neef Jakobus geneest houthakkerszoontje 2
259.10
Maria Valtorta:
'Jakobus rent weg.
Hij bereikt de man weer en roept:
"Man, stop, luister! Degene die bij mij was, is de Messias!
Geef me uw kind, dan breng ik het naar Hem toe.
Kom gerust mee, als u wil, om te zien of de Meester het voor u zal genezen."
"Ga jij maar, man. Ik moet al dit hout hier zagen. Ik ben al te laat door het kind.
En als ik niet werk, eet ik niet. Ik ben arm, en hij kost me veel.
Ik geloof in de Messias, maar het is beter dat jij met Hem spreekt voor mij."
Jakobus bukt zich om het kind dat in het gras ligt op te pakken.
"Wees voorzichtig!" waarschuwt de houthakker, "alles doet pijn bij hem!"
En inderdaad, zodra Jakobus het kind probeert op te tillen,
begint het jammerend te huilen.
"Och! Wat verdrietig!" zucht Jakobus.
"Wat een ellende!" zegt de houthakker,
terwijl hij een harde boomstam doorzaagt,
en hij voegt eraan toe: "Kun jij hem niet genezen?"
"Ik ben de Messias niet. Ik ben slechts zijn discipel..."
"Nou? Dokters leren van andere dokters, discipelen van hun Meester.
Ga je gang, wees zo goed. Laat het kind niet lijden. Probeer het zelf.
Als de Meester hierheen wilde komen, dan was Hij gekomen.
Hij heeft jou gestuurd, of omdat Hij hem niet wil genezen,
of omdat Hij wil dat jij hem geneest!"
Jakobus is verbijsterd.
Dan neemt hij een besluit.
Hij richt zich op, en bidt zoals hij zijn Jezus ziet doen, en zegt dan:
"In de naam van Jezus Christus, Messias van Israël en Zoon van God, wees genezen!"
En onmiddellijk daarna knielt hij neer en zegt:
"O Heer, vergeef mij! Ik heb zonder Uw toestemming gehandeld!
Maar het was medelijden voor dit schepsel van Israël. Medelijden, mijn God!
Voor hem en voor mij, zondaar!"
En hij huilt ontroostbaar,
terwijl hij zich over het uitgestrekte kind heen buigt.
Zijn tranen vallen op de kleine, verdraaide, slappe beentjes.'
Reacties
Een reactie posten