opmerkelijk maanlicht 2
30.2
Maria Valtorta:
Er verschijnt een herder bij de deur,
die een arm over zijn voorhoofd legt, om zijn ogen af te schermen, en opkijkt.
Het lijkt wel onmogelijk om beschutting te zoeken tegen het maanlicht.
Nog altijd is het zo levendig dat het verblindt, vooral hen
die uit een plek komen waar duisternis heerst.
Alles is rustig. Maar dat licht is verbluffend.
De herder roept zijn metgezellen.
Iedereen leunt uit de deur naar buiten.
Een stel harige mannen, van verschillende leeftijden.
Sommigen zijn nog maar tieners en anderen hebben al grijs haar.
Ze leveren commentaar op het vreemde fenomeen,
en de jongeren zijn bang.
Vooral één,
een jongen van een jaar of twaalf,
die begint te huilen, wat gehoon van de ouderen oplevert.
"Waar ben jij bang voor, dwaas?" zegt een oudere tegen hem.
"Zie je niet hoe stil de lucht is? Heb jij de maan nog nooit zien schijnen?
Jij hebt altijd onder de kleren van je moeder gezeten, als een kuiken onder een kip, zeker?
Maar je zult hier een aantal dingen zien!..."
"Ooit was ik richting de bergen van Libanon gegaan, nog verder. Boven.
Ik was jong en het stoorde me niet om te gaan. Ik was toen ook rijk...
Op een nacht zag ik zooo'n licht...
dat ik dacht dat het de terugkeer van Elia was
op zijn wagen van vuur.
De lucht was één en al vuur!
Een oude man - híj was de oude man toen - vertelde me:
'Een groot avontuur staat op het punt in de wereld te komen!'
En het was een óngeluk voor ons,
want de soldaten van Rome kwamen...
Oh! je zult hier wat zien, als je !..."'
Reacties
Een reactie posten