zoals Ruth er was voor Naomi: andere lijdenden helpen
209.6
M. Valtorta:
'"In dit land van Judea,
nog altijd vlakbij het Bethlehem van Naomi,
herinner Ik jullie eraan dat Liefde ons van pijn verlost en vreugde brengt.
Kijk, jullie die huilen, naar Naomi's verlatenheid, nadat haar huis zonder haar man en zonen was achtergebleven. Horen jullie haar ontmoedigde afscheidswoorden aan Orpah en Ruth: "Keer terug naar het huis van jullie moeder. Moge de Heer je genadig zijn, zoals jullie genadig zijn geweest voor de overledenen en voor mij..."
Hoor haar vermoeide aandringen! Zij die ooit de mooie Naomi was, en nu de tragische Naomi is, gebroken door verdriet, verwachtte niets meer van het leven, dan alleen nog maar terug te keren, om er te sterven, naar de plaatsen waar ze in haar jeugd gelukkig was geweest, temidden van de liefde van haar man en de kussen van haar kinderen.
Ze zei: "Gaan jullie, gaan jullie! Het heeft geen zin om met me mee te gaan... Ik ben als een dode vrouw... Mijn leven is niet langer hier, maar daar, in het hiernamaals, waar zij zijn. Offer je jeugd niet meer op naast een ding dat sterft. Want in werkelijkheid ben ik 'een ding'. Alles is mij onverschillig. God heeft alles van mij afgenomen... Ik ben een en al hartzeer. En ik zou het tot jullie hartzeer maken... en dat zou zwaar op mijn hart drukken. En de Heer zou het me aanrekenen, Hij die me al zo hard heeft getroffen, omdat het egoïstisch zou zijn om jullie, levenden, naast mij dood te houden. Keer terug naar jullie moeders!"
Maar Ruth bleef
om haar tot steun te zijn in haar treurige ouderdom.
Ruth had begrepen dat er altijd grotere pijnen zijn dan die van jezelf,
en dat die van haar als jonge weduwe lichter waren dan die van de vrouw
die niet alleen haar man, maar ook haar beide zoons had verloren;
net zoals de pijn van een weeskind, gedwongen om te leven van bedelen,
nooit meer met liefkozingen, nooit meer met goede raad...
veel groter is dan die van een moeder die van haar kind wordt beroofd;
net zoals de pijn van iemand die, om een complex van redenen,
het punt van haat jegens de mensheid bereikt en in ieder mens een vijand ziet
tegen wie hij zich moet verdedigen en die hij moet vrezen,
nog veel groter is dan die andere pijnen,
omdat deze niet alleen vlees, bloed en verstand betreft,
maar ook de geest, met zijn bovennatuurlijke plichten én rechten,
en hem naar zijn eigen vernietiging leidt.
Hoeveel kinderloze moeders zijn er niet, voor de moederloze kinderen in de wereld!
Hoeveel weduwen zonder kroost, om barmhartig te zijn voor de eenzamen op hun oude dag!
Hoeveel zijn er niet, verstoken van liefde, zodat zij er geheel voor de ongelukkigen kunnen zijn,
met hun behoefte om lief te hebben en aldus de haat te bestrijden,
liefde gevend, gevend, gevend aan de ongelukkige mensheid,
die alsmaar meer lijdt, omdat ze alsmaar meer haat!"'
Reacties
Een reactie posten