rozentuinen van Johanna in Battir zijn indrukwekkend
224.5
Maria Valtorta:
'De Zeloot probeert zijn metgezellen wat uit elkaar te drijven,
zodat hij tijd heeft om privé met ze te praten, en hen absoluut aan te raden om te zwijgen.
Ik heb de indruk dat de Zeloot een belangrijke rol speelt in deze taak binnen de apostolische groep. Hij is de moderator, de bemiddelaar, de raadgever van zijn metgezellen, en tevens degene die de Meester zo goed begrijpt.
Nu zegt hij:
"We zijn al op het grondgebied van Johanna! Dat dorp daar in de diepte is Battir [ook: Bether]. En dat paleis op die heuveltop is haar geboortehuis. Ruiken jullie dat parfum in de lucht? Het zijn de rozenstruiken die beginnen te geuren in de ochtendzon. Tegen de avond is het een macht van geuren. Maar nu is het zo mooi om ze te zien, in deze frisse ochtend, nog bestrooid met dauw, als miljoenen diamanten gegoten op miljoenen ontluikende kroonbladeren. Als de zon ondergaat, worden alle bloemen die volledig zijn uitgebloeid, geplukt.
Komen jullie! Vanaf een heuvel wil ik je het uitzicht laten zien op de rozenstruiken, die vanaf de top als een waterval langs de rotsen aan de andere kant naar beneden stromen. Een waterval van bloemen, die dan als een golf over twee andere heuvels weer omhoog stroomt. Een amfitheater, een meer van bloemen. Het is prachtig! Het pad is steiler, maar het is de moeite waard, want vanaf die bergkam kun je heel dit paradijs zien! En zo zullen we snel ook het landgoed bereiken.
Johanna leeft daar vrij, temidden van haar boeren, de enige bewaakster van zulk een rijkdom. Maar ze houden zo veel van hun meesteres, dat van deze valleien een paradijs van schoonheid en vrede maakt, meer waard dan alle bewakers van Herodes. Kijk, Meester! Kijk, vrienden!"
En hij gebaart naar een halve cirkel van heuvels, begroeid met rozenstruiken.
Overal waar het oog rust, onder torenhoge bomen, die dienen als beschutting tegen de wind, de brandende zonnestralen en hagelbuien, zie je rozenstruiken en nog eens rozenstruiken. De zon circuleert, en de lucht ook, onder dit lichte bladerdak, dat verhult maar niet benauwt, zorgvuldig onderhouden door de tuiniers, en daaronder gedijen de mooiste rozen ter wereld.
Duizenden en nog eens duizenden planten, van elke soort roos. Dwerg, laag, hoog en zeer hoog. Gerangschikt in bosjes als kussens, doorweven met bloemen aan de voet van de bomen, op de groene gazons, of in heggen langs de paden, langs de beekjes, in cirkels rond de irrigatievijvers, verspreid over dit park dat door heuvels wordt omringd, of gewikkeld rond de stammen van de bomen, met hun bloeiende lokken van stam tot stam gegooid in slingers en guirlandes.
Een werkelijk dromerig gezicht! Al die diktes en nuances zijn aanwezig en verweven zich, waardoor de ivoren tinten van de theerozen naast de bloedige gloed van andere kroonbladeren komen te staan, en de echte rozen, met de kleur van een kinderwang, die aan de randen vervaagt tot wit met roze ondertoon, de overhand hebben in aantal.
Iedereen is onder de indruk van zoveel schoonheid!
"Maar wat doet zij met dit alles?" vraagt Filippus.
"Zij geniet ervan!" antwoordt Thomas.
"Nee. Ze haalt er ook extracten uit, en heeft honderden bedienden in dienst, die werken als tuinman en bij de oliepersen. De Romeinen zijn er gretig naar! Jonathan vertelde me dat, en liet me de rekeningen van de laatste oogst zien."'
Reacties
Een reactie posten