Pinksterdrukte - Judas ziek - schriftgeleerden verdacht
CCXXV
VERLAMDE BIJ HET BAD VAN BETHESDA
-GESCHIL OVER DE WERKEN VAN DE ZOON VAN GOD-
225.1
Maria Valtorta:
'Jezus is in Jeruzalem, en wel bij de Antoniaburcht.
Bij Hem zijn alle apostelen behalve Iskariot.
Een grote menigte haast zich naar de tempel.
Ze zijn allemaal in feestelijke kledij, zowel de apostelen als de andere pelgrims,
en daarom geloof ik dat het Pinksteren [Sjavoeot] is.
Vele bedelaars mengen zich onder de menigte,
bewenen hun ellende met meelijwekkende klaagzangen
en gaan op zoek naar de beste plekken, bij de tempelpoorten
of op de kruispunten vanwaar de menigte nadert.
Jezus komt voorbij en helpt deze ellendige mensen,
terwijl ze hun ellende breed uitstallen en het verhaal erover vertellen.
Ik heb de indruk dat Jezus al in de tempel is geweest,
want ik hoor de apostelen over Gamaliël praten, die deed alsof hij hen niet zag,
ook al wees Stefanus, een van zijn toehoorders, hem op Jezus' voorbijgaan.
Ik hoor Bartholomeüs ook aan zijn metgezellen vragen:
"Wat bedoelde die schriftgeleerde, toen hij zei: 'Een kudde rammen voor de slachtbank'?"
"Hij moet het over een van zijn zaken hebben gehad," antwoordt Thomas.
"Nee, hij doelde op ons. Ik zag het duidelijk. En dan!
De tweede zin bevestigde de eerste. Hij zei sarcastisch:
'Straks wordt ook het lam geschoren en geslacht!'"
"Ja, dat heb ik ook gehoord!" bevestigt Andreas.
"Inderdaad! Maar ik brand van verlangen om terug te gaan
en de metgezel van de schriftgeleerde te vragen wat hij weet over Judas Simonszoon!"
zegt Petrus.
"Maar hij weet niets! Deze keer is Judas er niet omdat hij echt ziek is. Dat weten we.
Misschien heeft hij echt te veel geleden van de reis. Wij zijn sterker.
Hij heeft hier comfortabel geleefd. Hij wordt moe!"
antwoordt Jakobus van Alfeüs.
"Ja, weten we. Maar die schriftgeleerde zei: 'De kameleon is verdwenen uit de groep.'
Is een kameleon niet die die van kleur verandert wanneer hij wil?"
vraagt Petrus.
"Ja, Simon. Maar ze bedoelden zeker: vanwege zijn constante kledingwissel.
Hij geeft er zo om. Hij is jong. Je zou medelijden met hem moeten hebben..."
verzoent de Zeloot zich.
"Da' ook waar. Maar!... Wat een merkwaardige zinnen!"
besluit Petrus.
"Ze lijken ons altijd te bedreigen,"
zegt Jakobus van Zebedeüs.
"En omdat we weten dat we bedreigd worden, voelen we bedreigingen, zelfs waar er geen zijn..."
merkt Judas Thaddeüs op.
"En we zien schuld, zelfs waar er geen is!" concludeert Thomas.
"O! Ja! Argwaan is slecht... Ik vraag me af hoe het met Judas vandaag is? Ondertussen geniet hij van dat paradijs, met die engelen... Ik zou zelfs bereid zijn ziek te worden, om al die geneugten te kunnen meemaken!"
zegt Petrus.
En Bartholomeüs antwoordt:
"Laten we hopen dat hij snel beter wordt. We moeten de reis afmaken, want de hitte wordt steeds erger!"
"O! Hij heeft geen gebrek aan verzorging, en dan... zal de Meester er in ieder geval wel voor zorgen,"
verzekert Andreas.
"Hij had hoge koorts toen we hem verlieten. Ik weet niet hoe het zo gekomen is..."
zegt Jacobus van Zebedeüs;
en Mattheüs antwoordt: "Kom op, die koorts! Omdat ze moest komen. Maar het zal wel niets zijn. De Meester maakt zich helemaal geen zorgen. Als hij iets ergs had gezien, zou hij het landgoed van Jeanne niet hebben verlaten."
Reacties
Een reactie posten