heilige vrouwen zullen 4 rustpunten bemannen (huizen van Petrus, Filippus, Bartholomeüs en Judas)


153.2-3

Maria Valtorta:

'"Ze is erg verlegen.

Haar moeder boog hen allemaal, dochters en schoondochters, als twijgjes," zegt Andreas.

"Maar in al die jaren dat ze bij mij is, moest ze veranderen!"

"O! Broer! Jij bent zelf ook niet bepaald lief, weet je?

Op een verlegen persoon heb je het effect van een grote balk tussen de benen.

Mijn schoonzus is heel goed, en dat ze haar moeder met haar slechtheid

en jou met je arrogantie altijd geduldig heeft getolereerd, bewijst dat."


Ze lachen allemaal om Andrews botte conclusie

en om Peters verbaasde gezicht als hij hoort dat hij arrogant wordt genoemd.

Zelfs Jezus lacht hartelijk.


Dan zegt Hij:

"De gelovige vrouwen die niet hun huis willen verlaten om Mij te volgen, dienen Mij op gelijke wijze door in hun huis te blijven. Als ze allemaal met Mij hadden willen meegaan, had Ik sommigen moeten gebieden om thuis te blijven.

Nu er vrouwen bijkomen, moet Ik ook aan hen denken. Het zou noch fatsoenlijk, noch voorzichtig zijn, als vrouwen dakloos zouden raken, terwijl ze her en der rondzwerven. Wij kunnen gaan liggen waar we maar willen. Een vrouw heeft andere behoeften, en heeft onderdak nodig. Wij kunnen in één bed slapen. Maar zij kunnen niet bij ons blijven. En uit respect, en uit voorzichtigheid voor hun kwetsbare gestel. Men mag de Voorzienigheid en de natuur nooit tot het uiterste op de proef stellen.

Daarom zal Ik nu van elk huis waar een van jullie vrouwen verblijft, een toevluchtsoord maken voor hun zusters. Van het jouwe, Petrus; van het jouwe, Filippus; van het jouwe, Bartholomeüs; en van het jouwe, Judas.

Het onvermoeibare tempo dat wij hanteren, kunnen wij vrouwen niet opleggen. Maar we zetten ze in de wacht, op het ontmoetingspunt, waar wij elke ochtend vertrekken en elke avond terugkomen.

Wij zullen hun onderricht/instructies geven in de uren van rust, en de wereld zal niet meer kunnen morren als andere ongelukkige schepselen tot Mij komen, en Ik zal niet worden verhinderd naar hen te luisteren. De moeders en echtgenotes die ons volgen, zullen hun zusters en Mij verdedigen tegen de roddels in de wereld. 

Jullie zien dat Ik telkens korte reisjes maak naar een plek waar Ik vrienden heb, of waarvan Ik weet dat Ik er vrienden zal hebben. Niet voor Mijzelf dit. Maar voor de zwaksten onder de leerlingen, die met hun zwakheid onze kracht zullen ondersteunen, en haar nuttig zullen maken voor vele, vele schepselen."


"Maar Je zei: 'laten we nu naar Caesarea gaan'... Wie is daar?"

"Mensen die naar de ware God neigen, zijn er overal. De lente kondigt zich al aan in deze roze pracht van bloeiende amandelbomen. De dagen van vorst zijn voorbij.

Over een paar dagen zal ik de rust- en toevluchtsoorden voor de discipelen hebben ingericht, en dan zullen we onze reis hervatten, om het Woord van God te verspreiden, zonder ons zorgen te maken over de zusters, zonder angst voor laster.

Hun geduld zal een les voor jullie zijn, en ook hun vriendelijkheid/zachtmoedigheid. Ook voor vrouwen breekt de tijd van revalidatie/eerherstel aan. Er zal een grote bloei zijn in Mijn Kerk, van heilige maagden [ongehuwde vrouwen], heilige echtgenotes [gehuwde vrouwen] en heilige moeders."'


3 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

de geest - in íeder mens - snakt naar de hemel