berouw brengt zegen terug, mits eerlijke biecht

-Schuldoffer in joodse Tempel-

387.5

Maria Valtorta:

'Jezus kijkt hem aan en fluistert:

"En laat ons ook deze zonden op Mij nemen!...

Zoon! Luister. Ik ben Barmhartigheid, geen angst.

Ik ben ook voor jou gekomen.

Schaam je niet voor Mij...

Ik ben de Verlosser.

Wil je vergeving?

Waarvoor?"


"Voor mijn misdaad. Vraagt U dat aan Mij?

Ik heb mijn broer gedood!"


"U zei: 'Ik wilde hem alleen maar slaan'...

omdat u op dat moment beledigd en boos was.

Maar toen u haatte en vervloekte, niet één maar alle zes de broers,

was u niet net beledigd en boos, u deed het als ademhalen. Uit eigen beweging.

De haat en de vloek, de vreugde toen u ze getroffen zag worden,

was uw geestelijk brood, toch?"


"Ja, Heer.

Tien jaar lang was het mijn brood."


"Wel, in werkelijkheid...

bent u de grootste misdaad begonnen

vanaf het moment dat u haatte en vervloekte.

U hebt uw broers zesmaal vermoord."


"Maar Heer, zij hadden mij geruïneerd en gehaat...

En mijn moeder is me ontvallen van de honger..."


"U bedoelt dat u gelijk had om wraak te nemen?"

"Ja. Dat wil ik zeggen."


"U hebt geen gelijk.

God was er om te straffen.

U had moeten liefhebben.

En God zou u op aarde en in de hemel gezegend hebben."




-Concelebratie-

"Zal Hij mij dan nooit zegenen?"


"Berouw brengt de zegen terug.

Maar hoeveel pijn, hoeveel leed hebt u uzelf aangedaan!

Veel meer dan uw broers u hebben aangedaan,

hebt u uzelf aangedaan met uw haat!..."


"Het is waar! Het is waar!

Een gruwel die zesentwintig jaar heeft geduurd.

O, vergeef mij, in de naam van God.

U ziet dat ik gekweld word door mijn schuld!

Ik vraag niets voor mijn leven.

Ik ben een bedelaar en ziek.

Maar ik wil zo blijven, lijden, boete doen.

Maar geef me de vrede van God!..."



"Ik heb offers gebracht in de tempel, 

honger lijdend om geld te verzamelen voor het brandoffer.

Maar ik kon mijn misdaad niet openbaren/onthullen,

en ik weet niet of het offer aanvaard zou worden."


"Niets. Zelfs als er elke dag één was geconsummeerd,

wat voor nut zou het voor u hebben gehad,

als u het met een leugen offerde?

Een bijgelovig en nutteloos ritueel

is er een dat niet voorafgegaan wordt

door een oprechte schuldbekentenis.

Schuld op schuld, en daarom nog nuttelozer.

Een heiligschennend offer...

Wat zei u tegen de priester?"


"Ik zei: 'Ik heb gezondigd uit onwetendheid,

door dingen te doen die de Heer verboden heeft,

en ik wil boete doen.'

Ik dacht: ik weet waarover ik gezondigd heb, en God weet het.

Maar ik kan het de man niet in alle helderheid vertellen.

God, die alziend is, weet dat ik aan mijn zonde denk.'"


"Mentale restricties, onwaardige ontsnappingen.

De Almachtige haat ze. Wie zondigt, doet boete.

Doe het niet meer."



"Nee, Heer.

En zal ik vergeven worden?

Of moet ik alles opbiechten?

Met mijn leven betalen voor het leven dat ik genomen heb?

Het is genoeg voor mij, te kunnen sterven met Gods vergeving."


"U leeft om boete te doen.

U hebt de echtgenoot niet aan zijn weduwe kunnen teruggeven

en de vader niet aan zijn kinderen...

Voor we doden, voor we haat onze meester laten worden,

moeten we nadenken!

Maar sta op en bewandel het nieuwe pad.

U zult, onderweg, enkele van Mijn discipelen tegenkomen.

De bergen van Judea, als u van Tekoa naar Bethlehem en verder naar Hebron reist,

worden zeker door hen doorkruist.


Vertel hun dat Jezus u zendt, en dat Hijzelf vóór Pinksteren

weer omhoog zal gaan naar Jeruzalem, via Bethzur en Bether.

Zoek naar Elia, Jozef, Levi, Matthias, Johannes, Benjamin, Daniël en Isaak.

Kunt u zich deze namen herinneren? Spreek in het bijzonder tot hen.

Laten we nu gaan..."


"En U drinkt niet?"

"Ik heb uw tranen gedronken.

Een ziel die terugkeert tot God! Niets is verfrissender voor Mij."


"Ben ik dan vergeven?! U zegt: 'Terugkeert tot God'..."

"Ja. U bent vergeven. En haat nooit meer!"'


De man buigt zich weer voorover,

nadat hij was opgestaan, 

en kust Jezus' voeten.'


18 feb.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd