David: licht doet schuld zien


-Koning David door Nathan berispt (Jacopo Palma il Giovane)-


94.7

Maria Valtorta:

'Jezus heeft plaats genomen.

Nadat Hij met de mensen heeft gezongen en gebeden, begint Hij te spreken.

De overste van de synagoge vraagt Hem of Hij een paar boekrollen wil,

maar Jezus antwoordt: "Niet nodig. Ik heb het onderwerp al."

En Hij begint:


"De grote koning van Israël, David van Bethlehem, weende nadat hij gezondigd had,

met een berouwvol hart, tot God zijn berouw uitroepend en Hem om vergeving vragend.

Davids geest was verduisterd door de nevels van de zinnen, en die hadden hem verhinderd

om het Gelaat van God nog te zien en Zijn woord te verstaan.

God Gelaat, heb Ik gezegd.

In het hart van de mens is er een punt dat zich het Gelaat van God herinnert,

het meest uitverkoren punt, het punt dat ons Heilige der Heiligen is,

het punt waaruit de heilige inspiraties en de heilige beslissingen komen,

het punt dat geurt als een altaar, schittert als een brandstapel, zingt als de zetel der serafijnen.


Maar wanneer de zonde in ons rookt,

wordt dat punt zo donker dat de geur, het licht en het lied ophouden,

en alleen de stank van zware rook en de smaak van as overblijven.


-Berouwvolle David (A. Dürer)-

Echter...

wanneer het licht terugkeert,

omdat een dienaar van God het meeneemt in iemands duisternis,

dan ziet deze mens zijn lelijkheid, zijn minderwaardige toestand,

en, geschokt door zichzelf, roept hij uit, net als koning David:

'Wees mij genadig, Heer, overeenkomstig Uw grote Barmhartigheid,

en was mij, in Uw oneindige goedheid, van mijn zonde!"


En hij zegt niet: 'Ik kan niet vergeven worden, dus blijf ik zondigen.'

Maar hij zegt: 'Ik ben vernederd, ik ben berouwvol, maar ik smeek U,

Gij die weet hoe ik in zonde ben geboren, om mij te besprenkelen en te reinigen,

zodat ik kan terugkeren, zo wit als de sneeuw op de bergtoppen.'


En hij zegt eveneens: 'Mijn brandoffer zal niet uit rammen en runderen bestaan,

maar uit het oprecht berouw van mijn hart.

Omdat ik weet dat dit is wat Gij van ons wilt

en dat Gij het niet veracht."


Dat is wat David zei na de zonde.

En nadat Nathan, de dienaar van de Heer, hem tot inkeer had gebracht.


En dat is wat de zondaars, met des te meer reden, nu moeten zeggen,

nu de Heer hun niet Zijn dienaar zendt, maar de Verlosser zelf,

Zijn Woord!


Hetwelk, rechtvaardig en dwingend,

niet alleen over mensen, maar ook over de hemelen en de onderwereld,

is opgestaan onder Zijn Volk zoals het licht van de dageraad,

dat schittert, zonder wolken, als de zon 's morgens opkomt."'


1 feb.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel