de ziel... maaksel, schépping van God !
167.12b
Maria Valtorta:
'"En aanbid niet de ziel,
maar God, de Schepper ervan -
God die van elke goede ziel Zijn Troon wil m a k e n ."
Maar wáár zit dit onstoffelijke en verhevene:
in het hart? in de hersenen?"
"Het zit in het geheel dat de mens is.
Het omvat je, en is in je vervat.
Wanneer het je verlaat, ben je een lijk.
Als het gedood wordt door een misdaad van de mens tegen zichzelf...
ben je verdoemd, voor altijd gescheiden van God."
"Erkent U dan dat de filosoof die ons onsterfelijk noemde gelijk had,
ook al was hij een heiden?" vraagt Plautina.
"Ik erken het niet. Ik doe meer:
Ik zeg dat dit een geloofsartikel is!"
De onsterfelijkheid van de ziel,
d.w.z. de onsterfelijkheid van het hogere deel van de mens,
is het meest zekere, en meest troostende, mysterie van het geloof.
Dat wat ons zeker maakt van waar we vandaan komen,
waar we naartoe gaan, wie we zijn,
en dat de bitterheid wegneemt
van elke scheiding."
Reacties
Een reactie posten