ruzie bij eenrichtingsbrug, vlakbij smidse
CCCXXVII
-AAN DE GRENS MET FENICIË-
TOESPRAAK OVER DE GELIJKHEID VAN VOLKEREN
EN GELIJKENIS VAN HET ZUURDESEM
327.1
Maria Valtorta:
'De weg van Fenicië naar Ptolemaïs is een prachtige weg, die dwars door de vlakte tussen de zee en de bergen loopt. En, door de manier waarop hij wordt onderhouden, is hij erg druk.
De weg wordt vaak gekruist door kleinere wegen, die van de dorpen in het binnenland naar de dorpen aan de kust leiden, en biedt talloze kruispunten, waar zich meestal een huis, een waterput en een eenvoudige hoefsmid bevinden, voor viervoeters die mogelijk hoefijzers nodig hebben.
Jezus reist met de zes die bij Hem zijn gebleven
een flink stuk over deze weg, twee kilometer of meer,
en ziet steeds dezelfde dingen.
Ten slotte stopt Hij bij een van die huizen met een waterput en hoefsmid,
op een kruispunt vlakbij een beek, die overspannen wordt door een brug,
die, hoewel stevig, echter nauwelijks breed genoeg is voor een kar,
waardoor of de heen- of de teruggaande reiziger gedwongen wordt te stoppen,
omdat de twee tegengestelde stromen niet samen kunnen doorstromen.
En dit stelt de reizigers, van verschillende afkomst,
namelijk echte Feniciërs en Israëlieten,
die naar ik begrijp, elkaar haten,
in staat zich te verenigen in één enkel doel:
Rome te vervloeken...
Zonder Rome, zouden ze die brug niet eens hebben,
en met de beek vol water, weet ik niet hoe ze dan hadden kunnen oversteken.
Maar zo is het! De onderdrukker wordt altijd gehaat,
zelfs als hij nuttige dingen doet!
Jezus stopt vlakbij de brug, in de zonnige hoek,
waar het huis langs de beek een stinkende hoefsmid heeft,
waar ze hoefijzers smeden voor een paard en twee ezels, die de hunne kwijt zijn.
Het paard is ingespannen voor een Romeinse strijdwagen,
waarop soldaten zitten die er plezier in scheppen
om de vloekende Joden uit te schelden.
En ze gooien een handvol paardenmest
naar een oude man met een lange neus, de meest venijnige van allemaal,
een ware slangenbek die, geloof ik, de Romeinen maar al te graag zou bijten
om ze te vergiftigen...
Stel je voor wat er gebeurt!
De oude Jood rent gillend weg alsof hij melaats is,
en andere Joden doen mee met hem, in koor.
De Feniciërs roepen ironisch:
"Hebben jullie zin in het nieuwe manna? Eet, eet!
Om de kracht te hebben om te schreeuwen
tegen hen die te goed voor jullie zijn,
hypocriete slangen!"
De soldaten spotten...
Jezus zwijgt.
De Romeinse strijdwagen vertrekt uiteindelijk,
en groet de smid met de kreet: "Gegroet, Titus,
en moge je huis gezegend blijven!"
De man, stevig gebouwd en oud,
met een brede nek, een gladgeschoren gezicht,
donkere ogen, aan weerszijden van een robuuste neus
en onder het afdak van een breed, prominent voorhoofd,
dat enigszins terugwijkt, door gebrek aan haar,
dat, waar het er wel is, kort en wat stug is,
heft zijn zware hamer op in een afscheidsgebaar,
en draait zich dan terug naar zijn aambeeld,
waar een jongeman een gloeiend heet ijzer heeft geplaatst,
terwijl een andere jongen de hoef van een ezel brandt,
om hem voor te bereiden op het volgende beslag.
Reacties
Een reactie posten