Zoon, een met Vader, mag oordelen: wie herrijst in de hemel, en wie in de hel
225.9
Maria Valtorta:
"Wat zeg je, schriftgeleerde?"
"Ik zeg dat doden niks meer horen.
En dat U gek bent!"
De hemel zal je ervan overtuigen dat dit niet het geval is,
en dat jullie kennis niets is vergeleken met die van God.
Jullie hebben bovennatuurlijke dingen zo vermenselijkt,
dat je aan woorden geen andere betekenis meer geven kunt
dan een onmiddellijke en een aardse.
Jullie hebben de Haggadda onderwezen in vaste formules, die van jullie zelf zijn,
zonder de moeite te nemen de allegorieën in hun waarheid te begrijpen, en nu,
in jullie ziel, moe van de druk door een mensheid die triomfeert over de geest,
nu geloven jullie niet eens zelf meer wat jullie onderwijzen.
En dat is de reden waarom jullie niet langer kunnen vechten
tegen de occulte krachten.
De dood waarover Ik spreek
is niet die van het vlees, maar van de geest.
Zij zullen komen, zij die mijn woord met hun oren horen
en het in hun hart verwelkomen en in praktijk brengen.
Dezen, zelfs als ze dood waren van geest,
zullen weer leven ontvangen,
omdat mijn Woord Leven is
dat wordt ingestort.
En Ik kan het geven aan wie Ik wil.
Omdat in Mij de volmaaktheid is van het Leven.
Want zoals de Vader volmaakt Leven in Zichzelf heeft,
zo ontving ook de Zoon het Leven van de Vader in Zichzelf:
volmaakt, compleet, eeuwig, onuitputtelijk en overdraagbaar.
En met het Leven, heeft de Vader Mij de Macht gegeven om te oordelen,
omdat de Zoon van de Vader de Zoon is van de Mens,
en kan en moet oordelen over de mens.
En verwonder je niet over deze eerste opstanding, de geestelijke,
die Ik met/via Mijn Woord tot stand breng.
Jullie zullen er nog veel sterkere zien,
sterker voor jullie zware zintuigen!
Want voorwaar, Ik zeg je, niets is groter
dan de onzichtbare, maar reële verrijzenis van een geest.
Weldra komt het uur
waarin de graven zullen doordrongen worden van de Stem van de Zoon van God,
en allen die daarin zijn, zullen haar horen.
En zij die het goede hebben gedaan,
zullen eruit komen om te gaan naar de wederopstainding van het eeuwige leven,
en zij die het kwade hebben gedaan naar de herrijzenis van de eeuwige veroordeling.
Dit beweer Ik niet te doen en doe Ik niet uit Mezelf, door Mijn eigen wil alleen,
maar door de wil van de Vader, verenigd met de mijne.
Ik spreek en oordeel op basis van wat Ik hoor, en Mijn oordeel is rechtvaardig,
omdat Ik niet Mijn eigen wil zoek, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.
Ik ben niet gescheiden van de Vader. Ik ben in Hem en Hij is in Mij,
en Ik ken Zijn gedachten en vertaal ze in woorden en daden."'
Reacties
Een reactie posten