niet naar school 1
38.7
Maria Valtorta:
'"Maar dit jaar zul ook jij Jezus naar school moeten sturen. Het is tijd."
"Ik zal Jezus nooit naar school sturen!" zegt Maria resoluut.
Het is moeilijk om haar zo te horen praten, en eerder dan Jozef.
"Waarom? Het Kind moet leren om te zijner tijd in staat te zijn z'n maturiteitsexamen af te leggen!"
"Mijn Kind zal dat kunnen. Maar naar school zal hij niet gaan. Het is besloten."
"Je zou uniek zijn in Israël door dat te doen."
"Ik zal uniek zijn. Maar zo zal ik het doen. Is het niet waar, Jozef?"
"Het is waar. Het is niet nodig dat Jezus naar school gaat.
Maria groeide op in de Tempel en is een echte geleerde in de kennis van de Wet.
Zij zal zijn lerares zijn. Dat is ook wat ik wil."
"Je verwent die jongen."
"Dat kun je niet zeggen. Hij is de beste in Nazareth.
Heb je hem ooit horen huilen, driftbuien krijgen, gehoorzaamheid weigeren, geen respect hebben?"
"Nee, dat niet. Maar dat komt wel, als hij bedorven blijft."
"Het is niet bedervend om je kinderen dichtbij te houden. Het betekent van ze houden, met gezond verstand en een goed hart. Dit is hoe we onze Jezus liefhebben, en omdat Maria hoger opgeleid is dan de schoolmeester, zal zij de lerares van Jezus zijn."
"En wanneer Hij een man wordt, zal jouw Jezus een kleine vrouw zijn, die zelfs bang is voor een vlieg"...
"Dat zal niet zo zijn. Maria is een sterke vrouw, en weet hem mannelijk op te voeden. Ik ben geen lafaard, en ik weet hoe ik een viriel voorbeeld moet geven. Jezus is een schepsel zonder fysieke en morele gebreken. Hij zal daarom recht en sterk worden naar lichaam en geest. Zeker, Alfeüs. Hij zal de familie niet te schande maken. En bovendien, ik heb besloten, en zo is het."
"Maria zal wel besloten hebben, en jij..."
"Wat als dat zo was? Is het niet prachtig dat twee die van elkaar houden, bereid zijn dezelfde gedachten en dezelfde wil te hebben, omdat wederzijds de een het verlangen van de ander omarmt en zich dit eigen maakt? Als Maria dwaze dingen wilde, zou ik tegen haar zeggen: “Nee”. Maar zij vraagt om dingen vol wijsheid, en ik keur ze goed en maak ze tot de mijne. Wij houden van elkaar, net als op de eerste dag... en dat zullen we blijven doen, zolang we leven. Is het niet waar, Maria?"
"Ja, Jozef. En moge het niet zo zijn, maar als een van ons sterft zonder de ander, zullen we nog steeds van elkaar houden."
Jozef streelt Maria over het hoofd, alsof ze een jonge dochter is.
En zij kijkt hem aan, met haar serene en liefdevolle blik.'
Reacties
Een reactie posten