Jezus bedroefd om uitbuiting boeren - maar hemel (Boezem van God) wacht hén !
375.5
Maria Valtorta:
'Maar de allergezegendste is Margziams grootvader!
Hij wijkt geen moment van zijn kleinzoon,
en geniet ervan hem te zien en naar hem te luisteren...
Zo nu en dan, zittend naast Margziam, die staat,
legt hij zijn grijze hoofd op de borst van zijn kleinzoon,
die hem streelt.
Jezus ziet dit gebaar verschillende keren
en vraagt de oude man: "Vader, is jouw hart blij?"
"O, heel blij, mijn Heer!
Het lijkt zelfs onwerkelijk.
Ik heb nog maar één verlangen..."
"Wat is het?"
"Het verlangen dat ik mijn (klein)zoon heb verteld.
Maar hij keurt het af."
"Welk verlangen is het?"
"Ik zou graag willen sterven,
als het mogelijk is in deze vrede.
Op zijn minst snel.
Want ik heb al het grootste goed gehad.
Geen schepsel op aarde kan meer hebben.
Weggaan... niet meer lijden... Weggaan...
Zoals U terecht zei in de Tempel, o Heer!
'Wie offers brengt met het bezit van de armen,
is als iemand die een zoon slacht voor de ogen van zijn vader'...
Alleen zijn vrees voor U, weerhoudt Jochanan ervan om Doras na te volgen.
Hij laat de herinnering aan wat die andere is overkomen achter zich,
zijn velden bloeien, en hij bemest ze met ons zweet.
Is zweet niet het bezit van de armen, hun wezen zelf,
dat zich in arbeid perst die hun kracht te boven gaat?
Hij slaat ons niet, hij geeft ons genoeg om ons sterk te houden in ons werk.
Maar buit hij ons niet meer uit dan de os?
Zeg het me, mijn kameraden..."
Jochanans boeren, de oude zowel als de nieuw, knikken.
"Hm! Ik denk dat... ja, dat Jouw woorden
hem meer dan ooit tot een vampier maken;
en wat die betreft...
waarom zei Je die, Meester?"
vraagt Petrus.
"Omdat hij ze al verdiende.
Is het niet, jullie boeren?"
"O ja! De eerste paar maanden... ging het goed.
Maar nu... erger dan voorheen!"
zegt Micha.
"De emmer in de put zinkt door zijn eigen gewicht,"
verklaart priester Johannes.
"Ja, en de wolf wordt het al snel zat
om zich als een lam voor te doen!"
herhaalt Hermas.
De vrouwen fluisteren onder elkaar, vol medelijden.
Jezus, met ogen wijd open van medelijden,
kijkt naar de arme boeren, bedroefd,
omdat hij machteloos is om hen te helpen.
Lazarus zegt:
"Ik heb waanzinnige bedragen geboden
om die velden te krijgen en hen rust te geven.
Maar ik mocht ze niet krijgen. Doras haat me,
net als zijn vader, in alle opzichten."
"Wel ja... zo zullen we sterven.
Het is ons lot."
"Maar rust zal komen in Abrahams schoot!"
roept Saul, een andere boer van Jochanan, uit.
"In de schoot van God, zoon! In de schoot van God!
De Verlossing zal volbracht worden, de hemel zal geopend worden,
en jullie zullen naar de hemel gaan en..."'
Reacties
Een reactie posten