Jezus staat toe Judas bij Maria woont - ook al is het z.i. nutteloos


-Judas Iscariot (James Tissot)-

262.7

M. Valtorta:

'Ze zoekt haar Jezus en vindt Hem verdiept in diepe meditatie.

"Zoon, ik ben het... Luister naar mij!"


"O, moeder! Kom je met Mij bidden?

Wat een vreugde, wat een opluchting geef je mij!"


"Wat, mijn zoon? Ben Je geestelijk moe? Verdrietig?

Vertel het aan Je moeder!"


"Moe, je zegt het, en bedroefd.

Niet zozeer vanwege de vermoeidheid en de ellende die Ik in harten zie,

maar vanwege de onveranderlijkheid van hen die Mijn vrienden zijn.

Maar ik wil hen geen onrecht doen, slechts één is er mij moe.

En dat is Judas, de zoon van Simon..."


"Zoon, ik ben net gekomen om met Je te praten over hem..."

"Heeft hij je kwaad gedaan? Heeft hij je pijn gedaan?"


"Nee. Maar hij maakte me net zo verdrietig

als wanneer ik iemand heel ziek zou zien...

Arm kind! Wat is hij geestelijk ziek!"


"En je hebt medelijden met hem?

Ben je niet langer bang dan? Dat was je vroeger wel..."


"Mijn zoon, mijn medelijden is nog groter dan mijn angst.

En ik wil Jou en hem helpen om zijn geest te redden.

Jij kunt alles doen en hebt mij niet nodig...

Maar Je zegt dat ieder met de Christus moet samenwerken in de verlossing...

en deze zoon heeft die verlossing zo hard nodig!"


"Wat kan Ik nóg meer voor hem doen

dan wat Ik al doe...?"


"Jij kunt niet meer doen.

Maar Je zou mij kunnen laten begaan.

Hij smeekte me om hem in ons huis te laten verblijven,

omdat hij denkt dat hij zich daar van zijn monster kan bevrijden...

Schud Je Je hoofd? Wil Je het niet? Ik zal het hem vertellen..."


"Nee, moeder. Het is niet dat ik niet wil.

Ik schud Mijn hoofd omdat Ik weet dat het nutteloos is.

Judas is als een drenkeling die, ook al voelt hij dat hij verdrinkt,

uit trots het touw afwijst dat hem wordt toegeworpen om hem naar de wal te trekken.

Hij mist de wil om naar de wal te komen.

Zo nu en dan, gegrepen door de angst om te verdrinken,

zoekt hij hulp, en klampt zich eraan vast, klampt zich eraan vast...

en dan, overmand door trots, laat hij die hulp weer los, wijst ze af, wil het zelf doen...

en wordt steeds zwaarder door het troebele water dat hij inslikt.


Maar... opdat er niet gezegd zal worden dat Ik een middel onbeproefd liet,

laat dit dan ook maar gebeuren, arme moeder...

Ja, arme moeder, die jezelf, uit liefde voor een ziel, blootstelt aan het lijden

van iemand in je buurt te hebben die jou angst aanjaagt."


"Nee, Jezus. Zeg dat niet. Ik ben een arme vrouw...

omdat ik nog steeds aan afkeer onderhevig ben.

Verwijt het me. Ik verdien het.

Ik zou voor niemand weerzin mogen hebben, omwille van Jouw liefde.

Maar om geen enkele andere reden ben ik arm...

O! Als ik je Judas geestelijk geheeld zou kunnen teruggeven!

Jou een ziel geven is Jou een schat geven.

En wie een schat geeft, is niet arm, Zoon!...

Zal ik het Judas gaan vertellen, dat Jij het toestaat?


Je hebt eens gezegd: 'Er zal een tijd komen dat je zult zeggen:

wat is het moeilijk om de Moeder van de Verlosser te zijn.'...

Dat heb ik al eens gezegd... voor Aglaë...

Maar wat is één keer? De mensheid is zo groot!

En Jij bent de Verlosser van allen!

Zoon!... Zoon!...

Zoals ik dat kleintje net in mijn armen hield,

om het bij Je te brengen voor Jouw zegen,

laat mij Judas in mijn armen houden,

om hem bij Jou te brengen voor Je zegen..."


"Moeder... Moeder... Hij verdient jou niet..."


"Mijn Jezus, toen Jij aarzelde om Maria aan Petrus te geven,

zei Ik Jou dat het hem ten goede zou komen.

Je kunt niet ontkennen dat Petrus sinds dat moment vernieuwd is...

Laat Mij met Judas aan de gang gaan."


"Dan zal het geschieden zoals jij wilt!

En moge je gezegend zijn voor je liefdevolle intentie jegens Mij en Judas!

Laten we nu samen bidden, Moeder. Het is zo heerlijk om met jou te bidden!…”'


24 aug.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Jezus onthult: Johannes werd zonder erfzonde geboren (derhalve wijs, net als Maria)