eerste broodvermenigvuldiging 1
CCLXXIII
EERSTE VERMENIGVULDIGING van de BRODEN
273.1
M. Valtorta:
'De plaats is nog altijd dezelfde.
Alleen komt de zon niet langer uit het oosten,
filterend door de struiken die de Jordaan omzomen,
op deze ruige plek bij de monding van het meer in de rivier,
maar ze komt, even schuin, uit het westen,
terwijl ze in een rode gloed ondergaat en
de hemel doorsnijdt met haar laatste stralen.
En onder dat dichte gebladerte
is het licht al zeer gematigd,
neigend naar de kalme tinten van de avond.
De vogels, bedwelmd door de zon die ze de hele dag hebben gehad,
en door het overvloedige voedsel dat ze uit het omliggende landschap hebben geroofd,
geven zich over aan een bacchanaal van getril en gezang, hoog in de boomtoppen.
De avond valt, met de laatste pracht en praal van de dag.
De apostelen maken Jezus hierop attent,
die nog steeds aan het onderrichten is
a.h.v. onderwerpen die Hem worden voorgelegd.
"Meester, de avond valt!
De plaats is verlaten, ver van huizen en dorpen, vol schaduw en vochtig.
Straks is het niet meer mogelijk om hier iets te zien of nog te lopen.
De maan komt laat op.
Stuur de mensen weg,
zodat ze naar Tarichea, of de dorpen aan de Jordaan, kunnen gaan,
om voedsel te kopen en onderdak te zoeken."
"Ze hoeven niet weg te gaan.
Geef hun iets te eten.
Ze kunnen hier slapen, zoals ze hier sliepen toen ze op Mij wachtten."
"We hebben nog maar vijf broden en twee vissen over, Meester, dat weet Je."
"Breng ze naar Mij! Andreas... ga het kind zoeken! Hij is degene die de tas bewaakt. Zo-even was hij nog met het zoontje van de schriftgeleerde en twee anderen bezig met bloemenkransen maken, omdat ze koninkje speelden."'
Reacties
Een reactie posten