208.7 Maria Valtorta: 'De zonsondergang is net begonnen, wanneer Bethzur op de heuvel verschijnt, en bijna onmiddellijk, op de zijweg die ze genomen hebben om er te komen, stormen de kuddes van de herders én de herders zelf op hen af. Maar van zodra Elia ziet dat Maria er ook is, steekt hij zijn armen in verbazing omhoog en blijft daar staan, omdat hij het zelf niet durft te geloven. "Vrede zij met je, Elia. Ik ben het, inderdaad. Het is jou beloofd, en in Jeruzalem konden we elkaar niet zien... Maar denk er niet meer aan, nu zullen we elkaar zien!" zegt Maria zacht. "O! Moeder, moeder!..." Elia weet niet wat te zeggen. Maar dan uiteindelijk wel: "Kijk, mijn Pesach vier ik nú. Het is hetzelfde, en zelfs beter!" "Inderdaad, Elia! We hebben goed verkocht, we kunnen een lammetje slachten. O! Wees onze gast aan onze arme tafel..." smeken Levi en Jozef . "Vanavond zijn we te moe. Morgen. Luister. Kennen jullie een zekere Elise , vrouw van ...
-Tenhemelopneming van Maria Magdalena (Giovanni Battista Gaulli)- 236.6-7 Maria Valtorta: 'Maar ik wijs jou op nog iets anders, tot jouw vreugde en de vreugde van velen. Ook in Bethanië herhaalde Maria het gebaar dat de dageraad van haar verlossing markeerde. Er zijn persoonlijke gebaren die herhaald worden, en die zowel de persoon als d'r stijl onthullen. Onmiskenbare gebaren. Maar, omdat het correct was, was het gebaar in Bethanië minder terneergeslagen en eerder confidentieel in zijn eerbiedige aanbidding. Maria heeft een lange weg afgelegd sinds die dageraad van haar verlossing. Een lange weg. (Giovanni Lanfranco)- De liefde heeft haar als een snelle wind omhoog en vooruit getrokken. De liefde heeft haar verbrand als een brandstapel, het onreine vlees in haar vernietigd en een gezuiverde geest in haar tot heer gemaakt. En Maria, ánders in haar herrezen waardigheid als vrouw, net zo anders als in haar kleding, nu eenvoudig als die van mijn Moeder, in haa...
-Maria Magdalena belaagd (Frans Francken de Jonge)- 231.3 Maria Valtorta: '"Vertel Me wat ze doet!" "Wel"... Martha, enigszins gerustgesteld door Jezus' zekerheid, spreekt nu ordelijker. "Wel... sinds mijn komst, heeft Maria het huis en de tuin niet meer verlaten, ook niet om met haar boot het meer op te varen. En haar verzorgster vertelde me, dat ze daarvoor zelfs bijna nooit nog naar buiten ging. Deze verandering lijkt met Pasen te zijn begonnen. Maar vóór mijn komst, kwamen er wel nog steeds mensen bij haar op bezoek, en zij stuurde ze niet altijd weg. Soms gaf ze wel het bevel dat niemand erdoor mocht. En dat leek dan een bevel voor altijd. Maar dan sloég ze zelfs de bedienden, gegrepen door een onterechte woede, als ze, na de stemmen van bezoekers te hebben gehoord en naar de hal te zijn gerend, ontdekte dat ze al weg waren. Sinds mijn komst, heeft ze dat niet meer gedaan. Ze zei de eerste nacht tegen me, en daarom had ik zoveel hoop: 'Houd m...
Reacties
Een reactie posten