Jezus barmhartigheid zelve? spottende schriftgeleerden willen bewijs zien!
387.6
Maria Valtorta:
'Ze keren terug naar de apostelen
en treffen hen aan in een discussie met enkele schriftgeleerden.
"Hier is de Meester. Hij kan jullie antwoorden
en zeggen dat jullie zondaars zijn!"
"Wat is er?" vraagt Jezus,
wiens respectvolle groet onbeantwoord blijft.
"Meester, ze vallen ons lastig met vragen en spot..."
"Het verdragen van intimidatie is een daad van barmhartigheid."
"Maar ze beledigen Jou. Ze maken Jou tot voorwerp van spot...
en doen mensen aarzelen. Zie Je? Wij hadden mensen bijeengebracht...
En wie is daar nu nog van over? Twee of drie vrouwen..."
"O nee! Jullie hebben ook nog een man, een smerige man!
Da's al te veel voor jullie!
Maar Meester, vindt U niet dat U Zichzelf ook te veel besmet,
U die altijd zegt dat lelijkheid U walg bezorgt?"
spot een jonge schriftgeleerde,
wijzend naar de bedelaar naast Jezus.
"Dat is geen lelijkheid.
Dat is niet de lelijkheid die Mij doet walgen.
Dat is 'de arme'. Een arme is niet walgelijk.
Zijn ellende zou je ziel alleen maar moeten openen
voor gevoelens van broederlijke barmhartigheid.
Ik walg van morele ellende, van verdorven harten,
van zielen in flarden, van geplaagde geesten."
"En weet U of dat bij hem niet het geval is?"
"Ik weet dat hij gelooft en hoopt
op God en Zijn barmhartigheid,
nu hij die heeft leren kennen."
-Elisha Yered-
"Leren kennen? Waar woont Hij dan?
Vertel het ons, dan gaan ook wij daarheen om Zijn gezicht te zien.
Aah! Aah! De verschrikkelijke God, naar wie Mozes niet durfde te kijken,
moet echt een verschrikkelijk gezicht hebben, zelfs in Zijn barmhartigheid,
ook al is Zijn strengheid na zoveel eeuwen verzacht!"
repliceert de jonge schriftgeleerde, en lacht een lach
die eerder ontkennend dan godslasterlijk is.
"Ik die tot jou spreek, ben de Barmhartigheid van God!"
roept Jezus, rechtopstaand en met een verblindende kracht in zijn ogen en gebaren.
Ik weet niet hoe de ander niet bang kan zijn... Maar al vlucht hij niet,
hij durft niet langer sarcastisch te zijn en zwijgt,
terwijl een ander zijn plaats inneemt:
"O, wat een nutteloze woorden!
Wij zouden gewoon willen geloven. Wij zouden niets lievers wensen.
Maar om te geloven, heb je bewijs nodig."'
Reacties
Een reactie posten