struikrovers naderen, hond nerveus, Jezus kalm
223.5
M. Valtorta:
'De uren verstrijken,
en degenen die niet snurken, knikkebollen.
Jezus bidt.
De stilte is volkomen.
Zelfs de bron lijkt stil, die schittert in het licht van de maan,
nu hoog aan de hemel en de open plek volmaakt verlichtend,
terwijl de hellingen in de schaduw blijven liggen
onder het dichte gebladerte.
Een grote herdershond gromt.
Een herder heft zijn hoofd op.
De hond staat op en zet de vacht op zijn rug overeind,
waardoor hij een verdedigende en luisterende houding aanneemt.
Hij beeft zelfs, terwijl het doffe gegrom dat in zijn binnenste kookt, steeds luider wordt.
Ook Simon heft het hoofd, en schudt Petrus wakker, die aan het dommelen is.
Een voorzichtig geritsel klinkt uit het bos.
"Laten we naar de Meester gaan. Laten we Hem naar hier brengen!" zeggen de twee.
Ondertussen maakt de herder zijn metgezellen wakker.
Ze luisteren allemaal, zwijgend.
Jezus is ook opgestaan, nog voor Hij geroepen is, en loopt naar de twee apostelen toe.
Ze verzamelen zich bij hun metgezellen, en dus ook bij de herders,
wier hond steeds duidelijker tekenen van onrust vertoont.
"Roep degenen die slapen, allemaal!
Zeg hun dat ze rustig hierheen moeten komen,
vooral de vrouwen en de bedienden met hun koffers.
Zeg hun dat er misschien rovers zijn.
Maar niet de vrouwen.
Alleen de mannen."
De apostelen verspreiden zich, gehoorzamend aan de Meester,
die tegen de herders zegt: "Voed het vuur, heel sterk, zodat het heel fel brandt!"
De herders gehoorzamen,
en omdat ze opgewonden lijken, zegt Jezus:
"Wees niet bang. Er zal jullie geen enkele vacht worden afgenomen!"
De kooplieden arriveren en fluisteren: "O! Onze winst!"
en voegen er een hele reeks beledigingen aan toe
aan het adres van de Romeinse en Joodse heersers,
die de wereld niet van dieven bevrijden.
"Wees niet bang. Jullie zullen geen cent verliezen," troost Jezus.
De vrouwen arriveren, huilend en angstig,
want de dappere bruidsjonker, trillend van kolossale angst, jaagt hen angst aan,
door te jammeren: "Dat wordt de dood! De dood door de hand van rovers!"
"Wees niet bang. Jullie zullen niet worden aangeraakt, niet eens door een blik!"
troost Jezus, terwijl hij de vrouwen naar het midden leidt
van de kleine menigte angstige mannen en dieren leidt.
De ezels balken, de hond huilt, de schapen blaten,
de vrouwen snikken, de mannen vloeken, of sidderen,
nog meer dan de vrouwen, in een kakofonie van angst.
Jezus is zo kalm.
Alsof er niets is gebeurd.
Het geritsel in het bos is niet meer te horen boven dit lawaai.
Maar dat er boeven uit het bos aankomen, is op te maken
door de brekende takken of wegrollende stenen.
"Stil!" beveelt Jezus.
En Hij zegt het op zo'n manier,
dat er stilte valt.'
Reacties
Een reactie posten