Jezus geneest zowel jood Marcus, als niet-jood Jona
329.4
Maria Valtorta:
'Bij de poort van de drie broers staat een menigte mensen rond Jezus,
die duidelijk zichtbaar is door Zijn lange gestalte.
Plots klinkt er geroep,
en de mensen raken in beroering.
Sommigen rennen weg van de markt,
terwijl een deel van de menigte naar het plein rent en verder.
Vragen... antwoorden...
"Wat is er gebeurd?"
"Wat is er aan de hand?"
"De man uit Israël heeft de oude Marcus genezen!"
"De sluier van zijn ogen is verdwenen."
Intussen is Jezus de binnenplaats opgekomen, gevolgd door een menigte mensen.
Aan het einde loopt een van de bedelaars, een kreupele die zich meer met zijn handen dan met zijn benen voortbeweegt, mank. Maar hoewel zijn benen krom en zwak zijn, zodat hij zonder krukken niet vooruit kan komen, is zijn stem des te krachtiger! Ze klinkt als een sirene die de zonnige ochtendlucht doorboort: "Heilige! Heilige! Messias! Rabbi! Heb medelijden met mij!" schreeuwt hij ademloos en onophoudelijk.
Twee of drie mensen draaien zich om: "Hou je adem in! Marcus is Joods, jij niet."
"Genade is voor de ware Israëlieten, niet voor degenen die uit een hond geboren zijn!"
"Mijn moeder was Joods..."
"En God sloeg haar, gaf haar jou, monster, voor haar zonde.
Weg jij, zoon van een wolvin! Ga terug naar je plaats,
modder in de modder..."
De man leunt tegen de muur, moedeloos,
bang voor de dreigende vuisten...
Jezus stopt, draait zich om en kijkt.
Hij beveelt: "Man, kom hier!"
De man kijkt hem aan, kijkt naar degenen die hem bedreigen...
en durft niet naar voren te komen.
Jezus baant zich een weg door de kleine menigte en komt op hem af.
Hij pakt hem bij de hand, t.t.z. legt Zijn hand op diens schouder,
en zegt: "Wees niet bang. Kom met Mij mee!"
En terwijl hij de wrede mannen aankijkt, zegt Hij streng:
"God behoort aan alle mensen die Hem zoeken
en die barmhartig zijn."
Ze begrijpen de boodschap.
En nu zijn zij het, die in de rij blijven staan,
of liever gezegd, die blijven staan waar ze zijn.
Jezus draait zich om.
Hij ziet hen daar staan, verward,
op het punt om ook te vertrekken, en zegt tegen hen:
"Nee, kom mee! Het zal jullie ook goed doen, het zal je ziel rechtmaken en versterken,
net zoals Ik deze man rechtmaak en versterk, omdat hij geloof had.
Man, Ik zeg je, word genezen van je ziekte!"
En Hij laat de hand van de kreupele schouder los,
nadat hij een schok heeft gekregen.
De man staat zelfverzekerd op zijn benen,
gooit zijn versleten krukken weg en roept:
"Hij heeft me genezen! Lof zij de God van mijn moeder!"
en vervolgens knielt hij neer, om de zoom van Jezus' gewaad te kussen.'
Reacties
Een reactie posten