eerste broodvermenigvuldiging 5
273.5
M. Valtorta:
'Ondertussen wisselt de goed doorvoede menigte hun indrukken uit.
Ook zij die rond Jezus zijn durven te spreken, terwijl ze kijken naar Margziam,
die, nadat hij zijn vis heeft opgegeten, grapjes maakt met andere kinderen.
"Meester," vraagt de schriftgeleerde,
"waarom voelde de jongen het meteen en wij niet?
Ik heb zelfs in de mand gekeken. Het waren nog steeds die paar stukjes brood en dat ene stukje vis.
Ik begon het gewicht te voelen, toen ik naar de menigte liep.
Maar als het net zoveel had gewogen als ik heb gegeven,
zouden er twee muilezels nodig geweest zijn om het allemaal te dragen
– niet een mand, maar een kar, volgeladen met voedsel!
Eerst was ik zuinig... toen begon ik te geven, te geven...
en om niet oneerlijk te zijn, ging ik terug naar de eersten
en gaf opnieuw, omdat ik eerst zo weinig had gegeven.
En toch was er genoeg!"
"Ik voelde ook dat de mand zwaar werd toen ik vertrok, en gaf meteen veel,
want ik begreep dat Jij een wonder had verricht!"
zegt Johannes.
"Ik daarentegen ben gestopt, en ging zitten,
om het hele gewicht op mijn schoot te gooien en te kijken...
En ik zag broden en broden! Toen ging ik verder!"
zegt Manaën.
"Ik heb ze ook geteld.
Want ik wilde mezelf niet voor schut zetten.
Het waren vijftig kleine broden.
Ik zei: 'Ik geef ze aan vijftig mensen en dan ga ik terug.'
En ik telde... Maar toen ik bij vijftig was, was het gewicht nog steeds hetzelfde!
Ik keek in de mand: er zaten er nog steeds veel in!
Ik ging verder en gaf er wel honderden.
Maar ze minderden niet!
zegt Bartolomeüs.
"Ik beken, ik geloofde het niet.
En ik raapte de stukjes brood en dat stukje vis op en keek ernaar,
denkend: 'Wie heeft die nou nodig? Jezus maakte een grapje!'...
En ik bleef ernaar kijken, ik bleef ernaar kijken, verscholen achter een boom,
hopend en wanhopend dat ze zouden groeien.
Maar ze bleven alsmaar hetzelfde.
Ik stond op het punt om terug te keren,
toen Matteüs voorbij kwam en zei:
'Heb je gezien hoe mooi ze zijn?'
'Wat?' zei ik.
'Maar de broden en de vis!...'
'Ben jij gek geworden? Ik zie nog steeds alleen maar stukjes brood!'
'Ga ze uitdelen, met geloof, en je zult zien!'
Ik gooide die paar brokjes in de mand en ging, met tegenzin...
En toen...
Vergeef me, Jezus, want ik ben een zondaar!"
zegt Thomas.
"Nee. Jij bent een wereldse geest.
Je redeneert zoals de wereld."
"Dan ik ook, Heer.
Zo erg zelfs, dat ik eraan dacht om een muntje bij het brood te geven,
in de veronderstelling dat ze elders wel zouden eten," zegt Iskariot.
"Ik hoopte Jou te helpen een betere indruk te maken.
Wat ben ik dan? Net als Thomas?
Of misschien nog wel meer?"
"Veel meer dan Thomas ben jij 'werelds'..."
"Maar toch heb ik eraan gedacht om aalmoezen te geven, om 'hemels' te zijn!
Het was mijn eigen geld..."
"Aalmoezen voor jezelf, voor je trots.
En aalmoezen voor God... Hij heeft er geen behoefte aan.
En aalmoezen geven uit trots is een zonde, geen verdienste."
Judas buigt zijn hoofd en zwijgt.
"Ik van mijn kant dacht
dat ik dat stukje vis, die stukjes brood, zou moeten verkruimelen om er genoeg van te hebben.
Maar ik twijfelde er niet aan of dat wel voldoende zou zijn, noch in aantal, noch in voedingswaarde.
Eén druppel water die Jij geeft, kan voedzamer zijn dan een feestmaal!"
zegt Simon de Zeloot.
"En wat dachten jullie?" vraagt Petrus aan Jezus' neven.
"We dachten aan Kana... en we twijfelden niet," zegt Thaddeüs ernstig.
"En jij, Jakobus, Mijn neef, was dat alles wat jij dacht?"
"Nee. Ik dacht dat het een sacrament zou kunnen zijn,
zoals Je mij verteld hebt... Is dat zo, of heb ik het mis?"
Jezus glimlacht:
"Het is zo en het is niet zo.
Aan de waarheid van de voedende kracht van een druppel water, waarover Simon sprak,
moet jouw gedachte aan een vorm die nu nog ver is worden toegevoegd.
Maar dit is nog geen sacrament."'
Reacties
Een reactie posten