poel van Bethesda - genezing van landurig lamme
225.3
Maria Valorta:
'Jezus draait zich om,
en ziet een verlamde man op zijn bed liggen, zachtjes huilend.
Hij loopt naar hem toe, buigt zich voorover, streelt hem en vraagt: "Huil je?"
"Ja. Niemand denkt ooit aan mij. Ik ben hier, ik ben hier, iedereen wordt genezen, maar ik nooit. Ik lig al achtendertig jaar op mijn rug, ik heb alles uitgegeven, mijn familie is gestorven, nu ben ik een last voor een verre verwant die me 's ochtends hierheen brengt en 's avonds weer ophaalt... Maar wat een last is het voor hem om dit te doen! Oh! Ik wou dat ik kon sterven!"
"Wees niet ontmoedigd. Je hebt zoveel geduld en geloof gehad! God zal je gebed verhoren."
"Ik hoop het... maar er komen momenten van wanhoop. U bent goed. Maar anderen... Degenen die genezen zijn, zouden, uit wederdank aan God, hier kunnen blijven om hun arme broeders te helpen..."
"Dat zouden ze eigenlijk moeten doen. Maar koester geen wrok. Ze denken er niet aan. Het is geen kwade wil van hun kant. Het is de vreugde van de genezing die hen egoïstisch maakt. Vergeef hen..."
"U bent goed. U zou zoiets niet doen. Ik span me in om mezelf er met mijn handen naartoe te slepen, als de poel beweegt. Maar ik word altijd voorgegaan door iemand anders, en ik kan niet dicht bij de rand blijven staan, ik zou vertrapt worden. En zelfs als ik daar was, wie zou me dan neerlaten? Als ik U eerder had gezien, zou ik het aan U hebben gevraagd..."
"Wil jij echt genezen worden? Sta dan op! Neem je bed en loop!"
Jezus is gaan staan om dit bevel te geven, en het lijkt erop dat Hij door op te staan ook de verlamde overeind hielp. De man staat namelijk op en zet dan, hij kan het haast niet geloven, één, twee, drie stappen achter Jezus terwijl die wegloopt. En omdat hij daadwerkelijk loopt, slaakt hij een kreet, waardoor iedereen zich omdraait.
"Maar wie bent U? In Gods naam, vertel het me! De Engel van de Heer misschien?"
"Ik ben meer dan een engel. Mijn naam is Erbarmen. Ga in vrede."
Iedereen verdringt zich.
Ze willen het zien. Ze willen iets zeggen. Ze willen genezen worden.
Maar de tempelwachters, die volgens mij toen ook het bad bewaakten, stormen naar binnen en duwen de luidruchtige menigte terug, dreigend met straf.
De verlamde pakt zijn draagbaar – twee palen op twee paar kleine wielen en een gescheurde doek aan de palen vastgenageld – en gaat blij weg, terwijl hij Jezus toeroept: "Ik zal U weervinden. Ik zal Uw naam en Uw gezicht niet vergeten!"'
Reacties
Een reactie posten