poel van Bethesda - engel die water beroert
225.2
Maria Valtorta:
'Jezus is inderdaad onbezorgd.
Hij praat met Margziam en Johannes, voor de anderen lopend en aalmoezen gevend.
Hij legt het kind ongetwijfeld veel uit, want ik zie hem hier en daar wijzen.
Hij loopt naar het einde van de tempelmuren, in de noordoostelijke hoek.
Er is daar een grote menigte, op weg naar een zwaar beschutte ruimte,
voorafgaand aan een poort die ik de "Poort der Kudde"/Schaapspoort hoor noemen.
"Dit zijn de Probatica, de baden van Bethseda ['Huis van Barmhartigheid'].
Kijk nu eens goed naar het water. Zie je hoe stil het nu is?
Zo meteen zie je het bewegen en stijgen, en komen tot aan de vochtige rand.
Zie je het? Dan daalt de engel van de Heer neer [cf.Joh.5:4],
het water voelt hem aan en vereert hem
zo goed als het kan.
Hij geeft het water het bevel
om de man te genezen die klaar is om erin te duiken.
Zie je hoeveel mensen er zijn? Maar te veel mensen zijn afgeleid
en zien de eerste beweging van het water niet;
of... de sterkeren duwen, onbarmhartig, de zwakkeren weg.
Je mag je nooit laten afleiden van Gods tekenen.
We moeten altijd waakzaam blijven, want we weten nooit wanneer God zal verschijnen, of zijn engel zal sturen. En we mogen nooit egoïstisch zijn, ook niet voor onze gezondheid. Vaak verliezen deze ongelukkigen het voordeel van de komst van de engel, door te ruziën over wie het eerst aan de beurt is, of wie het het hardste nodig heeft."
Jezus legt het geduldig uit aan Margziam, die hem met wijdopen, aandachtige ogen aankijkt, terwijl hij ook het water in de gaten houdt.
"Kunnen we de engel zíen? Graag!"
"Levi, een herder van jouw leeftijd, heeft hem gezien!
Kijk ook goed en wees bereid hem te prijzen."
Het kind is niet langer afgeleid.
Zijn ogen zijn afwisselend op het water gericht, en erboven,
en hij voelt niets anders meer, ziet niets anders meer.
Ondertussen kijkt Jezus naar dat groepje zieken, blinden, kreupelen en verlamden dat staat te wachten. Ook de apostelen kijken aandachtig toe. De zon speelt met het licht op het water, en vult als een koning de vijf rijen zuilengangen, rondom de baden.
"Kijk, kijk!" gilt Margziam. "Het water stijgt, het beweegt, het schittert!
Wat een licht! De engel!"...
en het kind knielt neer.
Inderdaad, in de beweging van het water in het zwembad, dat lijkt te groeien - door een plotselinge golf die het doet zwellen en naar de rand tilt - schittert het water als een spiegel die voor de zon wordt gehouden. Eén oogwenk een verblindende schittering.
Een kreupele man staat klaar om te duiken. Hij duikt het water in, maar komt er kort daarna weer uit, met zijn been, door een groot litteken al verlamd, perfect genezen.
De andere mensen klagen, en ruziën met de genezen man, en beweren dat hij toch niet werkonbekwaam was, terwijl zij dat wel waren. En het gekibbel gaat maar door.'
Reacties
Een reactie posten