Jezus ontmaskert Hilkia, die Hem opzettelijk 'ongewassen' aan tafel liet gaan


414.5

Maria Valtorta:

'Een lange, ijzige stilte.

Hilkia, met zijn elleboog op het ligbed en zijn wang op zijn hand, 

denkt diep na, in zichzelf gekeerd zoals zijn hele huis.


Jezus draait Zich om en kijkt hem aan, en zegt dan:

"Hilkia, Hilkia, niet de Wet en de Profeten verwarren met onbenullige dingen!"


"Ik zie dat U mijn gedachten hebt gelezen. 

Maar U kunt niet ontkennen dat U gezondigd hebt, door het Gebod te overtreden."

"Net zoals u, met list en daarom met grotere schuld, uw plicht als gastheer hebt verzaakt,

hebt u dit nu opzettelijk gedaan. U hebt Mij eerst afgeleid, en Me daarna hierheen gestuurd, 

terwijl u uzelf met uw vrienden reinigde. Bij uw terugkomst hebt u ons gevraagd op tijd te zijn, 

omdat jullie een afspraak hadden, en dat alles om tegen Mij te kunnen zeggen:

'U hebt gezondigd!'..."


"U had me kunnen herinneren aan mijn plicht om jullie de middelen te geven om je te reinigen."

"Ik zou u aan vele dingen kunnen herinneren, maar dat zou u alleen maar onbuigzamer

en vijandiger maken."


"Nee. Zeg ze, zeg ze. Wij willen naar U luisteren en..."

"En beschuldigen voor de Hogepriesters. 

Daarom heb Ik u herinnerd aan de laatste en voorlaatste vloek.

Ik weet het. Ik ken jullie. Ik ben hier, weerloos, te midden van jullie. 

Ik ben hier, afgezonderd van de mensen die van Me houden,

en tegenover wie jullie Mij niet durven aan te vallen.

Maar Ik ben niet bang. 

Maar Ik doe geen concessies, en Ik gedraag me niet laf. 

En Ik zeg jullie je zonde, die van heel jullie kaste

en die van jullie, o farizeeën, valse zuiveren van de Wet, 

o schriftgeleerden, valse wijzen, 

die opzettelijk het ware en valse goede verwarren en vermengen, 

die perfectie eisen van anderen en aan anderen, zelfs in uiterlijke zaken,

en niets van jullie zelf.

Jullie verwijten Mij, samen met jullie en Mijn gastheer,

dat Ik me niet gewassen heb voor het eten. 

Jullie weten dat Ik uit de Tempel kom, 

die alleen betreden kan worden nadat men zich gereinigd heeft

van het vuil van stof en van de straat. 

Willen jullie dan beweren dat de Heilige Plaats verontreinigt?"


"Wij hebben onszelf gereinigd voor het tafelen."


"En ons werd bevolen: 'Ga daarheen en wacht!'"

En daarna: 'Naar de tafelen, nu meteen!'

Binnen uw zuivere muren was er maar één plan: Mij bedriegen. 

Wiens hand schreef de reden op de muren om Mij te beschuldigen? 

Uw geest? Of een andere macht die hem beheerst,

en waarnaar u luistert?"'


10 april 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd