meer dan Johannes' woord, getuigen Jezus' daden van Zijn Zoonschap
225.10
Maria Valtorta:
'"Wat Ik zeg om van Mijzelf te getuigen,
kan niet aanvaard worden door je ongelovige geest,
die in Mij niets anders wil zien dan een mens zoals jullie allemaal.
Er is ook nog iemand anders die van Mij getuigt,
en die jullie zeggen te vereren als een groot profeet.
Ik weet dat zijn getuigenis waar is.
Maar jullie, jullie die zeggen hem te vereren,
aanvaarden zijn getuigenis niet, omdat het in strijd is
met jullie denken, dat Mij vijandig is.
Jullie aanvaarden het getuigenis van de rechtvaardige niet,
van de laatste Profeet van Israël, omdat jullie, in al wat jullie behaagt, zeggen
dat hij slechts een mens is, en kan dwalen.
Jullie hebben mensen gestuurd om Johannes te ondervragen,
in de hoop dat hij over Mij zou zeggen wat jullie wilden,
wat jullie van Mij denken, wat jullie van Mij willen denken.
Maar Johannes getuigde van de waarheid,
en jullie konden die niet aanvaarden.
Zolang de Profeet zegt dat Jezus van Nazareth de Zoon van God is,
zeggen jullie, in het verborgene van je hart, omdat jullie de menigte vrezen,
dat de Profeet een dwaas is, net zoals de Christus dat is.
Maar ook Ik neem geen getuigenis aan van mensen,
zelfs niet van de heiligste man in Israël.
Ik zeg jullie: hij was de brandende en heldere lamp,
maar jullie wilden maar even van zijn licht genieten.
Toen dit licht op Mij scheen, om Christus aan jullie bekend te maken zoals Hij is,
lieten jullie de lamp onder een korenmaat zetten, en zelfs tevoren al
hadden jullie een muur tussen de lamp en jezelf opgetrokken,
om de Christus van de Heer niet in zijn licht te zien.
Ik ben Johannes dankbaar voor zijn getuigenis,
en de Vader is hem er dankbaar voor.
En Johannes zal een grote beloning ontvangen voor dit getuigenis,
brandend ook hierom in de hemel,
als eerste zon die er zal schijnen, van alle mensen daarboven,
brandend zoals al degenen zullen branden
die trouw zijn geweest aan de Waarheid
en hongerig naar Gerechtigheid.
Maar...
Ik heb een getuigenis dat groter is dan dat van Johannes.
En dit getuigenis zijn Mijn Werken.
Want de Werken die de Vader Mij gegeven heeft om te volbrengen,
die Werken doe ik, en zij getuigen dat de Vader Mij gezonden heeft en alle macht gegeven.
En zo is het de Vader Zelf die mij gezonden heeft, die van Mij getuigt.
Jullie hebben Zijn Stem nooit gehoord, noch Zijn Gezicht gezien.
Maar Ik heb Hem gezien en zie Hem, Ik heb Hem gehoord en hoor Hem.
Jullie hebben Zijn Woord niet blijvend in jullie,
omdat jullie Hem die Hij gezonden heeft niet geloven.
Jullie onderzoeken de Schriften,omdat jullie geloven
dat je door ze te kennen het eeuwige leven zult verkrijgen.
En besef je dan niet dat het de Schrift zelf is die over Mij spreekt?
En waarom weiger je dan nog steeds tot Mij te komen om Leven te ontvangen?
Ik zal het jullie zeggen: omdat je iets verwerpt wanneer het in strijd is
met jullie diepgewortelde ideeën.
Jullie missen nederigheid.
Kunnen niet zeggen:
"Ik had ongelijk.
Deze man, of dit boek, heeft gelijk,
en ik heb ongelijk."
Dit is wat jullie met Johannes deden,
dit is wat jullie met de Schrift deden,
dit is wat je doet met het Woord dat tot je spreekt.
Jullie kunnen niet langer zien en begrijpen,
omdat je gehuld bent in trots
en verdoofd door je eigen stemmen."'
Reacties
Een reactie posten