Claudia wil man spreken die val ontdekte
371.2
Maria Valtorta:
'Jonathan loopt bijna gelijk met de Romeinse vrouwen,
tot wie hij zich richt als was hij in dienst van de rijkste discipelen.
Claudia maakt hiervan gebruik en zegt tegen hem:
"Man, ik smeek u, ga die discipel halen die het nieuws heeft gebracht.
Zeg hem dat hij hier moet komen. En zeg het op een manier die geen aandacht trekt.
Ga!"
Haar gewaad is bescheiden, maar haar toon is onbedoeld krachtig,
van iemand die gewend is bevelen te geven.
Jonathan spert zijn ogen wijd open
en probeert door de neergelaten sluier te zien,
wie er zo tegen hem spreekt.
Maar alles wat hij ziet,
is de glans van twee gebiedende ogen.
Maar hij moet zich hebben gerealiseerd,
dat de vrouw die tegen hem spreekt geen dienstmeid is,
en voordat hij gehoorzaamt, buigt hij.
Hij bereikt Judas van Keriot,
die levendig in gesprek is met Stefanus en Timoneüs,
en trekt aan diens gewaad.
"Wat wil jij?"
"Ik heb jou iets te vertellen."
"Zeg het maar."
"Nee. Kom met me mee terug.
Ze willen je hebben, met goede bedoelingen, denk ik..."
Het excuus is goed en wordt vreedzaam geaccepteerd door Judas metgezellen
en enthousiast door Judas zelf, die snel met Jonathan terugkeert.
Daar staat hij, achteraan in de rij.
"Mevrouw, hier is de man die u zocht!" zegt Jonathan tegen Claudia.
"Ik ben u dankbaar dat u mij van dienst bent geweest!"
antwoordt zij, nog steeds gesluierd.
En dan, zich tot Judas wendend:
"Neem alstublieft even de tijd om naar me te luisteren."
Judas, die een zeer verfijnde manier van spreken hoort,
en twee prachtige ogen door de dunne sluier ziet,
en misschien voelt dat hem een groot avontuur wacht,
stemt zonder aarzeling toe.'
Reacties
Een reactie posten