Syntyche mag mee met koets naar Bethanië
254.6 Maria Valtorta: '"Ik vraag U - U bent een Jood en weet vast wel waar Hij is - ik vraag U... om mij te leiden naar die Onbekende, die tot slaven spreekt en over de ziel spreekt. Ze hebben me verteld dat Hij arm is. Al zal ik verhongeren, ik wil dicht bij Hem zijn, zodat Hij me kan onderwijzen en me kan opbeuren. Leven met beesten maakt een beest van je, zelfs als je je tegen hen verzet. Ik wil mijn morele waardigheid terugkrijgen!" "Die man, die Onbekende die u zoekt, staat voor jou!" "U?... O Onbekende van de Akropolis, gegroet!" en ze buigt zich voorover tot haar voorhoofd de grond raakt. "Hier kun je niet blijven. Maar Ik ga naar Caesarea..." "Verlaat me niet, Heer!" "Ik zal je niet verlaten... Ik denk even na..." "Meester, ónze wagen staat beslist al op de afgesproken plaats te wachten. Laat hen iets weten. In de wagen zal ze net zo veilig zijn als in ons eigen huis!" stelt Maria Magdalena voor. "O ...