Maria leert dat háár kuisheid... genade is!
168.9
Maria Valtorta:
'Mary staat op, en murmelt zachtjes:
"Wat is het toch moeilijk om Verlossers te zijn!"
Ze hapt bijna naar adem.
Aglaë, die het gemompel hoorde en de actie aanvoelt, kreunt:
"Ziet U? Ziet U dat ook U walgt? Nu ga ik weg, het is voorbij voor mij!"
"Nee, dochter. Het is niet voorbij. Nu begint het voor jou.
Luister, arme ziel. Ik zucht niet om jou, maar om de wrede wereld.
Ik laat jou niet gaan, maar pak je op, arme zwaluw,
door de storm tegen mijn muren geslingerd.
Ik zal je naar Jezus brengen
en Hij zal jou je weg naar verlossing vertellen..."
"Ik hoop niet meer... De wereld heeft gelijk.
Ik kan niet meer vergeven worden."
"Niet door de wereld, nee. Maar door God wel!
Laat mij tot jou spreken, in naam van de opperste Liefde, die mij een Zoon gaf, zodat ik Hem aan de wereld kon geven. Zij [de Liefde] nam mij weg uit de gelukzalige onwetendheid van mijn gewijde maagdelijkheid, opdat de wereld Vergeving zou kunnen ontvangen.
Zij liet mij geen bloed vloeien bij de bevalling, maar wel uit het hart, door mij te openbaren dat mijn Kind het Grote Slachtoffer is. Kijk naar mij, dochter! In dit hart zit een grote wond. Ze kreunt al dertig jaar en langer, en wordt steeds breder en verteert mij... Weet je hoe die heet?"
"Smart."
"Nee: Liefde."
Dit is de Liefde die mij doet bloeden,
zodat het niet alleen de Zoon is die redt.
Het is de Liefde die mij vuur geeft,
zodat ik allen reinig die niet naar mijn Zoon durven te gaan.
Het is de Liefde die mij tranen geeft,
zodat ik de zondaars schoonwas.
Je wilde mijn liefkozing...
Ik geef je mijn tranen, die jou al wit hebben gemaakt, zodat je naar mijn Heer kunt kijken.
Huil niet zo! Je bent niet de enige zondaar die tot de Heer komt en verlost weggaat.
Er waren er anderen, en er zullen weer anderen komen.
Twijfel je eraan dat Hij je kan vergeven?
Maar zie je in alles wat jou is overkomen...
niet een mysterieuze wil van goddelijke Goedheid?
Wie leidde jou naar Judea?
Wie naar het huis van Johannes?
Wie plaatste je die ochtend bij het raam?
Wie stak een licht voor je aan om Zijn Woorden te verlichten?
Wie gaf je het vermogen om te begrijpen dat naastenliefde,
verenigd met het gebed van de begunstigde, goddelijke hulp doen verkrijgen?
Wie gaf je de kracht om te vluchten uit het huis van Sjammai?
Wie liet je volhouden, in de eerste dagen tot aan Zijn komst?
Wie leidde je naar Zijn Pad?
Wie stelde je in staat om als een boetelinge te leven
om je ziel steeds meer te zuiveren?
Wie gaf jou de ziel van een martelares,
de ziel van een gelovige,
de Ziel van een volhardend iemand,
de ziel van een puur mens?...
Ja, schud je hoofd niet!
Geloof je dat alleen diegene zuiver is, die de sensualiteit niet heeft gekend?
Geloof je dat een ziel niet opnieuw maagdelijk en mooi kan worden?
O! dochter!
Maar tussen mijn zuiverheid, die Genade van de Heer is,
en jouw heldhaftige opstijging, terug naar de top van je verloren zuiverheid,
geloof me, is die van jou groter!
Jij bouwt haar op: tegen de zinnelijkheid, tegen behoefte en gewoonte in.
Voor mij is het een natuurlijk geschenk, net als ademhalen.
Jij moet gedachten, genegenheden, je vlees verpletteren,
om het je niet meer te herinneren, niet langer te hunkeren,
om niet toe te geven.
Ik... o! kan ooit een schepseltje van een paar uur naar het vlees verlangen?
En heeft het zelf enige verdienste, om dat niet te doen?
Zo is het ook bij mij.
Ik weet niet wat het is, deze tragische honger,
die de mensheid tot slachtoffer heeft gemaakt.
Ik ken niets anders dan de allerheiligste honger naar God.
Maar jij kende dat niet.
En jij hebt het van jezelf geleerd.
Jij hebt die andere, tragische en afschuwelijke, honger getemd.
Uit liefde voor God, je enige Liefde nu.
Glimlach, dochter van de Goddelijke Barmhartigheid!
Mijn Zoon bewerkt in jou wat Hij je toen in Hebron heeft gezegd.
Hij heeft het al gedaan, je bent al gered.
Omdat je de goede wil had om jezelf te redden.
Omdat je reinheid hebt geleerd, lijden, het Goede.
Jouw ziel is herboren.
Ja. Je hebt Zijn Woord nodig
om jou, in naam van God, te vertellen: 'Je bent vergeven.'
Ik kan dit niet zeggen.
Maar ik geef jou mijn kus.
Als een belofte.
Als begin van vergeving...
O eeuwige Geest,
een beetje van U is altijd in Uw Maria!
Laat Haar U, heiligende Geest, uitstorten
over het schepsel dat weent en hoopt.
Omwille van onze Zoon, o God van liefde,
red deze vrouw, die op Gods Verlossing wacht.
Moge de Genade,
waarmee God mij volgens de engel vervuld heeft,
door een wonder op haar rusten en haar steunen
totdat Jezus, de gezegende Verlosser, Opperpriester,
haar vergeef, in de naam van de Vader,
de Zoon en de Geest..."'
Reacties
Een reactie posten