missen
441.6 Maria Valtorta: 'Inmiddels vervolgen de pelgrims hun reis in zuidwestelijke richting. Voorop lopen de vrouwen op hun ezels, goed gevoed en uitgerust, vrolijk voortdravend, waardoor Margziam en Abel - die verstandig aan weerszijden van Aurea lopen, die voor het eerst rijdt - bijna moeten rennen. En hoewel dit vermoeiend is, leidt het het meisje af van de pijn van de scheiding van Maria. Zo nu en dan, om de twee jongemannen rust te geven, stopt Mirta haar ezel en houden ze halt, en ze gaat pas weer verder als de apostolische groep zich bij hen voegt. Maar tijdens de pauzes, niet langer afgeleid door de beslommeringen van het paardrijden, wordt Aurea weer verdrietig... Margziam, die ervaring heeft opgedaan in het wees-zijn, opgenomen uit naastenliefde door een adoptiemoeder na Maria te hebben gekend, troost haar door haar te vertellen hoe je je aan je adoptiemoeder hecht "alsof ze je eigen moeder is". En hij vertelt over zijn eigen indrukken, en hoe Maria en Matthias ...