Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel


208.7

Maria Valtorta:

'De zonsondergang is net begonnen, wanneer Bethzur op de heuvel verschijnt, en bijna onmiddellijk, op de zijweg die ze genomen hebben om er te komen, stormen de kuddes van de herders én de herders zelf op hen af.

Maar van zodra Elia ziet dat Maria er ook is, steekt hij zijn armen in verbazing omhoog en blijft daar staan, omdat hij het zelf niet durft te geloven.

"Vrede zij met je, Elia. Ik ben het, inderdaad. Het is jou beloofd, en in Jeruzalem konden we elkaar niet zien... Maar denk er niet meer aan, nu zullen we elkaar zien!" zegt Maria zacht.

"O! Moeder, moeder!..."

Elia weet niet wat te zeggen.


Maar dan uiteindelijk wel:

"Kijk, mijn Pesach vier ik nú. Het is hetzelfde, en zelfs beter!"

"Inderdaad, Elia! We hebben goed verkocht, we kunnen een lammetje slachten. O! Wees onze gast aan onze arme tafel..." smeken Levi en Jozef.

"Vanavond zijn we te moe. Morgen. Luister. Kennen jullie een zekere Elise, vrouw van Abraham van Samuel?"

"Ja. Ze is in haar huis in Bethzur. Maar Abraham is gestorven, en vorig jaar zijn haar zonen ook gestorven. De eerste was enkele uren ziek, en het is nooit duidelijk geworden wat de oorzaak van zijn dood was. Bij de andere ging het langzaam, en niets kon de ziekte stoppen.

We gaven hem de eerste melk van een jonge geit, omdat de dokters zeiden dat dat goed was voor de zieke. Hij dronk er veel van, bij alle herders gemolken, want de arme moeder had ieder laten komen die een jonge melkgeit in zijn kudde had. Maar het had geen zin. Toen we terugkeerden naar de vlakte, at de jongeman niet meer. En toen we terugkeerden in de maand Adar [feb.-mrt.], was hij al twee manen dood."





"Mijn arme vriendin!

Ze hield van mij, in de tempel...

Ze was een beetje familie van me, via een voorvader...

Ze was goed...

Ze vertrok om met Abraham te trouwen, aan wie ze al sinds haar kindertijd was beloofd, twee jaar vóór mij, en ik herinner me haar toen ze kwam om haar eerstgeborene aan de Heer te offeren.

Ze liet me halen, niet alleen mij, maar ze wilde mij alleen, daarna, wat langer...

En nu is ze alleen... O! Ik moet haar snel troosten!

Blijven jullie maar. Ik ga met Elia mee

en zal alleen naar binnen gaan.

Verdriet vraagt om eerbied..."


"Ook Ik niet, Moeder?..."

"Jij altijd. Maar de anderen... Zelfs jij niet, kleintje.

Het zou haar pijn doen. Kom, kom, Jezus!"


"Wacht op ons op het dorpsplein!

En zoek een onderkomen voor de nacht.

Tot ziens!" beveelt Jezus hen allen.'


4 juli 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Jezus onthult: Johannes werd zonder erfzonde geboren (derhalve wijs, net als Maria)