Posts

Er worden posts getoond met het label messias

houtakkers door herders over Messias onderwezen

Afbeelding
-Houthakker (Vincent van Gogh)- 441.9 Maria Valtorta: 'Ze zijn al aangekomen op de plek waar de hei tot as is verpulverd, nog warm en knisperend onder hun sandalen. Ze steken het terrein over. Wanneer ze het midden bereiken, waar de volle maan schijnt, worden ze opgemerkt door de houthakkers. "O! Ik zei het toch! Hij alleen had dit kunnen doen! Laten we naar Hem toe rennen om Hem te aanbidden!" roept een houthakker, en hij doet dat al door zich in de as aan Jezus' voeten te werpen. "Waarom denkt u dat Ik dit had kunnen doen?" "Omdat alleen de Messias dit kan." "En hoe weet u dat Ik de Messias ben? Kent u Mij dan?" "Nee. Maar alleen de Goede, die de armen liefheeft, had barmhartigheid kunnen tonen. En alleen de Heilige van God had het vuur kunnen bevelen, en gehoorzaamd kunnen worden. Geprezen zij de Allerhoogste, die ons Zijn Messias heeft gezonden! En de Messias, die op tijd is gekomen om onze huizen te redden!" (Jean-François ...

Jezus legt, omwille van het werk van de boeren, de storm aan banden

Afbeelding
428.6 M. Valtorta: 'Bij de brug ontmoeten ze Judas, die uitroept: "O mijn Meester! Wat heb ik geleden zonder Jou! Lof zij God, die mijn volharding heeft beloond van hier op Jou te wachten! Hoe is het in Caesarea gegaan?" "Vrede zij met jou, Judas!" antwoordt Jezus kort en voegt eraan toe: "We zullen in de huizen verderpraten. Kom, want er komt storm aan!" Inderdaad, er steken windvlagen op, die stofwolken opwerpen van de verschroeide straten, en de hemel is bedekt met wolken in alle vormen en kleuren,  en de lucht kleurt geel en paarsachtig… En de eerste warme, schaarse druppels beginnen te vallen, en de eerste bliksemflitsen schieten door de haast nachtelijke hemel… Ze beginnen te rennen, en alleen hun sterke benen, gedreven door de wens om niet overspoeld te worden door een stortbui, brengen hen naar het eerste huis wanneer, temidden van het gedreun van de bliksem in de buurt, een stortvloed van water vermengd met hagel het gebied treft,  te midden v...

boer Daniël, verwant van Hilkia, herkent Messias wel

Afbeelding
-Angelus (Millet)- 414.4 M. Valtorta: '"Maar weet U dan niet dat U met geleerden en met leden van het Sanhedrin spreekt?" vraagt ​​Hilkia. "En wat dan nog? Jullie stellen Mij ​​vragen. Ik geef antwoord. Jullie tonen een verlangen om te weten. Ik leg je de waarheid uit. U wil Mij toch ​​niet herinneren, u die voor een ontwerp op een kledingstuk de vloek van Deuteronomium in herinnering bracht,  aan een andere vervloeking uit dezelfde passage: 'Vervloekt wie zijn naaste heimelijk neerslaat.' [ Deut.27:24 ] " "Ik sla U niet neer, ik geef U te eten." "Nee. Maar die verraderlijke vragen, zijn als slagen in de rug. Wees voorzichtig, Hilkia. Want Gods vervloekingen volgen elkaar op, en de vloek die Ik noemde wordt nog gevolgd door de volgende: 'Vervloekt wie steekpenningen aanneemt om onschuldig bloed te vergieten.'  [ Deut.27:25 ] " "In dit geval, bent U het, mijn gast, die geschenken aanneemt." "Ik veroordeel niet ee...

messias... waar is Uw koninkrijk dan?

Afbeelding
413.5 Maria Valtorta: 'Maar Ik zal niet spreken over de voortreffelijke en de rotte vijgen..." "Waarom, Meester? Bent U bang dat de feiten Uw uitleg tegenspreken?" "O nee! Integendeel..." "Voorziet U dan voor ons kwellingen, smaad, het zwaard, pest, hongersnood?" "Dit en nog veel meer!" "Nog veel meer? En wat dan? Houdt God niet meer van ons?" "Hij houdt zoveel van jullie, dat Hij Zijn belofte heeft vervuld!" "U? Omdat U de belofte bent?” "Dat ben Ik." "Wanneer zult U dan Uw Koninkrijk vestigen?" "De fundamenten ervan liggen er al." "Waar? Waar?" "In de harten van de goeden." "Maar dat is geen koninkrijk! Dat is een leer!" "Mijn Koninkrijk, dat geestelijk is, heeft geesten als onderdanen.  En geesten hebben geen paleizen, huizen, legers of muren nodig.  Maar moeten het Woord van God kennen en in praktijk brengen. Wat gaande is, in de goede mensen....

vrouwtje had rol als offerziel aanvaard - nu beloond

Afbeelding
411.6 Maria Valtorta: '"Vrede zij met u, moeder! Hier zijn onze korenaren! Mijn metgezellen komen later met de hunne!" "God zegene U, zoon. Hoe hebt U er zoveel gevonden? Het klopt dat ik niet veel kan zien. Maar dit zijn echt twee schoven, grote... grote..." De oude vrouw raakt ze aan, haar trillende hand streelt ze,  ze wil ze optillen... maar kan het niet. "We zullen u helpen! Waar is uw huis?" "Dat huis!" Ze wijst naar een klein huisje achter de velden. "U bent alleen, hè?" "Ja. Hoe weet U dat? En U, wie bent U?" "Ik ben iemand die een moeder heeft." "Is dat Uw broer?" "Hij is Mijn vriend." De vriend maakt, vanachter Jezus' rug, grote gebaren naar de oude vrouw. Maar de oude vrouw, met troebele ogen, ziet ze niet. Ze is temidden van al het andere te zeer gefocust op Jezus. Haar oude moederhart wordt geraakt. "U zweet, zoon. Kom hier onder deze boom zitten. Ga zitten. Kijk eens hoe...

niet vlees en verstand, maar géést dient gecultiveerd (basisgelijkenis met God moet heiligheid worden!)

Afbeelding
406.10 Maria Valtorta: 'De mens heeft een ziel. Eén. Ware. Eeuwige. Dame/Meesteres. Verdienstelijk voor beloning en straf. Die allemaal de hare zijn. Geschapen door God. Bestemd, in het scheppende Denken, om terug te keren tot God. Jullie, heidenen, wijden je te veel aan de cultus van het vlees. Een wonderbaarlijk werk, jazeker, waarop het teken van de eeuwige Duim staat. Jullie bewonderen het verstand/de rede te veel, juweel opgesloten in de kist van jullie hoofd,  vanwaaruit diens verheven stralen uitgaan. Een groot, hemels geschenk van God de Schepper,  die jullie volgens Zijn Denken gemaakt heeft als vormen,  d.w.z. volmaakt werken van organen en ledematen,  en jullie Zijn gelijkenis schonk met het Denken en met de Geest. Maar de perfectie van de gelijkenis ligt in de Geest. Want God heeft geen ledematen, en geen ondoorzichtigheid van vlees, net zomin als Hij zintuiglijkheid/zinnelijkheid of begeerte kent. Maar is de meest zuivere Geest, eeuwig, volmaakt, onveran...

Messiasidee door te velen aards-ménselijk ingevuld

Afbeelding
- Rabbi Chaim Richman (Temple Institute) - 402.5 M. Valtorta: 'Jezus vervolgt na een korte onderbreking, die als het ware plaats vond om het eerste deel van de rede van het tweede te scheiden. Hij zegt: "Er was een tijd [ 1Kon.21 ] dat Naboth de Jizreëliet een wijngaard had, vlakbij het paleis van Achab, koning van Samaria. Het was een wijngaard van zijn voorouders, die hem zeer dierbaar was, bijna heilig voor hem, omdat het de erfenis was die zijn vader hem had nagelaten, nadat hij die op zijn beurt van zijn vader had geërfd, en zijn vader van diens vader, enzovoort. Generaties van verwanten hadden in die wijngaard gewerkt om hem steeds bloeiender en mooier te maken. Naboth hield er erg veel van. Achab zei tegen hem: 'Geef mij uw wijngaard, die vlakbij mijn huis ligt, en daarom zeer nuttig voor mij zal zijn om er een moestuin van te maken, voor mezelf en degenen die bij mij zijn. In ruil daarvoor zal ik u een betere wijngaard geven, of geld, als u dat liever hebt.' M...

Engedi-overste ontmoette destijds de Driekoningen

Afbeelding
390.6 M. Valtorta: '"Ik herinner me een avond van vele jaren geleden. Ik was toen gelukkig, maar ook toen, in vreugde, een gelovige. Want zo is het nu eenmaal! Zolang de mens gelukkig is, kan hij God snel vergeten. Ik geloofde in God, ook in die tijd van vreugde, toen mijn vrouw jong en gezond was, en ik Elisa opvoedde, als jong meisje zo mooi als een palmboom al verloofd, en Eliseo , die haar evenaarde in schoonheid en overtrof in kracht, zoals het een man betaamt... Ik was met de jongen naar de bronnen bij de wijngaarden gegaan, die de bruidsschat van Colomba vormen, en had vrouw en dochter achtergelaten bij de weefgetouwen, waar de bruidsjurk werd geweven... Maar misschien verveel ik je? Een arme man droomt van vroegere vreugden, hij herinnert ze zich... maar anderen geven er niet om..." "Spreek, spreek!" "Ik ging met de jongen mee... De bronnen... Als je van de westelijke weg kwam, weet je waar ze zijn... De bronnen lagen aan de rand van de gezegende ...

Jezus voorspelt droeve lot van Jeruzalem en joden

Afbeelding
FARIZEEËN WAARSCHUWEN  VOOR HERODES,   'UIT SYMPATHIE' -JEZUS ONTMASKERT ZE- -Jezus huilt over Jeruzalem (Enrique Simonet)- 363.10 Maria Valtorta: Jezus kijkt toe hoe ze wegvluchten... Hij wendt zich vervolgens naar het zuiden, naar een helderder licht dat wellicht de omgeving van Jeruzalem aanduidt, en zegt bedroefd:  "Jeruzalem, Jeruzalem... die je profeten doodt en hen die naar je toegezonden zijn, stenigt! Hoe vaak heb Ik er niet naar verlangd je kinderen te verzamelen, zoals een vogel in zijn nest zijn jongen verzamelt onder zijn vleugels, en je hebt het niet gewild! Kijk toch! Het Huis van jullie ware Patroon zal jullie verlaten achtergelaten worden. Hij zal komen, Hij zal doen wat de ritus voorschrijft, zoals de eerste en de laatste van Israël dat moet doen, en dan zal Hij vertrekken. Niet langer binnen jullie muren verblijven, om jullie met Zijn aanwezigheid te reinigen. En Ik verzeker je dat jij en je volk Mij niet meer zullen zien, in Mijn ware gedaante, to...

teveel een Koning verwachten, een aardse machtige

Afbeelding
360.9 Valtorta: 'Hun gefluister maakt Johannes wakker, die het dichtste bij is. Hij opent zijn blauwe ogen, kijkt verbaasd om zich heen, en herinnert zich dan wat er gebeurd is, en staat meteen op, en gaat achter de twee staan ​​die praten. Hij hoort Jezus' woorden: "Om al die haat en misverstanden tot een draaglijk niets te reduceren, zou jullie liefde, jullie begrip genoeg voor Mij zijn... Maar jullie begrijpen Mij niet... En dat is mijn eerste kwelling. Het is zwaar! Zwaar! Maar j ullie valt niets te verwijten. Jullie zijn mensen... Het zal jullie pijn zijn, Mij niet te hebben begrepen, wanneer je het niet meer goed kunt maken... Daarom, omdat jullie dan boete zullen doen, voor de oppervlakkigheid van het moment, voor de kleinzieligheid van het moment, voor de onnozelheid van het moment, vergeef Ik je en zeg bij voorbaat: 'Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen, noch de pijn die ze Mij geven.'" Johannes schuift naar voren, en knielt neer, e...

Ik BEN gekomen, wee degenen die straf verdienen

Afbeelding
342.9 M. Valtorta: '"O jullie van Kedesh, Levitische stad, stad geheiligd door de proclamatie van naastenliefde voor hen die een misdaad begaan hebben —en ieder mens heeft misdaden begaan tegen God, tegen zijn eigen ziel, tegen zijn naaste— kom dan tot Mij,  Toevlucht van de zondaars. Hier, in Mijn liefde, kan geen enkele vervloeking van God jullie treffen, want mijn smekende blik voor jullie verandert Gods vervloeking in een zegen van vergeving. Luister, luister! Schrijf deze belofte in jullie harten, zoals Habakuk zijn betrouwbare profetie op de boekrol schreef. Daar staat: Als Hij uitblijft, wacht dan op Hem, want Hij die komen moet, zál zonder vertraging komen. Ziedaar: Hij die komen moest, IS gekomen. Ik ben het. Wie niet gelooft, heeft geen rechtvaardige ziel,  zegt de Profeet, en in zijn woorden ligt de veroordeling van hen die Mij hebben verzocht en beledigd. Het is niet Ik die hen veroordeel. Maar de Profeet, die Mij voorzag, en in Mij geloofde. Net zoals hij Mij af...

farizeeën eisen teken - Jezus toont gestenigde hand

Afbeelding
342.6 Maria Valtorta: 'Een spottende lach en geschreeuw klinken van achter in de synagoge. De mensen protesteren; de synagoge-overste, wiens ogen zelfs gesloten zijn, zozeer geconcentreerd op het luisteren naar Jezus, staat op en gebiedt stilte, en dreigt de onruststokers eruit te zetten. "Laat hen maar hun gang gaan. Nodig hen uit om hun tegenspraak te presenteren!" zegt Jezus met luide stem. "O! Goed! Dat is goed! Laat ons dichterbij komen! Wij willen U ondervragen!" roepen de tegenstanders ironisch. "Kom! Laat hen passeren, jullie van Kedesh." En de menigte, met vijandige blikken en grimassen – en een paar beledigingen ontbreken niet – laat hen naar voren komen. "Wat willen jullie weten?" vraagt ​​Jezus streng. "Dus U zegt dat U de Messias bent? Bent U daar absoluut zeker van?" Jezus, met Zijn armen over elkaar, kijkt naar degene die met zoveel autoriteit sprak, dat de ironie van de man plots verdwijnt en hij zwijgt. Maar een and...

profetie van Habakuk voorspelde Mij! - maar niet allen zullen kunnen worden gered

Afbeelding
342.4 Maria Valtorta: '"Hoe vaak hebben jullie Habakuk wel niet horen voorlezen! En de meest bedachtzamen onder jullie zullen gemompeld hebben: 'Ook ik kan zeggen: Hoe lang, Heer, moet ik nog roepen zonder dat U mij hoort ?' Israël heeft eeuwenlang zo geklaagd... Maar nu is de Redder gekomen! De grote beroving, de voortdurende angst, de wanorde en het onrecht veroorzaakt door Satan staan ​​op het punt te vallen, want de door God gezondene staat op het punt de mens zijn waardigheid terug te geven als kind van God en als mede-erfgenaam van het Koninkrijk van God. Laten we de profetie van Habakuk met nieuwe ogen bekijken, en we zullen aanvoelen dat ze van Mij getuigt, en al de taal spreekt van het Goede Nieuws dat Ik aan de kinderen van Israël breng. Maar hier ben Ik het die moet klagen: 'Het oordeel is geveld, maar het tegendeel triomfeert.' En Ik zucht van groot verdriet. Niet zozeer om Mijzelf, die boven het menselijk oordeel verheven ben, maar om hen die door...

Jezus wil in Meron oude rabbijnen eren

Afbeelding
-processie naar Meron-graven (1920)- 339.6 Maria Valtorta: "Waar gaan we heen dan?" vraagt Judas. "We gaan de graven van de grote rabbijnen en helden van Israël vereren." "Wat? Hoe dan? Maar Gamaliël houdt niet van Jou! Maar de anderen haten Je!... zeggen velen." "Dat maakt niet uit. Ik buig voor de graven van de rechtvaardigen die op verlossing wachten. Ik ga tot hun beenderen zeggen: 'Binnenkort zal Hij die je geest in jullie inademde in het Koninkrijk der Hemelen zijn, klaar om daarvandaan neer te dalen op de Laatste Dag, om jullie eeuwig te laten herleven in het Paradijs!'" - Verdrukking in Meron (2021) - Ze lopen en lopen tot ze het dorp Meron vinden. Prachtig, goed onderhouden, vol licht en zon,  te midden van weelderige heuvels en bergtoppen. "Laten we stoppen. Vanmiddag gaan we van hier naar Giscala. De grote graven liggen verspreid over deze hellingen, in afwachting van het glorieuze ontwaken!"' 23 nov.1945

zieke man vertrok naar Caesarea - op zoek naar Jezus

Afbeelding
335.3 Maria Valtorta: 'De vrouw maakt opnieuw een gebaar. Dan knikt ze naar Judas Iskariot, die het dichtst bij haar staat. Hij buigt zich naar de vrouw toe, die hem vraagt: "Maar wie is uw vriend?" En Judas, hoogmoedig (het lijkt wel of Jezus de Messias is door zijn verdienste en goedheid): "Hij is de Rabbi van Galilea, Jezus van Nazareth. Weet je dat niet, vrouw?" "Dit is een afgelegen straat, en ik heb zoveel miserie!...  Maar... mag ik Hem dat vertellen?" "Dat mag je!" zegt Judas uit de hoogte.. Hij lijkt wel een wereldse figuur die audiëntie verleent... Jezus praat verder met het kind, dat vraagt ​​of Hij zelf ook kinderen heeft. Terwijl het meisje dat ik al had gezien, en een ander, ouder meisje, melk en borden brengen, komt de vrouw naar Jezus toe, aarzelt even en slaakt dan een verstikte kreet: "Jezus, heb medelijden met mijn man!" Jezus staat op.  Hij torent boven haar uit, maar kijkt haar zo vriendelijk aan dat ze zich ge...

in Antiochië: getuigenis van Andreas (lieve mysticus)

Afbeelding
324.4 Maria Valtorta: '"Aan jou, Andreas!" "Dat is geloof... Ik ben een arme visser op het Meer van Galilea, en in de stille nachten van het vissen, onder het licht van de sterren, voerde ik stille gesprekken met mezelf. Ik zei: 'Wanneer zal Hij komen? Zal ik dan nog leven? Volgens de profetie ontbreken er nog vele jaren.' Voor een mens met een beperkte levensduur, zijn zelfs een paar decennia al eeuwen... Ik vroeg mezelf af: 'Hoe zal hij komen? Waar? Uit wie?' En mijn menselijke onnozelheid deed me dromen van koninklijke pracht, van koninklijke residenties en processies en kletters en macht en niet te verdragen majesteit... En ik zei: 'Wie zal deze grote Koning kunnen aanschouwen?' Ik vond Hem, in Zijn verschijning, angstaanjagender, dan Jehovah zelf op de Sinaï . Ik zei tegen mezelf: 'De Joden zagen de berg daar oplichten, maar werden niet tot as verbrand, omdat de Eeuwige boven de wolken was. Maar hier... zal Hij ons met sterfelijke o...

inwoners Aëra hebben warme ontvangst voorzien

Afbeelding
296.7 Maria Valtorta: '"Wel, wie is er dan in Aëra?" "Judas, je neef, met Jakobus, en Judas van Keriot, met de anderen. Het schijnt dat Judas veel goeds heeft gedaan. Iedereen prijst hem..." "Heeft hij jou vragen gesteld?" "O, zo veel! Ik heb niets geantwoord, ik zei dat ik niets wist. Wat weet ik in feite, behalve dat ik de vrouwen tot aan Gadara heb begeleid? Weet Je... ik heb hem niets verteld over Johannes van Endor. Hij denkt dat hij bij U is. Je moet het de anderen vertellen." "Nee. Zij weten net als jij niet waar Johannes is. Het is niet nodig om meer te zeggen. Maar die ezels!... drie dagen lang!... Wat een kostenpost! En de armen?" "De armen... Judas is rijk en zal voor ze zorgen. Die ezels kosten me geen cent! De mensen van Aëra zouden me wel duizend ezels gratis voor Jou hebben gegeven! Ik moest mijn stem verheffen om te voorkomen dat ze met een leger ezels op Je afkwamen. Timon heeft gelijk: iedereen hier gelooft in...

Lazarus heeft nog huisjes vlakbij tuinen in Antigonea

Afbeelding
285.3 M. Valtorta: "Kun jij Mij adviseren waarheen Ik hen moet sturen? Naar Judea, naar Galilea, of naar de Decapolis zelfs, - waar Ik, en de apostelen en discipelen met Mij, heen gaan - nee. Naar de heidense wereld, nee. Waar dan? Waar... zodat ze nuttig én veilig kunnen zijn?" "Meester... ik... Moet ik Jou adviseren?" "Nee, nee. Spreek! Jij houdt van Mij, jij verraadt Mij niet, jij houdt van hen die Ik liefheb, jij bent niet zo bekrompen als anderen." "Ik... Ja... ik raad Je aan hen te sturen naar waar ik vrienden heb. Naar Cyprus of Syrië. Kies Jij maar. Op Cyprus heb ik betrouwbare mensen. En in Syrië ook!... Daar heb ik nog een paar kleine huisjes, bewaakt door een rentmeester die trouwer is dan een schaap. Onze oude Filippus ! Hij zal alles doen wat ik zeg. En als Je het mij toestaat, zullen zij, die die door Israël vervolgd worden en die Jou dierbaar zijn, zich vanaf nu mijn gasten mogen noemen, en veilig zijn in huis... O! Het is geen paleis! ...

Jezus onthult aan neef Jakobus Zijn kruisdood

Afbeelding
258.8 M. Valtorta: '"Maar Jij, maar Jij, het Woord van God, het Eeuwige Woord, waarom blijf Jij niet?" "Omdat Ik Woord én Vlees ben . En met het Woord moet Ik onderwijzen, en met het Vlees verlossen." "O mijn Jezus, maar hoe zul Jij verlossen? Wat staat Jou te wachten?" "Jakobus, denk aan de profeten..." "Maar is hun uitspraak niet allegorisch? Kun Jij, Woord van God, door mensen mishandeld worden? Bedoelen ze niet dat Je góddelijkheid gemarteld zal worden, Je volmaaktheid, maar niet meer, niet meer dan dat? Mijn moeder maakt zich zorgen om mij en Judas, maar ik, ik maak me zorgen om Jou en om Maria, en daarna ook om ons, die zo zwak zijn. Jezus, Jezus, als de mens Jou zou overweldigen, denkt Je dan niet dat velen van ons Jou schuldig zullen achten en zich teleurgesteld van Jou zullen afwenden?" "Ik weet het wel zeker! Er zal grote beroering komen in alle gelederen van Mijn discipelen. Maar daarna zal de vrede terugkeren, en me...

toekomstig lot van Jakobus van Alfeüs 7

Afbeelding
258.7 M. Valtorta: '"Jakobus, Ik weet dat je het zult doen, maar geef jouw Neef de belofte dat Je me niet zult teleurstellen." "Maar Heer, Heer! Ik heb maar één angst: dat ik het niet kan. Mijn Heer, ik smeek Je, geef deze taak aan een ander!" "Nee. Ik kan het niet..." "Simon, de zoon van Jona, heeft Jou lief, en Jij heeft hem lief..." "Simon, zoon van Jona, is niet Jakobus, zoon van David." "Johannes dan! Johannes, de geleerde engel, maak hem hier tot Jouw dienaar!" "Nee. Ik kan het niet. Noch Simon, noch Johannes bezitten die futiliteit die zo belangrijk is onder mensen: verwantschap. Jij bent Mijn bloedverwant. Na Mij te hebben... na Mij te hebben miskend, zal het beste deel van Israël vergeving zoeken bij God en bij zichzelf, door te proberen de Heer te leren kennen die ze in Satans uur hebben vervloekt, en het zal hun toeschijnen vergeving te hebben ontvangen, en daarmee de kracht om mijn pad te volgen, als een ...