in Lazarus' paleis, voorschouw bij zonsopgang
372.2
Maria Valtorta:
'Het paleis van Lazarus bevindt zich ongetwijfeld op een van de vele verhogingen
die de straten van Jeruzalem een voortdurend op- en neergaand karakter geven,
vooral de minder mooie straten.
Bijna in het centrum van de stad,
maar iets naar het zuidwesten verschoven.
Gelegen aan een prachtige weg die uitmondt in de Sixtus,
en daarmee een T-vorm vormt,
domineert het de benedenstad,
met uitzicht op Bezetha, Moria en Ophel,
en daarachter dan het Olijfgebergte.
achter, en al behorend tot, de plaats waar het paleis staat, ligt de berg Zion,
terwijl aan beide zijden het oog zich zuidwaarts uitstrekt naar de zuidelijke heuvels,
terwijl Bezetha in het noorden een groot deel van het panorama verbergt.
Maar,
voorbij de Gihonvallei,
doemt de kale top van Golgotha geelachtig op in het roze ochtendlicht,
altijd treurig, zelfs in dit vreugdevolle licht.
Jezus kijkt hem aan...
Zijn blik, hoewel krachtiger en peinzend,
doet me denken aan het verre visioen van de twaalfjarige Jezus
in het visioen van de discussie met de schriftgeleerden.
Maar nu, net als toen, is er geen blik van angst. Nee.
Het is de waardige blik van een held
die zijn laatste slagveld aanschouwt.
Dan draait Hij zich om
en kijkt naar de heuvels ten zuiden van de stad en zegt:
"Het huis van Kajafas!"
En met zijn blik volgt Hij de hele route
van dat punt naar Gethsemane, en vervolgens naar de Tempel,
en dan kijkt Hij over de stadsmuren heen,
richting Golgotha...
Ondertussen is de zon volledig opgekomen
en baadt de stad in het licht...'
Reacties
Een reactie posten