rijken komen zelden in de hemel
95.4
Maria Valtorta:
'Jezus gaat staan, leunend tegen een boom,
ongeveer tien meter van Matteüs, en begint te spreken:
"De wereld kan worden vergeleken met een groot gezin
waarvan de leden verschillende taken uitvoeren, alle al even nodig.
Er zijn boeren, herders, wijnmakers, timmerlieden, vissers, metselaars, hout- en ijzerbewerkers,
en dan zijn er nog schrijvers, soldaten, officieren die zijn toegewezen aan speciale missies,
artsen en priesters.
Er is van alles.
De wereld zou niet uit slechts één klasse kunnen bestaan.
Ze zijn allemaal nodig, allemaal heilig, als ieder doet wat hij moet doen
met eerlijkheid en rechtvaardigheid.
Hoe kan dit bereikt worden
als Satan van zoveel kanten tegelijk verleidt?
Door te denken aan God die alles ziet, zelfs de meest verborgen werken,
en aan Zijn Wet die zegt: 'Heb je naaste lief zoals je jezelf liefhebt,
doe hem niet aan wat je niet wilt dat jou wordt aangedaan,
steel op geen enkele manier.'
Zeg Me, jullie die Mij horen:
als iemand sterft, neemt hij dan zijn geldbuidel mee?
En zelfs al zou hij zo dwaas zijn om die bij zich te willen hebben in zijn graf,
kan hij die dan misschien gebruiken in het hiernamaals?
Nee.
Munten worden gecorrodeerde metalen vlakbij het rotten van een vergaan lichaam.
Maar zijn ziel zou daarginds naakt zijn, armer dan de zalige Job, beroofd van de kleinste cent,
ook al had hij hier en in het graf talenten en talenten achtergelaten.
Luisteren jullie, luisteren jullie!
Inderdaad, Ik zeg jullie naar waarheid
dat men met rijkdommen zelden de hemel verwerft,
maar in het algemeen de hemel ermee verliest,
zelfs als de rijkdommen eerlijk zijn verkregen,
door erfenis of door winst.
Omdat weinig rijke mensen weten
hoe ze hun rijkdommen op de juiste manier moeten gebruiken.
Wat is er dan nodig om deze gezegende hemel,
deze rust in de schoot van de Vader, wel te verkrijgen?
Men moet niet hebzuchtig zijn naar rijkdom.
Niet hebzuchtig, in de zin dat je ze koste wat het kost wil hebben,
ook al betekent het dat je niet eerlijk en liefdevol bent.
Niet hebzuchtig, in de zin dat je, als je die hebt, jezelf meer liefhebt dan de hemel
en je naaste, en dat je je naaste die in nood verkeert de naastenliefde ontzegt.
Niet hebzuchtig naar wat rijkdom kan geven:
vrouwen, genoegens, een rijke tafel, luxueuze kleding
die een aanstoot zijn voor hen die koude en honger lijden.
Er is, ja, er ís een manier
om de onrechtvaardige valuta van de wereld in te wisselen
voor valuta die geldig zijn in het Koninkrijk der hemelen.
En dat is de heilige sluwheid om menselijke rijkdommen,
vaak onrechtvaardig verworven of oorzaak van onrecht,
om te zetten in eeuwige rijkdommen.
Dat wil zeggen: eerlijk verdienen,
teruggeven wat onterecht is ontvangen,
goederen met spaarzaamheid en onthechting gebruiken,
weten hoe je je ervan moet losmaken,
want vroeg of laat verlaten ze ons
– oh! denk hier toch over na! –
terwijl het goede dat gedaan is
ons nooit meer verlaat.
Wij willen allemaal graag 'rechtschapen' genoemd worden,
en als zodanig worden geloofd, en dat God ons daarvoor beloont.
Maar hoe kan God iemand belonen die alleen de naam 'rechtschapene' heeft,
maar die niet de daden verricht?
Hoe kan hij zeggen: 'Ik vergeef je'...
als hij ziet dat het berouw alleen verbaal is,
maar niet gepaard gaat met een echte verandering van geest?
Er is geen berouw zolang de begeerte blijft bestaan
naar het object waardoor we gezondigd hebben.
Maar wanneer iemand zichzelf vernedert,
wanneer iemand het morele lid van een slechte passie,
die vrouw of goud genoemd kan worden, afsnijdt,
door te zeggen: "Voor U, Heer, niets meer hiervan"...
dán heeft hij werkelijk berouw.
En God verwelkomt hem en zegt:
'Kom, jij bent Mij zo dierbaar als een onschuldige en een held.'"
Jezus is klaar.
Hij vertrekt zonder zich ook maar om te draaien naar Matteüs,
die al sinds de eerste woorden bij de kring van luisteraars stond.'
Reacties
Een reactie posten