Posts

Posts uit mei, 2026 tonen

Hilkia en vrienden willen Jezus dood - gaan Judas bespelen

Afbeelding
-Samenzwering van de farizeeën (J. Tissot)- 414.11 Valtorta: '"Kom, jullie. Laten we gaan!" En, nadat de twaalf eerst naar buiten zijn gegaan,  gaat Hij als laatste. Stilte... Dan slaken de achterblijvers een luide kreet en roepen allemaal tegelijk: "We moeten Hem vervolgen! Hem op heterdaad betrappen, Hem beschuldigen! We moeten Hem doden!" Opnieuw stilte. En dan, terwijl er twee vertrekken,  walgend van de haat en de farizeïsche bedoelingen  – Hilkia's familielid en de ander die de Meester tweemaal heeft verdedigd –  vragen de achterblijvers zich af: "En hoe?" Opnieuw stilte. Dan zegt Hilkia met een kakelende lach: "We moeten Judas, de zoon van Simon, aanpakken..." "Ja! Goed idee! Maar jij hebt hem beledigd!..." "Zal ik wel regelen!" zegt degene die Jezus Simon Boëthos noemde. "Ik en Eleazar, de zoon van Annas... We zullen om hem heen cirkelen..." "Met een paar beloftes..." "Een beetje angst....

alléén jullie zullen verschrikkelijke God zien die jullie preekten

Afbeelding
-Lucifer in de hel, bevroren in het ijs (G. Doré)- 414.10 Maria Valtorta: 'Wee jullie, schriftgeleerden! Want jullie hebben je de sleutel van de kennis toegeëigend en de tempel gesloten, zodat jullie er niet in kunnen gaan en er niet door geoordeeld kunnen worden, en hebben anderen de toegang ontzegd. Omdat jullie weten dat,  als het volk onderwezen zou worden door ware kennis, dat wil zeggen door heilige wijsheid, zij júllie zouden kunnen oordelen. Daarom geef je er de voorkeur aan hen onwetend te laten,  zodat zij jullie niet kunnen oordelen. En jullie haten Mij, omdat Ik het Woord van Wijsheid ben,  en je wilt Mij voortijdig in de gevangenis opsluiten, in een graf, zodat Ik niet meer kan spreken. Maar Ik zal spreken, zolang het Mijn Vader behaagt dat Ik spreek. En daarna zullen Mijn werken méér spreken dan Mijn woorden. En Mijn verdiensten zullen méér spreken dan Mijn werken, en de wereld zal onderwezen worden en zal weten,  en zal jullie oordelen! Het eerste oord...

voor ál het heiligenbloed dat vergoten werd, zal dit geslacht ter verantwoording worden geroepen

Afbeelding
- Hypocrieten trappelen over Caiaphas (Goddelijke Komedie, Dante) - -Caiaphas in het Inferno (G. Doré)- 414.9 Maria Valtorta: 'En Ik zeg jullie dat God jullie oordeelt. En Hij oordeelt je door te zeggen: 'Wee jullie, schriftgeleerden! Want jullie belasten de mensen met ondraaglijke lasten en maken de vaderlijke Tien Geboden van de Allerhoogste tot een straf voor Zijn volk.' Hij had ze met liefde en uit liefde gegeven,  opdat de mens geleid zou worden door een rechtvaardige gids, de mens - het eeuwige, onvoorzichtige en onwetende kind. En jullie hebben,  in plaats van de liefdevolle banden waarmee God Zijn schepselen omarmde - zodat ze Zijn weg zouden kunnen volgen en Zijn hart zouden kunnen bereiken - hen bergen scherpe, zware, kwellende stenen opgelegd,  een doolhof van voorschriften, een nachtmerrie van gewetensbezwaren,  die de mens doen bezwijken, verdwalen, stilstaan ​ ​en God als een vijand doen vrezen.  Jullie verhinderen dat de harten van de mensen ...

verschil menselijk en goddelijk oordeel (vb. erfzonde)

Afbeelding
414.8 Maria Valtorta: 'Een wetgeleerde onderbreekt hem, staat ook op en ondervraagt ​​Hem. "Meester, door zo te spreken, beledigt U ook ons, En dat past U niet, want wij moeten U beoordelen." "Nee. Niet jullie. Jullie zijn niet in staat Mij te oordelen. Jullie zijn de geoordeelden, niet de rechter, en Hij die jullie oordeelt is God. Jullie kunnen praten, geluiden voortbrengen met je lippen.  Maar zelfs de krachtigste stem bereikt de hemel niet noch stroomt ze over de hele aarde. Na korte tijd valt er stilte... En na korte tijd is er vergetelheid. Maar het Oordeel van God is een Stem die blijft bestaan ​​en niet vergeten wordt.  Eeuwen en eeuwen zijn voorbijgegaan sinds God Lucifer en Adam oordeelde.  Maar de Stem van dat Oordeel is niet verstomd. Maar de gevolgen van dat Oordeel zijn het wel. En als Ik nu gekomen ben om de Genade aan de mensheid te herstellen, door het volmaakte offer,  dan blijft het Oordeel over Adams daad zoals het is, en het zal altijd 'erfzo...

wee jullie, farizeeën !!

Afbeelding
-Woe unto you, Pharisees (James Tissot)- 414.7 Maria Valtorta: '"Maar heeft Hij die het innerlijke heeft geschapen, niet ook het uiterlijk geschapen, en omgekeerd? En is het innerlijk niet het edelste en het meest gekenmerkt door de gelijkenis met het goddelijke? Doe dan werken die God waardig zijn, geen kleinigheden die voortkomen uit het stof waaruit ze zijn gemaakt, uit het armzalige stof dat de mens is, als een dierlijk schepsel, modder gevormd tot een vorm die weer tot stof terugkeert, stof dat door de winden der eeuwen wordt verspreid. Doe werken die standhouden, die koninklijke en heilige werken zijn, werken die met goddelijke zegen worden bekroond. Doe aan liefdadigheid en geef aalmoezen, wees eerlijk, wees rein in je werken en intenties, en zonder je toevlucht te hoeven nemen tot het water van de rituele wassing, zal alles in je rein zijn. Maar wat denken jullie dan? Dat jullie in orde zijn omdat je tienden betaalt over specerijen? Nee. Wee jullie, Farizeeën, omdat ju...

Jezus wijst farizeeën - boos - op wérkelijke onreinheid

Afbeelding
414.6 Maria Valtorta: '"Luister nu allemaal!..." Jezus staat op en begint Zijn tirade, staande met Zijn handen op de rand van de tafel: "Jullie farizeeën wassen de buitenkant van de beker en de schaal, en jullie wassen je handen en je voeten, alsof de schaal en de beker, je handen en voeten,  in jullie geest zouden kunnen doordringen, die jullie zelf zo graag rein en volmaakt noemen. Maar niet jullie, maar God moet dit verkondigen. En weten jullie wat God van jullie geest vindt? Hij vindt hem vol leugens, smerigheid en roof, vol goddeloosheid,  en niets van buitenaf kan bederven wat al verdorven is!" Hij tilt Zijn rechterhand van de tafel en begint er onwillekeurig mee te gebaren terwijl Hij verdergaat: "Maar kan Hij, die jullie geest heeft gemaakt, zoals Hij jullie lichaam heeft gemaakt,  niet minstens evenveel respect voor het innerlijke eisen als jullie voor het uiterlijke? O dwazen, die de twee waarden verwisselen en hun macht omkeren. Maar zal de Almac...

Jezus ontmaskert Hilkia, die Hem opzettelijk 'ongewassen' aan tafel liet gaan

Afbeelding
414.5 Maria Valtorta: 'Een lange, ijzige stilte. Hilkia, met zijn elleboog op het ligbed en zijn wang op zijn hand,  denkt diep na, in zichzelf gekeerd zoals zijn hele huis. Jezus draait Zich om en kijkt hem aan, en zegt dan: "Hilkia, Hilkia, niet de Wet en de Profeten verwarren met onbenullige dingen!" "Ik zie dat U mijn gedachten hebt gelezen.  Maar U kunt niet ontkennen dat U gezondigd hebt, door het Gebod te overtreden." "Net zoals u, met list en daarom met grotere schuld, uw plicht als gastheer hebt verzaakt, hebt u dit nu opzettelijk gedaan. U hebt Mij eerst afgeleid, en Me daarna hierheen gestuurd,  terwijl u uzelf met uw vrienden reinigde. Bij uw terugkomst hebt u ons gevraagd op tijd te zijn,  omdat jullie een afspraak hadden, en dat alles om tegen Mij te kunnen zeggen: 'U hebt gezondigd!'..." "U had me kunnen herinneren aan mijn plicht om jullie de middelen te geven om je te reinigen." "Ik zou u aan vele dingen kunnen h...

boer Daniël, verwant van Hilkia, herkent Messias wel

Afbeelding
-Angelus (Millet)- 414.4 M. Valtorta: '"Maar weet U dan niet dat U met geleerden en met leden van het Sanhedrin spreekt?" vraagt ​​Hilkia. "En wat dan nog? Jullie stellen Mij ​​vragen. Ik geef antwoord. Jullie tonen een verlangen om te weten. Ik leg je de waarheid uit. U wil Mij toch ​​niet herinneren, u die voor een ontwerp op een kledingstuk de vloek van Deuteronomium in herinnering bracht,  aan een andere vervloeking uit dezelfde passage: 'Vervloekt wie zijn naaste heimelijk neerslaat.' [ Deut.27:24 ] " "Ik sla U niet neer, ik geef U te eten." "Nee. Maar die verraderlijke vragen, zijn als slagen in de rug. Wees voorzichtig, Hilkia. Want Gods vervloekingen volgen elkaar op, en de vloek die Ik noemde wordt nog gevolgd door de volgende: 'Vervloekt wie steekpenningen aanneemt om onschuldig bloed te vergieten.'  [ Deut.27:25 ] " "In dit geval, bent U het, mijn gast, die geschenken aanneemt." "Ik veroordeel niet ee...

Jezus zou zwetser kunnen zijn - geloof het maar, oordeel kómt!

Afbeelding
414.3 Maria Valtorta: 'De eerste die vragen stelt, is een wetsgeleerde. "Meester, dus U bent er zeker van, dat U bent wat U zegt?" "Ik zeg dit niet uit eigen mond. De profeten hebben het al gezegd voordat Ik onder jullie was." "De profeten!... U, die ontkent dat wij heilig zijn, kunt U dan mijn bewering wel aanvaarden, als ik zeg dat onze profeten zwetsers kunnen zijn?" "De profeten zijn heilig." "En wij niet, toch?... Maar zie, Sefanja  voegt de profeten bij de priesters, in zijn veroordeling van Jeruzalem: 'Haar profeten zijn zwetsers, mannen zonder geloof,  en haar priesters ontheiligen de heilige dingen, en overtreden de Wet.' [ Sef.3:4 ] U verwijt ons dit voortdurend. Maar als U de profeet in het tweede deel van zijn uitspraak aanvaardt,  moet u hem ook in het eerste deel aanvaarden en erkennen  dat er geen grondslag is voor de woorden die van een zwetser komen." "Rabbi van Israël, antwoord Mij. Wanneer Sefanja een...

haastig aan tafel, ijzige start van maaltijd

Afbeelding
-Fanny en Alexander, huis van Edvard- 414.2 Maria Valtorta: 'Maar ik smeek U, Meester, kom de eetzaal binnen,  terwijl ik mij even terugtrek om met mijn vrienden te spreken." Jezus stemt zonder aarzeling toe. "Meester... ik kan moeilijk adem halen!" roept Petrus uit. "Waarom? Voel je je ziek?" vragen sommigen. "Nee. Maar ik voel me ongemakkelijk...  alsof ik in een val ben gelopen!" "Raak niet in paniek.  En wees allemaal heel voorzichtig!"  adviseert Jezus. Ze blijven bij elkaar staan, tot de farizeeën terugkomen, gevolgd door de dienaren. "Onmiddellijk aan tafel nu. Wij hebben een vergadering zo,  en kunnen niet blijven hangen!" commandeert Hilkia. Hij verdeelt de stoelen, terwijl de dienaren al bezig zijn  met het opdienen van het eten. Jezus zit naast Hilkia, en naast hem zit Petrus. Hilkia biedt het eten aan, en de maaltijd begint in een ijzingwekkende stilte… Maar dan klinken de eerste woorden. Natuurlijk gericht aan Jezu...

Hilkia, trots op huis-naar-wet, keurt kleding Judas af

Afbeelding
CDXIV SCHELDPARTIJ TEGEN FARIZEEËN EN SCHRIFTGELEERDEN TIJDENS HET GASTMAAL IN HET HUIS VAN SANHEDRIN-LID HILKIA - Mezoeza - 414.1 Maria Valtorta: 'Jezus betreedt het huis van zijn gastheer, niet ver van de Tempel, maar gelegen in de buurt die aan de voet van Tophet  ligt. Een statig, enigszins streng huis, van een strikte gelovige, of liever, overdreven gelovige. Ik geloof dat zelfs de spijkers genummerd en geplaatst zijn zoals een van de zeshonderddertien Geboden voorschrijft. Er is geen versiering in de stoffen, geen fries op de muren, geen snuisterij...  niets van die minimale dingen die zelfs in de huizen van Jozef en Nicodemus en van de Farizeeën van Kafarnaüm aanwezig zijn om het huis te verfraaien. Dit huis ademt de geest van zijn meester uit, in ieder detail. Koud, zo ontdaan van alle versieringen is het. Hard in zijn donkere, zware meubels,  vierkant als evenzovele sarcofagen. Afstotend. Een huis dat niet verwelkomt,  maar zich vijandig sluit voor al wie bi...
Afbeelding
- bron -

Jezus uitgenodigd bij Hilkia thuis

Afbeelding
413.8 M. Valtorta: 'Ze kijken elkaar aan. Dan spreekt Hilkia namens iedereen: "U hebt goed gesproken, Meester!  Ik smeek U het feestmaal aan te nemen dat ik U aanbied, ter ere van U!" "Ik vraag geen andere eer dan die van de overwinning van jullie zielen.  Laat Mij in Mijn armoede achter..." "U wilt mij toch niet beledigen door te weigeren?!" "Geen belediging. Ik smeek u Mij bij Mijn vrienden te laten." "Maar zij ook – wie kan daaraan twijfelen? Ook zij, samen met U.  Grote eer voor mijn huis!... Grote eer!...  U gaat toch ook naar anderen die groot zijn!  Waarom niet naar Hilkia?" "Wel dan... Ik zal komen.  Maar geloof Me, Ik zal in de beslotenheid van uw huis geen andere woorden zeggen dan die Ik u hier, te midden van de mensen, heb gezegd." "En ik al evenmin! En mijn vrienden ook niet! Twijfelt U daaraan?" Jezus kijkt hem strak aan.  En dan zegt hij: "Ik twijfel alleen aan wat Ik niet weet.  Maar Ik ben n...

maar kóm toch naar Mij, er is nog tijd !

Afbeelding
413.7 Maria Valtorta: '"Waarom spreekt U zo, Heer?  U bent streng..." "Ik ben waarachtig. Ik ben het Licht. Het Licht werd gezonden om de duisternis te verlichten. Maar het Licht moet vrijuit schijnen. Het zou nutteloos zijn voor de Allerhoogste om Zijn Licht te zenden  als Het vervolgens een korf zou worden opgelegd. Evenmin doen mensen dat als ze een kaars aansteken,  want dan zou het nutteloos zijn geweest om ze aan te steken. Als ze haar aansteken, is het opdat zij kan verlichten, en opdat zij die het huis binnengaan, kunnen zien. In het verduisterde aardse huis van Mijn Vader, kom Ik om het Licht te plaatsen,  zodat zij die erin zijn, kunnen zien. En het Licht schijnt. En zegenen jullie het, als het met Zijn zuiverste straal  reptielen, schorpioenen, vallen, spinnenwebben en scheuren in de muren onthult. Het doet dit voor jullie, uit Liefde. Om jullie de kans te geven jezelf te leren kennen, jezelf te reinigen,  schadelijke schepsels – hartstochten en ...

lot van wie schuldig zal zijn aan Bloed van het Lam

Afbeelding
413.6 Maria Valtorta: 'De mensen luisteren aandachtig, in stilte, naar het gekibbel, dat echter zonder hardheid verloopt. Anderen, van elders, zijn ook toegestroomd en de binnenplaats is vol,  volgepropt met mensen. Honderden gezichten gericht op één punt. En vanuit de openingen die van andere binnenplaatsen naar deze leiden,  gluurt het ene gezicht na het andere naar buiten, met uitgestrekte nekken,  aandachtig kijkend en luisterend... Het Sanhedrin-lid Hilkia en zijn vrienden kijken elkaar aan... Een ware telefonie van blikken. Maar ze beheersen zich. Een oude geleerde vraagt ​​heel beleefd: "En wat moet men doen, om de straffen die U voorziet te vermijden?" "Mij volgen. En bovenal, in Mij geloven En nog belangrijker, Mij liefhebben." "Bent U een geluksbrenger?" "Nee. Ik ben de Redder." "Maar U hebt geen legers..." "Ik heb Mijzelf. Herinner jullie, herinner jullie... voor je eigen bestwil, ter wille van jullie zielen,  herinn...

messias... waar is Uw koninkrijk dan?

Afbeelding
413.5 Maria Valtorta: 'Maar Ik zal niet spreken over de voortreffelijke en de rotte vijgen..." "Waarom, Meester? Bent U bang dat de feiten Uw uitleg tegenspreken?" "O nee! Integendeel..." "Voorziet U dan voor ons kwellingen, smaad, het zwaard, pest, hongersnood?" "Dit en nog veel meer!" "Nog veel meer? En wat dan? Houdt God niet meer van ons?" "Hij houdt zoveel van jullie, dat Hij Zijn belofte heeft vervuld!" "U? Omdat U de belofte bent?” "Dat ben Ik." "Wanneer zult U dan Uw Koninkrijk vestigen?" "De fundamenten ervan liggen er al." "Waar? Waar?" "In de harten van de goeden." "Maar dat is geen koninkrijk! Dat is een leer!" "Mijn Koninkrijk, dat geestelijk is, heeft geesten als onderdanen.  En geesten hebben geen paleizen, huizen, legers of muren nodig.  Maar moeten het Woord van God kennen en in praktijk brengen. Wat gaande is, in de goede mensen....

farizeeër Hilkia zou naar Jezus willen luisteren

Afbeelding
413.4 Maria Valtorta: '"U vergist zich!" zegt een moerassige farizeeër, gevolgd door anderen van zijn soort en enkele Schriftgeleerden. "U vergist zich!  U moet niet geloven dat een hele kaste gelijk is aan één van hen. Hé! Hé! Aan elke boom is goed en kwaad." "Inderdaad. Vijgen zijn over het algemeen zoet. Maar als ze onrijp of overrijp zijn, zijn ze zuur. Jullie zijn zuur. Net als de vijgen in de slechte mand van de profeet Jeremia!"  zegt iemand uit de menigte die ik niet ken, maar die vast wel bekend is bij velen,  en bovendien machtig, want ik zie een veelbetekenende knipoog in de menigte  en merk op dat de farizeeër de klap incasseert, zonder te reageren. Sterker nog,  met een nog welluidendere toon wendt hij zich tot de Meester, en zegt: "Schitterend onderwerp van Uw wijsheid! Spreek tot ons, o Rabbi, over dit onderwerp. Uw uitleg is zo... nieuw... zo... geleerd... Wij proeven ervan met een gretige honger!" Jezus kijkt deze farizeïsch...

tempelmilitie op Jezus afgestuurd - volk verdedigt Hem

Afbeelding
-Tempelpolitie- 413.3 Maria Valtorta: 'De oudsten, de schriftgeleerden, de doctores en de farizeeën, die eerder waren vertrokken, moeten de tempelmilitie en magistraten die de orde handhaven,  zijn gaan waarschuwen. En een van hen,  gevolgd door een handvol van die komische, van papier-maché gemaakte militieleden, wier enige strijdlustige kenmerken hun gezichten zijn,  een mengeling van domheid, een vleugje kwaadaardigheid en een duidelijke hint van hardheid, om nog maar te zwijgen van criminaliteit, komt op Jezus af, die spreekt leunend tegen een zuil in de Zuilengang der Heidenen. Omdat hij niet door de dichte haag van de menigte rond de Meester heen kan komen, schreeuwt hij: "Ga weg! Anders laat ik mijn soldaten jullie buiten de omheining gooien..." "Uuh! Uuuh! Groene vliegen! Helden op lammeren! En weten jullie dan niet binnen te komen en die gevangen te nemen die Jeruzalem in een bordeel veranderen, de Tempel in een markt? Ga weg, konijnenface, ga naar de wezels...

Jezus voorspelt lot van joden die zich niet bekeren

Afbeelding
-Joodse diaspora- 413.2 Maria Valtorta: 'Jezus kijkt met medelijden naar die grijzende of al volledig grijze hoofden en antwoordt: "Jeremia heeft jullie verteld [ Jer.18:1-11 ]  wat er zal gebeuren  met hen die op de flits/bliksem van Goddelijke Toorn reageren met toenemende zonde, die de Goddelijke Barmhartigheid aanzien als bewijs van zwakte van God. Want God laat Zich niet bespotten, Mijn kinderen. Jullie zijn, zoals de Heer door Jeremia heeft gezegd,  als klei in de hand van de pottenbakker, als klei zijn zij die denken dat ze machtig zijn, als klei zijn de bewoners van deze plaats en die van het koninklijk paleis. Er is geen menselijke macht die God kan weerstaan. En als de klei zich verzet tegen de pottenbakker en vreemde, afschuwelijke vormen wil aannemen, dan verkleint de pottenbakker wat al gemaakt is tot een vuist van klei en hervormt hij zijn pot, totdat die zichzelf ervan overtuigd heeft dat de pottenbakker sterker is en zich niet aan zijn wil onderwerpt. En ...