in Magdalgad - processie met geitenbok
220.2
Maria Valtorta:
'Jezus bereikt de eerste huizen van het dorp.
Hij staat op het punt erbinnen te gaan, wanneer Hij een vreemde stoet tegenkomt.
Het zijn schreeuwende vrouwen, schreeuwende mannen in een afwisselend gezang, en ze voeren allemaal een soort dans uit rond een geit die geblinddoekt, geslagen en bloedend uit zijn knieën loopt, na een struikeling en val op de stenen van het pad.
Een andere groep, eveneens roepend en huilend, beweegt zich rond een gebeeldhouwd beeld, vreselijk lelijk eerlijk gezegd, en houdt pannen omhoog met brandende sintels, die ze aanwakkeren door er hars en zout op te gooien – althans, zo lijkt het mij, want het eerste ruikt naar terpentijn, en het tweede knettert net zoals zout.
Een laatste groep omringt een heilige man, voor wie ze voortdurend buigen en roepen: "Door uw kracht!" (de mannen), "Alleen gij kunt het!" (de vrouwen), "Smeek de god!" (de mannen), "Verbreek de vloek!" (de vrouwen), "Beveel de baarmoeder!", "Red de vrouw!"... en allen tezamen, met een kreet van afschuw: "Dood aan de tovenares!"
En dan weer van voren af aan,
met de variant: "Door uw kracht!", "Alleen gij kunt het!", "Gebied de god!", "Dat hij het laat zien!", "Beveel de geit!", "Dat hij de tovenares aanwijst!"...
en met een kreet van vervloekten:
"Die het huis van Fara haat!"'
Reacties
Een reactie posten