- Sebastia (Samaria t.t.v. Herodes - naar Augustus, de 'verheven', Σεβάστος) - 142.4 Maria Valtorta: '"Kijk, daar zijn de grenzen van Samaria . Geloven jullie dat het goed zou zijn als Ik daar zou gaan spreken?" "Oh!" Ze zijn allemaal min of meer geschokt. "Voorwaar, Ik zeg jullie, dat er overal Samaritanen zijn, en als Ik niet zou spreken waar er een Samaritaan is, zou Ik nergens hoeven te spreken. Kom dan. Ik zal niet zoeken te praten. Maar Ik zal ook niet nalaten om over God te spreken als Mij ernaar gevraagd wordt. Een jaar is voorbij. Het tweede begint. Het bevindt zich tussen het begin en het einde. In het begin was de Leermeester nog dominant. En zie, nu openbaart zich de Redder. Het einde zal het gezicht van de Verlosser hebben. Laten we gaan. Hoe verder de rivier naar de monding stroomt, hoe breder hij wordt wordt. Ook Ik vermeerder het werk van Barmhartigheid, omdat de monding dichterbij komt." "Gaan we na Galilea naar een grote...
208.7 Maria Valtorta: 'De zonsondergang is net begonnen, wanneer Bethzur op de heuvel verschijnt, en bijna onmiddellijk, op de zijweg die ze genomen hebben om er te komen, stormen de kuddes van de herders én de herders zelf op hen af. Maar van zodra Elia ziet dat Maria er ook is, steekt hij zijn armen in verbazing omhoog en blijft daar staan, omdat hij het zelf niet durft te geloven. "Vrede zij met je, Elia. Ik ben het, inderdaad. Het is jou beloofd, en in Jeruzalem konden we elkaar niet zien... Maar denk er niet meer aan, nu zullen we elkaar zien!" zegt Maria zacht. "O! Moeder, moeder!..." Elia weet niet wat te zeggen. Maar dan uiteindelijk wel: "Kijk, mijn Pesach vier ik nú. Het is hetzelfde, en zelfs beter!" "Inderdaad, Elia! We hebben goed verkocht, we kunnen een lammetje slachten. O! Wees onze gast aan onze arme tafel..." smeken Levi en Jozef . "Vanavond zijn we te moe. Morgen. Luister. Kennen jullie een zekere Elise , vrouw van ...
127.5 Maria Valtorta: "De laatste Profeet van Israël is niet degene die uit de hemel neerdaalt, maar degene die, gezegend met goddelijke gaven vanaf de baarmoeder van zijn moeder - jullie weten dat niet, maar Ik zeg het je - het dichtst bij de hemel komt." Vertelt Jezus. "Wat? Wat? Oh! vertel! Hij zegt over zichzelf: 'Ik ben de Zondaar.'" De drie herders zijn nieuws-gierig en de discipelen zijn net zo nieuwsgierig. "Toen de Moeder mij droeg, zwanger van Mij-God, ging zij - omdat zij de Nederige en Liefdevolle is - de moeder van Johannes dienen, haar nicht van moederszijde, en zwanger op hoge leeftijd. De Doper had zijn ziel al , omdat hij zich in de zevende maand van zijn vorming bevond. En het zaad van de mens, ingesloten in de baarmoeder van de moeder, sprong op van vreugde bij het horen van de stem van [Maria] de Bruid van God. Ook hierin was hij een voorloper, ging hij de verlosten voor, omdat van schoot tot schoot de Genade uitstroomde en doordro...
Reacties
Een reactie posten