Maria droef bij de bron
XXVI
JOZEF VRAAGT OM VERGEVING
-GELOOF, NAASTENLIEFDE & NEDERIGHEID
OM GOD TE ONTVANGEN-
26.1-2
Maria Valtorta:
'Na drieënvijftig dagen
laat de Moeder zich opnieuw zien met dit visioen,
waarvan ze zegt dat ik het in dit boek moet opschrijven.
Vreugde stroomt in mij.
Want Maria zien is Vreugde bezitten.
En ik zie het tuintje van Nazareth...
Maria loopt in de schaduw van een heel dikke appelboom,
overladen met vruchten, die beginnen te blozen
en er met hun roze en ronde uiterlijk
uitzien als kinderwangetjes.
Maar Maria is helemaal niet rooskleurig.
De prachtige kleur die haar wangen in Hebron opfleurde, is verdwenen.
Het gezicht is van een ivoren witheid, waarin alleen de lippen een kromme van bleek koraal trekken.
Onder de gesloten oogleden bevinden zich twee donkere schaduwen
en de randen van het oog zijn gezwollen
zoals bij iemand die heeft gehuild.
Ik zie haar ogen niet,
omdat ze met haar hoofd nogal gebogen is,
geconcentreerd op haar werk en nog meer op een gedachte van haar
die haar moet kwellen, omdat ik haar hoor zuchten
als iemand die pijn heeft in haar hart.
Ze is helemaal in het wit gekleed, in wit linnen,
want het is erg warm,
ook al vertelt de nog intacte frisheid van de bloemen me
dat het ochtend is.
Zij is blootshoofds
en de zon...
- die speelt met de takken van de appelboom
bewogen door een zeer lichte wind
en met lichtnaalden doorsijpelt
tot aan de bruine aarde van de bloembedden -
...legt kleine lichtcirkels op haar blonde hoofd,
en daar lijkt het haar puur goud.
Er komt geen geluid uit het huis,
noch uit nabijgelegen plaatsen.
Je kunt alleen het geruis horen
van het straaltje water
dat in een bassin stroomt
diep achter in de tuin.'
Reacties
Een reactie posten