neef Jakobus geneest houthakkerszoontje 3
209.11
Maria Valtorta:
'Jezus komt over de bosweg aangelopen.
Maar niemand ziet Hem, want de houthakker is aan het werk,
Jakobus huilt, en het kind kijkt hem nieuwsgierig aan,
en vraagt dan liefdevol: "Waarom huil jij?"
En hij steekt een klein handje uit om hem te strelen,
en gaat zonder het te beseffen zelf zitten, staat op
en omhelst Jakobus om hem te troosten.
Het is Jakobus' huilen dat de houthakker doet omkijken,
waar hij zijn kind rechtop ziet staan, niet langer op beentjes
die verlamd en verdraaid zijn.
En terwijl hij zich omdraait, ziet hij ook Jezus.
"Daar is hij! Daar is hij!" roept hij, wijzend achter de rug van Jakobus,
die zich omkeert en Jezus ziet... Die hem aankijkt...
met een stralende vreugde op Zijn gezicht.
"Meester! Meester!
Ik weet niet hoe het is gebeurd... het medelijden...
deze man... dit kleine kind...
Vergeving!"
"Sta op!
Discipelen zijn niet boven hun Meester verheven,
maar ze kunnen wel doen wat de Meester doet,
áls ze het met een heilige intentie doen.
Sta op, en kom met Mij mee!
Wees gezegend jullie beiden!
En bedenk dat ook de dienaren van God
de werken van de Zoon van God doen."
En Hij gaat weg,
Jakobus achter zich aan slepend,
die blijft herhalen: "Maar hoe heb ik dat kunnen doen? Ik begrijp het nog steeds niet.
Waarmee heb ik een mirakel kunnen doen, in Jouw naam?"
"Met jouw medelijden, Jakobus.
Met jouw verlangen om Mij geliefd te maken door die onschuldige,
en door die man die tegelijkertijd geloofde en twijfelde.
Johannes heeft bij Jabnia een wonder verricht uit liefde:
hij genas een stervende, door hem te zalven, terwijl hij bad.
Jij hebt hier iemand genezen, met jouw tranen en je medelijden.
En met je vertrouwen in Mijn Naam.
Zie je hoe vredig het is...
om de Heer te dienen, wanneer de discipel de juiste intentie heeft?
Laten we nu snel gaan, want die man volgt ons.
Het is niet goed dat de metgezellen dit nu al weten.
Straks zal Ik jullie in Mijn Naam uitzenden... (een diepe zucht van Jezus)
zoals Judas van Simon brandt om te doen (nog een diepe zucht).
En jullie zullen het doen...
Maar het zal niet voor iedereen goed zijn.
Snel, Jakobus!
Simon Petrus, jouw broer, en ook de anderen zouden eronder lijden als ze dit wisten,
alsof het partijdigheid was, maar het Nee, dat is niet zo.
Het gaat erom iemand van jullie twaalf voor te bereiden,
die de anderen kan begeleiden...
Laten we afdalen naar de bedding van deze met bladeren bedekte beek.
Zo zullen ze onze sporen verliezen...
Spijt het je om het kind?
O! We zullen het wel terugvinden..."'
Reacties
Een reactie posten