Posts

Er worden posts getoond met het label moeder

Kerk al in bos bij Gamla aan Maria toevertrouwd

Afbeelding
455.5 Maria Valtorta: 'Ja. Geen van hen begrijpt het... Het is niet hun schuld. Het is Satan die de rook schept zodat ze niet kunnen zien, en als dronken zijn en het niet begrijpen, en daarom onvoorbereid zijn... en makkelijker te verleiden... Maar jij en Ik zullen hen redden ondanks Satans valstrik. Vanaf nu vertrouw Ik hen toe aan jou, Mijn Moeder. Herinner je deze woorden van Mij: aan jou vertrouw Ik hen toe. Aan jou geef ik Mijn erfdeel. Ik heb niets op aarde, behalve een Moeder - en die offer Ik aan God: Hostie met de Hostie - en Mijn Kerk - en die vertrouw Ik toe aan jou. Wees haar Voedster/Voedende Moeder. - Een moment geleden dacht Ik na over hoe vaak de man van Keriot door de eeuwen heen herboren zal worden met al zijn gebreken. En ik bedacht dat ieder die niet Jezus was, hem zou verwerpen, dit gebrekkige wezen.  Maar Ik zal hem niet verwerpen.  Ik ben Jezus ['Redder/God redt'...] . Jij, in de tijd dat je op aarde zult blijven, tweede na Petrus in de kerkelijke hië...

offer voor Maria's volle genade al door God voorbereid

Afbeelding
[Eerder, vóór Afeka , nabij  Gamla ...] 455.4 Maria Valtorta 'Beiden - de apostelen en de vrouwen - worstelen om wakker te worden, zo moe zijn ze. Maar Maria is wakker, alleen vastgehouden door het kind dat slaapt, tegen haar borst aan, zijn hoofdje onder Maria's kin. En de Moeder, die haar Jezus in de deuropening van de grot ziet verschijnen, glimlacht Hem toe met haar lieve blauwe ogen, die rood kleuren van vreugde bij het zien van Hem. En ze maakt zich los van het kind, dat een beetje jammert omdat het wordt verplaatst, en staat op en gaat naar Jezus toe met haar stille, zacht wiegende pas als een bescheiden duif. "God zegene Jou, mijn Zoon, vandaag." "God zij met je, Moeder. Was de nacht zwaar voor jou?" "Helemaal niet. Sterker nog, ik was heel gelukkig. Het voelde alsof ik Jou, mijn Kleine, in mijn armen hield... En ik droomde dat er een rivier van goud uit Je mond stroomde, die een onbeschrijflijk zoet geluid voortbracht, en een stem zei...oh! wa...

Maria moeder van álle mensen

Afbeelding
651.18 Jezus zegt: 'De mens, begiftigd met een rationele ziel, is een vermogen dat God met Zichzelf vult. Maria, zijnde de heiligste van alle schepselen na Christus, was een vermogen vól... —tot het punt van overstromen, over haar broeders en zusters in Christus, door de eeuwen heen, en tot in eeuwigheid— vól van God, van Zijn genade, liefde en barmhartigheid. Zij stierf, ondergedompeld in de golven van liefde. Nu, in de hemel, zelf een oceaan van liefde geworden,  overstroomt zij haar trouw gebleven kinderen, en zelfs haar verloren zonen,  met haar golven van liefde voor de universele verlossing, Zij die de universele Moeder van álle mensen is.' 18 april 1948

hoe meer liefde, hoe meer vermogen om waarheden te zien en doorgronden

Afbeelding
651.17 Jezus zegt: 'Er is een verschil tussen de scheiding van de ziel van het lichaam door de ware dood, en de tijdelijke scheiding van de geest van het lichaam en van de levende ziel door contemplatieve extase of verrukking. Terwijl de losmaking van de ziel van het lichaam ware dood veroorzaakt, veroorzaakt extatische contemplatie, d.w.z. tijdelijke ontsnapping van de geest voorbij de grenzen van de zintuigen en de materie, geen dood. En dit komt doordat de ziel zich niet volledig van het lichaam losmaakt en afscheidt, maar dit slechts doet met haar beste deel, dat zich onderdompelt in het vuur van de contemplatie. Alle mensen, zolang ze leven, hebben een ziel in zich, dood of levend, hetzij door zonde of gerechtigheid; maar alleen de grote liefhebbers van God bereiken ware contemplatie. Dit toont aan dat de ziel, die haar bestaan ​​behoudt zolang ze met het lichaam verbonden is, —en deze eigenschap is hetzelfde in alle mensen— in zichzelf een meer uitverkoren deel heeft: de ziel...

Maria demonstratie van wat God voor mens verlangde: na aards, het hemels Paradijs

Afbeelding
- Boom van Dood & Leven (Salzburger Missaal) - 651.13-14 Maria zegt: 'Mijn nederigheid stond mij niet toe te denken dat er zoveel glorie voor mij in de hemel was weggelegd. In mijn denken was de quasi zekerheid dat mijn menselijk lichaam, geheiligd door het dragen van God, geen verrotting zou kennen, aangezien God Leven is,  en wanneer Hij een schepsel met Zichzelf verzadigt en vult, is deze handeling van Hem als een conserverende geur tegen de verrotting van de dood. Niet alleen was ik onbevlekt gebleven, niet alleen was ik met God verenigd in een kuise en vruchtbare omhelzing, maar had mezelf, ook in mijn diepste binnenste, verzadigd met de uitvloeisels van de Godheid, verborgen in mijn baarmoeder, en erop gericht zich in sterfelijk vlees te hullen. Maar dat de goedheid van de Eeuwige voor zijn dienstmaagd de vreugde had gereserveerd om de aanraking te voelen van de hand van haar Zoon op haar ledematen, Zijn omhelzing, Zijn kus, en om Zijn stem weer met mijn eigen oren te ho...

maria hemelvaart 7

Afbeelding
-Johannes met Maria ( William Dyce )- 649.12 Maria Valtorta: '"Maar waarom huil je, Johannes?" "Omdat de storm van pijn in mij woedt. Ik besef dat ik jou ga verliezen! Hoe moet ik zonder jou leven? Mijn hart breekt bij die gedachte! Ik kan deze pijn niet dragen!" "Je zult hem wel dragen. God zal je helpen leven, en lang, zoals Hij mij geholpen heeft. Want als Hij mij niet geholpen had, zowel op Golgotha ​​als op de Olijfberg, toen Jezus stierf en toen Hij opsteeg, zou ik gestorven zijn, zoals Isaak gestorven is. Hij zal jou helpen om te leven en om je te herinneren wat ik je hiervoor allemaal heb gezegd, ten goede van iedereen." (Matthias Grunewald) "O! Ik zal het me herinneren! Alles! En ik zal doen wat jij wenst, ook voor jouw lichaam. Ik begrijp ook dat Joodse riten niet langer nodig zijn voor jou, een Christen, en voor jou, de Allerzuiverste, die, dat weet ik zeker, geen verdorvenheid van het vlees zult kennen. Jouw lichaam, vergoddelijkt als...

Jezus draagt huilende Alfeüs mee in Zijn armen

Afbeelding
454.8 Maria Valtorta: '"Kom, Alfeüs. Niet huilen. Kom naar Mij. Ik zal je in Mijn armen dragen!" De pijn van het kind is groot. Al zijn pijn als wees en van te zijn verstoten door zijn moeder, verzacht in die dagen van vrede, komt weer boven, kookt, stroomt over. Meer nog dan de schaafwonden die hij opliep aan zijn voorhoofd en handen, door op de stenen grond te vallen, schaafwonden die de vrouwen schoonmaken en kussen om hem te troosten, huilt hij zijn pijn uit als onbeminde zoon. Een lange, hartverscheurende kreet, met aanroepingen tot zijn overleden vader,  tot zijn moeder... O, arm kind! (Ik huil met hem, ik, degene die altijd onbemind is geweest door de mensen, en net als hij zoek ik mijn toevlucht in de armen van God, vandaag,  op de herdenkingsdag van mijn vaders begrafenis; vandaag,  een dag waarop een onrechtvaardige beslissing mij de frequente communie ontneemt...) Jezus neemt hem, kust hem, wiegt hem en troost hem en loopt voor iedereen uit, met het onschuldige...

rijke weduwe biedt aan om jongetje Alfeüs op te vangen

Afbeelding
450.7 Maria Valtorta: '"Meester, U hebt iedereen hier genezen. Maar er is een melaatse in een hut in het bos. Hij smeekt ons voortdurend om U naar hem toe te brengen..." "Laten we gaan! Maak plaats! Laat Me doorgaan. Doe julliezelf geen kwaad! Ik ben hier voor iedereen... Kom op, ga opzij. Doe de vrouwen en kinderen geen kwaad. Ik ga niet meteen weg. Ik blijf morgen en dan ben ik vijf dagen in de streek. Jullie kunnen me volgen, als jullie dat willen..." Jezus probeert de menigte tot de orde te roepen, om ervoor te zorgen dat de burgers elkaar geen kwaad doen, in het profiteren van Zijn komst. Maar de menigte is als een zachte massa die verschuift en zich dan weer om Hem heen verzamelt. Ze is als een lawine die, volgens de natuurwetten, alleen maar compacter wordt naarmate ze verder rolt. Het is alsof ijzerdeeltjes door een magneet worden aangetrokken... En Zijn voortgang is traag, haperend, vermoeiend... Iedereen zweet, de apostelen schreeuwen, ellebogen tegen ...

Maria beweegt Jezus tot inwilligen van Esthers wens (op sterfbed en vanuit hiernamaals)

Afbeelding
-Intercessie van Christus en Maria (Lorenzo Monaco)- 445.14 Maria Valtorta: '"Goed. Nu jullie er allemaal zijn en het alweer mooi weer wordt,  stel ik voor dat we vanavond naar Kafarnaüm vertrekken!" zegt Petrus. Maria, die altijd instemt, zegt ditmaal: "Nee, Simon. We kunnen niet vertrekken tenzij eerst...  Mijn zoon, een moeder heeft tot mij gebeden dat Jij, Jij die alleen dat kunt doen, de ziel van haar enige zoon bekeert. Ik smeek Jou, luister naar me, want ik heb beloofd... Vergeef hem... Jouw vergeving..." "Die is al gegeven, Maria. Ik heb al met de Meester gesproken..." onderbreekt Iskariot, in de veronderstelling dat Maria het over hem heeft. "Ik spreek niet over jou, Judas van Simon.  Ik spreek over Esther van Levi , van Nazareth,  een moeder die gedood werd door het gedrag van haar zoon.  Jezus, zij stierf in de nacht dat Jij wegging.  En haar smeekbeden tot Jou waren niet voor haarzelf,  arme gemartelde moeder van een schandelijke zoon,...

Maria huilt om toekomstig lot van Judas

Afbeelding
442.6 Maria Valtorta: 'Ik zeg jou slechts dit: vele zwaarden zullen in mijn hart gestoken worden, gestoken en opnieuw gestoken, zonder genade, door de mensen die mijn Jezus bedroeven en Hem haten. Maar één ervan zal van jou zijn, en dat zwaard zal er nooit worden uitgetrokken. Want de herinnering aan jou, Judas, die jezelf niet wilt redden, aan jou die jezelf te gronde richt, aan jou die mij angst aanjaagt – geen angst voor mezelf, maar voor jouw ziel – zal mijn hart nooit verlaten. Eén zwaard werd er al in gestoken door de rechtvaardige Simeon, terwijl ik mijn Kind, mijn heilig Lam, in mijn hart droeg... Het andere... het andere ben jij... De punt van jouw zwaard martelt mijn hart nu al. Maar jij bent nog niet tevreden met het toebrengen van deze pijn aan een arme vrouw... en je wacht tot je je beulszwaard volledig in het hart hebt gestoken van iemand die jou niets dan liefde heeft gegeven... Maar ik ben dwaas om medelijden van jou te verwachten, die zelfs geen medelijden voor je ...

Maria, net terug van moeder die stierf om foute zoon, berispt Judas stevig

Afbeelding
442.4 Maria Valtorta: 'Hij is nog niet klaar met praten,  of de deur van de eetkamer naar de tuin gaat open, en een zeer bleke en bedroefde Maria verschijnt in de deuropening. "Judas!" "Maria!"  roepen ze tegelijkertijd. "Nu doe ik de deur voor je open.  Alfeüs heeft niets tegen me gezegd, behalve: 'Ga naar huis. Er is iemand die je nodig heeft,' en ik ben gerend, te meer omdat die arme oude vrouw me niet meer nodig had.  Ze was klaar met lijden onder haar slechte zoon..." Terwijl Maria spreekt,  rent Judas over het pad terug naar de voorkant van het huis...  Maria doet open. "Vrede zij met je, Judas van Keriot. Kom binnen." "Vrede zij met jou, Maria." Judas aarzelt even.  Maria is zachtaardig, maar ernstig. "Ik heb zo vaak geklopt, in de vroege ochtend!" "Gisteravond heeft een zoon het hart van zijn moeder gebroken...  En ze kwamen Jezus zoeken. Maar Jezus is hier niet.  Ik zeg het jou ook: Jezus is hier niet...

blije blik op Nazareth vanuit Sepphoris

Afbeelding
CDXXXIII AANKOMST IN NAZARETH -LOFPRIJZINGEN AAN DE MAAGD MARIA- GENEZING VAN AUREA 433.1 Valtorta: 'Vanuit  Sepphoris betreedt men Nazareth vanaf de noordwestelijke kant, dat wil zeggen, vanaf de hoogste en meest stenige heuvel. Het amfitheater waarop Nazareth in terrassen is gebouwd,  verschijnt wanneer men de top van de heuvel bereikt, de laatste vanuit Sepphoris,  die vrij steil door ravijnen naar de stad afdaalt. Als ik de plaats goed herken,  want er is tijd verstreken en veel bergachtige plaatsen lijken op elkaar, dan is de plek waar Jezus staat, precies de plaats waar zijn medeburgers probeerden Hem te stenigen,  en Hij hen met Zijn macht tegenhield door dwars door hen heen te gaan. Jezus blijft staan ​​om naar Zijn geliefde, maar vijandige stad te kijken,  en een tevreden glimlach verschijnt op Zijn gezicht. Wat een zegen, ongekend en onverdiend door de Nazareners,  deze goddelijke glimlach die zich uitstort en genade verspreidt over het lan...

ijlende Aurea per muilezelkar naar Maria gebracht

Afbeelding
427.8 Maria Valtorta: 'Ze lopen, ze lopen...  Bijna op de vlakte, zien ze een groep discipelen.  Daar zijn Isaak en Johannes van Efeze met zijn moeder,  en Abel van Bethlehem met zijn moeder, en anderen van wie ik de namen niet ken.  En voor de vrouwen wordt er een eenvoudige kar getrokken door een sterke muilezel.  En daar zijn Daniël en Benjamin, de herders, Jozef de veerman, en anderen! "Dat is de Voorzienigheid die ons helpt!" roept Jezus uit, en Hij beveelt hen te stoppen, terwijl Hij naar de discipelen gaat,  vooral naar de twee vrouwelijke. Hij neemt hen apart, samen met Isaak, en vertelt hun een deel van Aurea's verhaal:  "Wij hebben haar gered van een onreine meester...  Ik zou haar graag naar Nazareth brengen om haar te laten genezen,  want ze is ziek van angst en uitputting.  Maar ik heb geen vervoermiddel.  Waar waren jullie naartoe op weg?" "Naar Bethlehem in Galilea, naar Mirta 's huis.  Het is onmogelijk weersta...

Bartholomeüs leert kerstenen - vertrekt bij moederliefde

Afbeelding
427.3 Maria Valtorta: 'Een stilte, waarin iedereen nadenkt over de verschrikkingen in de wereld. Dan vraagt ​​het meisje Bartholomeüs met zachte stem:  "Vertel me eens, wat voor iets is God? En waarom is Hij God?  Waarom is Hij mooi en goed?..." "God... Hoe kan ik jou dat alles leren,  jij die geen enkel religieus idee hebt?" "Religieus? Wat is dat?" "Allerhoogste Wijsheid! Ik ben als iemand die verdrinkt in de diepzee!  Hoe kan ik het hoofd bieden aan deze afgrond?" "Wat jou moeilijk lijkt, is zo eenvoudig, Bartholomeüs.  Het is een afgrond, ja, maar leeg. En jij kunt die vullen met de Waarheid.  Erger is het, als afgronden gevuld zijn met modder, met gif, en slangen...  Spreek met de eenvoud waarmee jij tegen een kind zou spreken.  En ze zal jou beter begrijpen dan een volwassene." "O, Meester! Maar zou Jij het niet kunnen doen?" "Dat zou Ik kunnen. Maar het meisje zal de woorden van een van haar medemensen makkelij...

Ennius' 'bruidje' zal worden overgedragen aan Maria

Afbeelding
-H. Maagd met links H. Aurea (Lippo Vanni, zelfde als Aurea Galla?) - 426.14 Maria Valtorta: 'Lidia pakt het meisje bij de hand en sleept haar bijna voor Jezus.  Ze legt uit: "Ze kent weinig Latijnse woorden en nog minder Joodse...  Een wild beestje... Een louter lustobject." En tegen het meisje:  "Wees niet bang. Zeg 'dankuwel'. Hij is degene die jou gered heeft...  Kniel neer. Kus Zijn voeten. Sta op! Beef niet!... Vergeef me, Meester!  Ze is doodsbang door de laatste strelingen van die dronken Ennius..." "Arm schepsel!" zegt Jezus,  terwijl Hij Zijn hand op het gesluierde hoofd van het meisje legt.  "Wees niet bang! Ik neem je mee naar mijn Moeder. Naar een Moeder, begrijp je?  En je zult veel goede broers om je heen hebben... Wees niet bang, Mijn dochter!" Wat is er in Jezus' stem en in Zijn blik?  Alles is er: vrede, veiligheid, zuiverheid, heilige liefde.  Het meisje hoort Hem, trekt haar kapmantel terug om beter te kunnen k...

farizeeën: wie heeft macht over demonen?...

Afbeelding
420.8 M. Valtorta: 'Maar daar waar Jezus hem spaarde, sparen de rijke burgers, die nu dichterbij zijn gekomen, hem niet. Onder hen bevinden zich de onuitsprekelijke Farizeeën.  "Wat een geluk!  Goed dat je deze man, de Meester der demonen, hebt ontmoet!" "Ik, bezeten door demonen?..." De man is doodsbang. De oude vrouw snauwt: "Vervloekten! Zonder genade en respect!  Adders, hebzuchtig en wreed! En u ook, nutteloze dienaar van de synagoge.  Is de Heilige de Meester van de demonen??" "En wie denk je dat er macht over hen heeft,  tenzij hun koning en vader?" -Genezing van bezetene (Gustave Doré)- "O! Heiligschennis! Godslasteraars! Wees s..." "Zwijg, mevrouw. Wees blij met uw zoon. Vloek niet.  Ik voel geen pijn noch affront. Ga in vrede, allemaal.  Mijn zegen voor de goeden.  Laten we gaan, vrienden." "Mag ik U volgen?" Het is de genezen man die spreekt. "Nee. Blijf hier. Wees mijn getuige, en een vreugde voo...

tot moeder van bezetene: 't was niet hij die sprak...

Afbeelding
420.7 Maria Valtorta: 'Maar Jezus, die zich over de neergeslagen man had gebogen en hem bij de hand had genomen, keert Zich om, nog steeds gebogen, met de hand van de bevrijde man in de Zijne, en zegt: "Komen jullie. Wees niet bang!" De mensen komen angstig dichterbij. "Hij is genezen. Breng een gewaad." Eén van hen rent weg. De man komt langzaam bij.  Hij opent zijn ogen en kijkt Jezus aan.  Hij is rechtop gaan zitten.  Met zijn vrije hand veegt hij het zweet, het bloed en het speeksel weg,  gooit zijn haar naar achteren en bekijkt zichzelf.  Hij ziet zichzelf naakt voor zo'n menigte, en schaamt zich.  Hij krimpt ineen en vraagt: "Wat is er gebeurd? Wie bent U? Waarom ben ik hier? Naakt?..." "'t Is niets, vriend. Ze zullen je nu kleren brengen en dan kun je naar huis terugkeren." "Waar kom ik vandaan? En waar komt U vandaan?" Hij spreekt met de vermoeide, bleke stem van een zieke. "Ik kom van het Meer van Galilea....

ergste lot: moeder zijn van monsterlijke ziel

Afbeelding
-graf van moeder van Stalin- 419.9 Maria Valtorta: 'Maar nog groter is de pijn van de moeder van een monsterlijke ziel,  die beseft dat ze een demon heeft gebaard, een gevaar voor de aarde,  voor haar land, voor haar familie en haar vrienden. O! Ze durft haar hoofd niet eens meer op te heffen,  arme moeder van een wreedaard, een verachtelijke, een moordenaar,  van een verrader, van een dief, van een corrupte! -graf van ouders van Hilter- Welnu, Ik zeg jullie:  heb zelfs deze moeders lief, de meest ongelukkige! Zij die door de eeuwen heen de geschiedenis in zullen gaan  als de moeders van een moordenaar, een verrader. Overal op aarde zijn de kreten gehoord  van moeders verscheurd door de wrede dood van hun eigen kind.  Sinds Eva, hoeveel moeders niet hebben hun innerlijk verscheurd gevoeld,  meer nog dan in de weeën van de bevalling – maar wat zeg Ik nu? – hebben hun innerlijk, en daarmee ook hun hart, verscheurd gevoeld door een wrede hand, ...

meiklokje doet Jezus aan Maria denken

Afbeelding
412.3 Valtorta: '"Maar iemand vroeg Me waarom Ik het lelietje-van-dalen zo prefereer... Ziehier Mijn antwoord: 'Vanwege haar nederigheid.' Alles eraan straalt nederigheid uit...  De plaatsen waar ze van houdt...  de houding van de bloem...  Ze doet me denken aan Mijn Moeder... Deze bloem... zo klein! En toch, ruik de geur van een enkel steeltje.  De lucht eromheen is ermee doordrenkt... Ook Mijn Moeder, nederig, verlegen, onbekend,  die alleen maar vroeg om onbekend te blijven... Toch was haar geur van heiligheid zo sterk, dat ze me uit de hemel trok..." "Zie Jij een symbool van Jouw Moeder in die bloem?" "Ja, Thomas." "En denk Jij dat onze voorouders, toen ze de lelietjes-van-dalen prezen,  een voorgevoel hadden van Haar?" vraagt ​​Jacobus van Alfeüs. "Dan hebben ze haar ook vergeleken met andere planten en bloemen. Met de roos, de olijfboom en de zachtmoedigste dieren: tortels, duiven..." zegt Iskariot haast met woede. ...

arm, net huisje van oude vrouw wordt gezegend

Afbeelding
411.7 Maria Valtorta: '"Kom, moeder. Naar uw huis! Moge dit graan u meer brood voor de ziel geven dan voor het lichaam. Ik ben het ware Brood dat uit de hemel is neergedaald, om alle honger van het hart te stillen. Jullie (Thomas en Jakobus hebben zich bij hen gevoegd met hun handvol), pak deze schoven op. En laten we gaan!" En alle drie gaan ze, beladen met aren, en Jezus volgt hen  samen met de kleine oma, die huilt en woorden van gebed prevelt. Ze bereiken het kleine huisje. Twee kleine kamers, een kleine oven, een vijgenboom, een kleine wijnrank. Reinheid en armoede. "Is dit uw toevluchtsoord?" "Dit. Zegen het, Heer!" "Noem me 'mijn zoon'! En bid dat Mijn moeder getroost mag worden in haar verdriet, u die weten wat het is, het verdriet van een moeder. Vaarwel, moeder!  Ik zegen u, in de naam van de ware God." En Jezus heft Zijn hand op, en zegent het huisje. En dan buigt Hij zich voorover, en omhelst de oude vrouw, en houdt haar ...