na lunchpauze bij rotskust steekt gemene storm op


318.5

Maria Valtorta:

'"Bij dat dorp stoppen we, om te rusten en wat te eten,"

zegt Petrus, terwijl hij onvermoeibaar verder roeit.

En de anderen stemmen ermee in.


Het dorp is bereikt.

Een klein groepje vissershuisjes,

verscholen tegen een berghelling die naar zee leidt.


"Hier kunnen we niet aan land. Geen vaste bodem..." mompelt Petrus.

"Goed, dan eten we hier."


En inderdaad, de roeiers eten, met smaak.

De twee ballingen lusteloos.


Het begint te regenen, en stopt weer, afwisselend.

Het dorp is verlaten, alsof er geen inwoners zijn.

En toch vertellen de vluchten duiven van huis tot huis,

en de kleren die op de terrassen hangen,

dat er wel degelijk mensen zijn.


Eindelijk verschijnt een halfnaakte man aan de kust,

die naar een bootje loopt dat op de oever is getrokken.


"Hé! Man! Ben jij een visser?"

Roept Petrus, terwijl hij zijn handen vouwt.

"Ja"... Het "ja" klinkt zwakjes, vanop afstand.


"Hoe wordt het weer?"

"Straks een ruwe zee! Als je hier niet vandaan komt,

raad ik je aan om direct voorbij de kaap te varen.

Daar zijn de golven rustiger, vooral als je dicht bij de kust blijft,

en dat kan, want het is daar diepzee.

Maar vaar nu meteen..."


"Doen we. Vrede zij met u!"

"Vrede en voorspoed zij met jullie."

"Voorwaarts dus," zegt Petrus tegen zijn metgezellen.

"En God zij met ons!"


"Dat is Hij zeker!

Jezus bidt beslist voor ons,"

antwoordt Andreas, terwijl hij verder roeit.


Maar de ruwe zee, heeft zich al gevormd

en duwt en zuigt de arme boot met elke golf naar binnen,

terwijl de regen steeds heviger wordt... en een rukwind

de arme zeelieden nog erger martelt/


Simon van Jona geeft de wind de meest kleurrijke bijnamen,

omdat het een gemene wind is, niet geschikt om mee te zeilen,

die de boot naar de rotsen probeert te slaan

van de naderende kaap.


De boot heeft er grote moeite mee

om de bocht van deze kleine baai te nemen,

die zo donker is als inkt.


Ze roeien en roeien met moeite,

rood aangelopen, bezweet, met opeengeklemde kaken,

geen greintje kracht meer verspillend aan woorden.


De anderen, die tegenover hen zitten, en ik zie ze achterin,

zwijgen in de aanhoudende regen, Johannes en Syntyche in het midden, bij de mast,

achter hen de zonen van Alfeüs, en ten slotte Matteüs en Simon,

die worstelen om het roer recht te houden

bij elke beuk van de golven.'


3 nov.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Jezus gaat naar Samaria - 2e jaar begint - nu Redder (meer dan Leermeester) - Barmhartigheid uitbreiden!

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken